Overslaan en naar de inhoud gaan
Ga naar Otheo
HomeBisdom Brugge
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
Search form expand icon
Mobile menu expand iconMenu
HomeBisdom Brugge
Mobile menu expand iconSluiten
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
  • Kalender
  • Informatie over het bisdom
    • Bisschop Lode Aerts en zijn beleidsploeg
    • Onze vicariaten en diensten
    • Aanpak en preventie misbruik
    • Geschiedenis van het bisdom
    • Het bisschoppelijk archief
    • Levenskeuzes
  • Personalia en officiële berichten
  • Teksten en documenten
  • Communicatiekanalen
    • Elektronische nieuwsbrief
    • Bisdomblad Kerk·in·zicht
    • Kerk & Leven
    • Jaarboek
    • Facebookpagina
    • Instagrampagina
    • YouTubekanaal
  • Vieringen op radio en tv
  • School voor gebed

Hoe pakt bisdom Brugge misbruik aan?

Wat doet de Kerk in het bisdom Brugge ter preventie van het (seksueel) misbruik? Hoe pakt ze het aan?

Deze tekst is een aanvulling bij de publicatie ‘Wat doet de Kerk voor de slachtoffers van het seksueel misbruik (1997-2023)?’, gepubliceerd op 28 november 2023 door de Belgische Bisschoppenconferentie. De tekst wil informeren over de wijze waarop in het bisdom Brugge werk wordt gemaakt van preventie en aanpak van seksueel misbruik.

Inhoudstabel

Klik op de titel of ondertitel om naar dat hoofdstuk te springen
 

Preventie

  1. Screening van pastoraal geëngageerden
  2. Opleiding
  3. Vorming en navorming
  4. Gedragscode voor wie werkt in de kerk
  5. Commissie voor integer pastoraal handelen
  6. Publicaties

Aanpak

  1. (Gemeenschappelijk) Opvangpunt
  2. Diocesaan Opvolgteam

 

Tekst

Preventie

  1. Screening van pastoraal geëngageerden
  • Kandidaten voor het priesterschap

De aanname van een kandidaat in het voorbereidende jaar (propedeuse) gebeurt na een reeks gesprekken bij diverse personen (rector, president, vormingsploeg etc.) waarbij ook informatie wordt ingewonnen bij referentiepersonen. De screeningsperiode zelf bedraagt 8 jaar (1 jaar propedeuse, 2 jaar filosofie, 3 jaar theologie, 2 jaar stage) en wordt begeleid door een vormingsploeg (5 personen), een seminarieraad (8 personen) en het docentenkorps (28 personen). Alle geledingen van deze begeleiding zijn divers samengesteld en bestaan uit mannen en vrouwen, priesters en leken, gehuwden en celibatairen en hun leeftijd varieert van 25 tot 70 jaar.

Tot het curriculum van de studenten behoren gesprekken met een psycholoog, een psychiater en een seksuoloog. Via een afgesproken en transparante procedure stroomt op deontologisch correcte manier informatie uit deze gesprekken door naar de vormingsverantwoordelijken.

Sedert Pastores dabo vobis, het pauselijk document over de priesteropleiding uit 1992, wordt naast de spirituele, theologische en pastorale vorming bijzondere aandacht gegeven aan de menselijke vorming. Een centraal leerdoel is op correcte wijze leren omgaan met mensen: kinderen, jongeren, ouderen, vrouwen, mannen, vooral ook kwetsbaren.

Tijdens de laatste twee jaar gaan studenten op stage in diverse contexten. Middels supervisie en intervisie wordt nagegaan of de studenten kunnen reflecteren over hun eigen gedrag en correct omgaan met iedere mens. Hoe verantwoord omgaan met macht in pastorale relaties vormt een belangrijk thema tijdens de vormingssessies in deze fase.

Meermaals per vormingsjaar komt het celibaat, de eigen affectiviteit, het bewaken van gezonde grenzen aan bod in lessen, conferenties en gesprekken. Ook grensoverschrijdend gedrag in de kerk komt uitdrukkelijk ter sprake bv. via het bekijken en bespreken van de reeks ‘Godvergeten’ of een andere film over dit thema, het bespreken van de gedragscode van de kerk of het bespreken van de beleidsbrochure ‘Van taboe naar preventie’.

  • Kandidaten voor het diaconaat

De aanname van een kandidaat in het voorbereidende jaar (propedeuse) gebeurt na een reeks gesprekken bij diverse personen (coördinator, vormingsploeg, psycholoog etc.) waarbij ook informatie wordt ingewonnen bij referentiepersonen.

De screeningsperiode zelf bedraagt 4 jaar (1 jaar propedeuse, 3 jaar vorming) en wordt begeleid door een vormingsploeg (5 personen) die divers is samengesteld (man-vrouw, priester-diaken-leek, gehuwd-celibatair). Op regelmatige vergaderingen leggen zij hun indrukken over de (on-)geschiktheid, groei- en aandachtspunten van kandidaten samen.

