Chrismaviering in de kathedraal: homilie bisschop Lode Aerts
Omdat we geloven dat God ons wil aanraken. Omdat we geloven dat God niet veraf blijft in een hoge hemel.
En waarom geloven we dat? Omdat God in Jezus een mens werd van vlees en bloed. Een mens die zich aan ons geeft, in brood en wijn. Een mens die ons de voeten wast. Een mens die ons kruis draagt. Een mens die onze wonden aanraakt en geneest. Een mens die dat doet omdat Hijzelf door Gods Geest was geraakt en gezalfd. Daarom hebben zijn leerlingen hem de Gezalfde genoemd, de Christus. Daarom beelden we Hem zo vaak af met een stralenkrans om het hoofd. Zo is zijn gelaat: het straalt van Gods liefde, van Gods vreugde omwille van Jezus en omwille van óns, mensen.
Ja, zusters en broeders, Jezus is Gods gezalfde. Hij is de Christus. En wij zijn de christenen, de christianoi. Die naam dateert van het jaar 44 van onze tijdrekening. Het was in de Syrische stad Antiochië dat de leerlingen voor het eerst ‘christenen' werden genoemd, christianoi, letterlijk: “die van Christus”. Gelijk de naam ‘Peters’ voor de familie van Peter of ‘Willems’ voor de verwanten van Willem. Zo werden de volgelingen van Christus christenen in Antiochië genoemd.
Rond het jaar 120 was er in diezelfde stad een heel bijzondere bisschop: Ignatius van Antiochië en hij schreef over die naam het volgende: “Ik wil niet alleen christen genoemd worden. Ik wil het ook zijn.” (Rom 3,2) Ja, vrienden, dat is onze roeping in onze omgeving: christenen zijn, gezalfden van God. Stralend van Gods liefde. Als een weerschijn van zijn goedheid. En daarbij zullen de drie oliën ons bijzonder inspireren.
Eerst is er de olie voor catechumenen. Jullie hier vooraan, beste catechumenen, jullie zijn met die olie gezalfd. Jullie gelaat glanst al, omdat jullie op zoek waren naar God en vooral, omdat jullie zich door Hem bemind wisten. Broeders en zusters, alle catechumenen hebben me een brief geschreven en daarin las ik het telkens weer: de catechumenen hebben ervaren dat Iemand hen zoekt, net zoals zij zelf Hem zoeken. En eigenlijk verschillen wij, die als kind gedoopt zijn, niet zoveel van de catechumenen. In deze onzekere tijden is ieder van ons op zoek en elk kan de fantastische ervaring opdoen dat God zelf al eerder naar ons zocht. God zegt tot ons zoals tot Jezus: “Gij zijt mijn geliefd kind, in u heb ik al mijn vreugde.” Van die vreugde is de catechumenenolie het teken.
Naast de catechumenenolie is er de ziekenolie. Jezus was toch gezalfd “om te genezen wiens hart gebroken is, om feestolie te schenken in plaats van geweeklaag”. Als we echte christenen zijn, moeten we handelen zoals Christus: contact zoeken, met grote fijngevoeligheid mensen aanraken bij hun pijn en hun vragen, bij hun angsten en zorgen. Laten we dankbaar zijn, dat dit op vele plekken gebeurt: in ziekenhuizen en woon-zorgcentra, in scholen en opvanghuizen, bij vreemdelingen en vluchtelingen, in solidariteit met de slachtoffers van oorlog en geweld. Op al die plekken snakken mensen naar nabijheid en dienstbaarheid en juist in die diaconie zal, met de hulp van de diakens, blijken dat Jezus, de Christus, leeft doorheen de christenen.
Tot slot wijden we straks het heilig chrisma. Jullie, beste priesters en diakens, krijgen het dan mee om de pasgedoopte baby's zalven. Jullie, beste priesters, zullen er de kinderen mee vormen, met recht en reden, want jullie zijn zelf gezalfd bij jullie priesterwijding. Natuurlijk kunnen jullie dat niet alleen.
Elke christen is gezalfd bij de doop en allemaal samen vormen we “een koninkrijk van priesters”: wij allen: de vele vrijwilligers, de parochie-assistenten en pastores, de religieuzen en godgewijden, de medewerksters en diakens, we zijn Gods priesterlijk volk voor wie Hem nog niet kent.
Maar het gemeenschappelijk priesterschap van onze doop kan niet zonder jullie, beste priesters. Ik ben jullie zo dankbaar. Want jullie hebben je leven gegeven om de gemeenschap voor te gaan en samen te houden, om ons broze geloof te verdiepen, om het evangelie te verkondigen, ja om te zorgen dat we niet alleen christenen genoemd worden, maar het ook werkelijk zijn."
+ Lode Aerts