Corona a Roma: hoe priester Stijn het ervaart
Woensdag 4 maart 2020, de dag van mijn (voorlopig?) laatste les. Het is ondertussen een viertal weken geleden, maar het lijkt een eeuwigheid. Na de middag zat ik in de bibliotheek van de universiteit te werken toen ik plots een bericht van een vriend uit België kreeg. Hij wist me te vertellen dat de scholen en universiteiten in Italië zouden gesloten worden. ’s Avonds werd inderdaad bevestigd dat alle Italiaanse universiteiten met onmiddellijke ingang zouden sluiten tot de paasvakantie. Ondertussen zijn we eind maart en lijkt het er meer en meer op dat 4 maart 2020 mijn laatste les geweest zal zijn. Of toch in de klassieke vorm. In die vier weken is er veel veranderd. Maatregelen worden keer op keer aangescherpt.
De straten en pleinen van Rome zijn nog nooit zo verlaten geweest.
Zelf blijf ik binnen de muren van het Belgisch College en volg de situatie dus ook enkel via tv en internet.
De eerste dagen was het behoorlijk vreemd en liep ik wat verloren. Ik wist wel dat er voor mijn studiewerk eigenlijk niet zoveel veranderd was, maar toch zorgden de onzekerheid over wat komen zou en het wegvallen van de dagelijkse routine ervoor dat het moeilijk was om te doen alsof er niets aan de hand was. Na een week aanpassen aan de nieuwe situatie, werden de meeste lessen hervat via internet.
Ideaal is het zeker niet, maar iedereen beseft heel goed dat er op dit moment geen ‘ideale oplossingen’ bestaan.
Het werkt, en dat is het voornaamste. De voortzetting van de lessen geeft opnieuw wat structuur aan mijn dagorde en dat helpt me ook om deze heel bijzondere tijd zo goed mogelijk in te vullen en te gebruiken.
Ik heb voorlopig dan ook maar weinig reden tot klagen. Ik ben gezond, in tegenstelling tot vele zieke Italianen. Het Belgisch College heeft ook een mooie en grote tuin waarin ik wat kan wandelen, in tegenstelling tot veel Italiaanse gezinnen. Rondom mij heb ik een gemeenschap van priesters en religieuzen, in tegenstelling tot vele alleenstaanden en bejaarden in dit land.
Ik heb de mogelijkheid om iedere dag de eucharistie te vieren, in tegenstelling tot vele medegelovigen. Nee, klagen doe ik zeker niet.
Veeleer voel ik me opgeroepen om te bidden voor de vele zieken en zorgverleners, om te genieten van Gods schepping en er zorg voor te dragen, om verbonden te blijven met wie er alleen voor staat en om het vieren van de eucharistie niet enkel te beleven als iets wat mij persoonlijk sterkt, maar om er vooral in diepe verbondenheid met Christus te bidden voor alle mensen.
Verder probeer ik om naast de vele nieuwsberichten over deze epidemie en haar gevolgen ook voldoende aandacht te hebben voor de positieve berichten. Ik ben blij verrast om de vele creatieve initiatieven te zien die in kerk en samenleving spontaan het licht zien, zowel in Italië als in België. Op allerlei manieren wordt gezocht om de kwetsbare medemens met woord en daad bij te staan.
Solidariteit en dankbaarheid lijken voorrang te krijgen op egocentrisme.
Ook in de Kerk zie ik tal van creatieve manieren om tegemoet te komen aan het probleem dat we voorlopig niet meer kunnen samenkomen: eucharistievieringen worden gestreamd, via tv en internet worden er extra gebedsmomenten georganiseerd, speciale gebeden worden geschreven en verspreid. Hartverwarmend!
(lees verder onder de afbeeldingen)
Bovendien ervaar ik dat deze tijd van afzondering me persoonlijk ook helpt om de veertigdagentijd bewuster te beleven. Ik merk dat de psalmen van het getijdengebed met hun smeekbeden en jammerklachten, maar ook met hun dankbaarheid en gejubel in elke situatie dieper tot me doordringen en dat het verhaal van de doortocht door de woestijn meer dan anders ook mijn verhaal wordt. Het overwegen van Jezus’ kruisweg en het bidden van de rozenkrans wordt nog meer een manier om zieken en stervenden nabij te zijn in gebed.
Het isolement en het wegvallen van heel wat afspraken en activiteiten zorgt ervoor dat ik meer dan anders zelf mijn dag kan indelen.
Dit helpt me om bewuster met de tijd om te gaan. Ik probeer in deze veertigdagentijd meer tijd te maken voor gebed en lectuur, maar ook voor mijn studies en voor mijn naaste. De gedigitaliseerde wereld biedt daarvoor heel wat mogelijkheden. Ik krijg bijna dagelijks berichtjes en e-mails van vrienden en kennissen om te vragen hoe het met me gaat.
De afstand Italië-België laat zich nauwelijks voelen.
Deze heel bijzondere veertigdagentijd daagt me dan ook vooral uit op twee vlakken. Eerst en vooral word ik uitgedaagd door de vraag hoe ik mijn tijd zinvol kan besteden. Ik probeer een evenwicht te vinden tussen enerzijds het nieuws volgen en verbonden zijn met de mensen in moeilijkheden, maar anderzijds toch ook mijn leven niet helemaal te laten bepalen door de coronacrisis. Daarnaast worden we als mensen ook geconfronteerd met onze kwetsbaarheid en zie ik hierin voor mezelf een uitnodiging om te groeien in Godsvertrouwen. Vrijdagmorgen werd ik nog getroffen door dit citaat:
“God belooft niet om ons te redden van stormen, maar Hij belooft om ons te redden in de stormen. Hij redt ons en brengt ons door het onweer en Hij gebruikt het ten goede.”
’s Avonds weerklonk deze oproep tot vertrouwen nog duidelijker in de woorden van paus Franciscus: “Want dit is Gods kracht: alles wat ons overkomt, zelfs slechte dingen, ten goede keren. Hij brengt rust in onze stormen, want bij God sterft het leven nooit.”
Eén ding is zeker: het wordt een Pasen om niet snel te vergeten.