Tot het curriculum van de kandidaten behoren (minstens) jaarlijkse gesprekken met een psycholoog. Via een afgesproken en transparante procedure stroomt op deontologisch correcte manier informatie uit deze gesprekken door naar de vormingsverantwoordelijken.

Naast de spirituele, theologische en pastorale vorming wordt bijzondere aandacht gegeven aan de menselijke vorming. Een centraal leerdoel is op correcte wijze leren omgaan met mensen, vooral kwetsbaren.

Naarmate de vorming vordert gaan de kandidaten op stage in diverse contexten. Middels supervisie en intervisie wordt nagegaan of de kandidaten kunnen reflecteren over hun eigen gedrag en correct omgaan met iedere mens. Hoe verantwoord omgaan met macht in pastorale relaties vormt een belangrijk thema tijdens de vormingssessies in deze fase.

Ook grensoverschrijdend gedrag in de kerk komt uitdrukkelijk ter sprake bv. via het bekijken en bespreken van ‘The Pope Answers’, het bespreken van de gedragscode van de kerk of het bespreken van de beleidsbrochure ‘Van taboe naar preventie’. Belangrijk is dat deze thema’s niet alleen ter sprake worden gebracht maar ook verwerkt worden.

  • Parochieassistenten, pastoraal medewerkers, IJD-medewerkers, decanaal secretarissen en decanaal assistenten

Voor alle functies wordt gewerkt met een open vacature. De kandidaat komt op sollicitatiegesprek bij een selectiecommissie (6 personen). Als er een unaniem positieve beoordeling is van de kandidaat, wordt de kandidaat doorgestuurd naar een psychologe.

De psychologe geeft advies over stabiliteit, geankerd staan in zichzelf, omgaan met weerstand en pijnlijke situaties, noodzakelijke ondersteuning en omkadering van de kandidaat. Als ook vanuit de psychologe een gunstig advies komt, wordt overgegaan tot aanwerving en benoeming van een kandidaat.

Bij de opmaak van de documenten voor de weddestaat Justitie wordt het uittreksel strafregister minderjarigen opgevraagd, model 596-2. Voor parochie-assistenten, secretarissen en decanaal assistenten wordt ook het specifieke statuut bezorgd en toegelicht.

  • Pastores in de zorgsector

Zorgvoorzieningen stellen de vacature op en screenen kandidaten volgens de eigen sollicitatieprocedure. Het vicariaat vraagt steeds dat selectie en aanwerving in overleg gebeurt, maar het moment waarop we betrokken worden varieert.

  • Vrijwilligers

We vragen een uittreksel uit het strafregister (596-2) aan catechisten en al wie op een structurele manier bij de catechese voor minderjarigen is betrokken, conform het decreet van de Vlaamse regering, gepubliceerd op 24 juni 2022. Op het bisdom zijn 585 uittreksels binnengekomen. Op de vormingsavond voor vormselcatechisten in juni en op Geestig (de jaarlijkse vorming voor catechisten) wordt de boodschap gegeven dat nieuwe catechisten dit in orde moeten brengen.

  1. Opleiding
  • Bedienaars van de eredienst (priesters, diakens, parochie-assistenten) en (zorg)pastores)

De kwestie van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag vormt een onderdeel van de Cyclus Pastorale Vorming (CPV). Ze komt aan bod tijdens lesavond 3 ‘Deontologie van de ambtsdrager’ in de module ‘Basishoudingen van een pastor’. Aan de orde zijn: eigenheid pastorale relatie, asymmetrie en macht in de pastorale relatie, machtsmisbruik en seksueel misbruik in een pastorale relatie. De lesavond werd gegeven op 19 oktober 2016, 16 oktober 2019, 19 oktober 2022 (komt dus telkens in de driejarige cyclus voor.)

  • Pastores in de zorgsector

De opleiding zorgpastoraat heeft aandacht voor machtsrelaties tijdens (I) het voorafgaand intakegesprek, (II) tijdens de cyclus pastorale vorming (zie hierboven), (III) tijdens de module ‘deontologie en zorgethiek’. Deze module biedt inzicht in de eigen beroepsethiek van zorgpastores (beroepsgeheim, deontologische code van de beroepsvereniging, omgaan met macht en onmacht…) en in de basis van zorgethiek. Deze module zit in een driejarige cyclus en komt opnieuw aan bod in 2024-2025. Machtsrelaties komen ten slotte ter sprake (IV) tijdens de module zorgpastoraat ‘visie en pastoraal-theologische modellen’. Dit is eveneens een module in een driejarige cyclus. De vorige editie was in 2020-2021.

  • Teamleden van pastorale eenheden

De teamopleiding werd na de pastorale brief van bisschop Lode Aerts uit 2017 uitgebreid met het thema ‘integer pastoraal handelen’. De teamleden die sinds 2018 een eerste mandaat kregen, hebben deze vorming gevolgd. Dat gaat concreet over 151 unieke deelnemers over een periode van 5 jaar.

  1. Vorming en navorming
  • Begeleiders in jongerenpastoraal

De regels voor de omgang met kinderen, jongeren komen bij vorming of groepsbezoek geregeld aan bod. Er is binnen de Interdiocesane Jeugddienst (IJD) een aanspreekpunt integriteit of API (zie  www.kerknet.be/ijd/informatie/aanspreekpunt-integriteit-api).

Tijdens de Wereldjongerendagen van 2023 werd een specifiek reglement opgesteld met aandacht voor grensoverschrijdend gedrag. Iedere deelnemer en begeleider moest dit reglement ondertekenen.

  • Pastores in de zorgsector

Pastores in de zorgsector doorlopen intern het inwerkingstraject van de voorziening met uitleg over visie, missie, waarden, procedures, … .

Zorgpastores worden nauw opgevolgd en ondersteund gedurende het eerste halfjaar, met drie werkbezoeken in het kader van mentoring. Tijdens het eerste mentoring-gesprek wordt ook de gedragscode voor wie werkt in de kerk en de deontologische code van de beroepsvereniging toegelicht.

  • Theologisch-pastorale studiedagen

Deze studiedagen worden ingericht voor bedienaars van de eredienst (priesters, diakens, parochie-assistenten), voor hen die werkzaam zijn in en voor de kerk (vb. zorgpastores) en teamleden (vrijwilligers in de kerk). De voorbije tien jaar werd vier keer aandacht besteed aan de kwestie van seksueel misbruik en integer pastoraal handelen.

  • 13 januari 2012: Studiedag seksueel misbruik – Groenhove Torhout
  • Voorjaar 2012 'Seksueel misbruik in de pastoraal'. Inhoud: civiele en kerkelijke wetgeving betreffende seksueel misbruik (deel 1), celibatair priesterschap en seksueel misbruik (deel 2), integer pastoraal handelen om vertrouwen te herwinnen (deel 3). 276 deelnemers.
  • Najaar 2015: Omgaan met vertrouwen en macht in pastorale relaties. Studiedag n.a.v. de brochure “van taboe naar preventie”  Inhoud: een Bijbelse inleiding (deel 1), de eigenheid van de pastorale relatie (deel 2), asymmetrie en macht in de pastorale relatie: machts- en seksueel misbruik (deel 3). 260 deelnemers.
  • 22 maart 2022: 'Bouwen aan een integere kerk'. Voorzien voor 23 maart 2020, wegens corona pas op 22 maart 2022. Inhoud: mechanismen van machtsmisbruik in een pastorale context, preventie (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. 272 deelnemers.

lees verder onder de afbeeldingen

De TPS met Hans Zollner in het Diocesaan Dienstenhuis Groenhove.
De TPS met Hans Zollner in het Diocesaan Dienstenhuis Groenhove.
  • Supervisie voor pastores

De supervisie beoogt een professionele ontwikkeling en deskundigheid, welbevinden en authentieke identiteit van de pastor, door pastores op geregelde tijdstippen te laten stilstaan bij opgedane werkervaring. Als zij stilstaan bij deze werkervaringen, staan zijn ook stil bij thema’s die relevant zijn ter preventie van (machts)misbruik: nl. werken in teams, loyaliteitsconflicten, macht, onmacht, conflicten, omgaan met (verbale) agressie, aanvoelen en aangeven van grenzen…

In praktijkbegeleiding (stagebegeleiding, supervisie en intervisie) leren pastores hun functioneren als pastor evalueren en bijsturen. Ruime aandacht gaat naar de omgang met macht en grenzen, de eigen ontwikkeling op emotioneel en seksueel vlak, de persoonlijke integriteit en competentie in menselijke relaties en het ontwikkelen van empathie.

  • Overleg in de priesterraad

De thematiek van integere pastoraal kwam geregeld aan bod. Net zoals bij andere onderwerpen gebeurde dit gedurende meerdere opeenvolgende vergaderingen. In de vier mandaatperioden tussen 2009 en 2023 kwam het thema van integer pastoraal handelen en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag 11 keer op de agenda.

  1. Gedragscode voor wie werkt in de kerk

De gedragscode wordt aan medewerkers (bedienaars van de eredienst, priesters, diakens, en parochie-assistenten en zorgpastores) bezorgd tijdens hun opleiding. Voor vrijwilligers gebeurt dit tijdens de teamopleiding.

  1. Commissie voor integer pastoraal handelen

In 2022 werd in het bisdom Brugge een Commissie opgericht met het oog op de integriteit van het pastoraal handelen. Bedoeling is om de aandacht voor integer pastoraal handelen wakker te houden en te stimuleren via inhoudelijke en praktische, pedagogische kanalen. De groep wordt voorgezeten door een moderator die als theoloog en ethicus tussentijds studie- en voorbereidingswerk hierrond verricht en de verbindingspersoon is met de interdiocesane werking.

  1. Publicaties

Doorheen de jaren is er aandacht besteed aan het thema van grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik in diverse publicaties.

Deze artikels en conferentieteksten werden gepubliceerd in het bisdombladKerk·in·zicht, een verplicht blad voor kerkfabrieken, pastorale teams en vrijgestelden (oplage: 2.600 exemplaren):

  • Over integriteit als kracht en waarmerk van pastoraal handelen, maart 2020
  • Over integriteit als kracht en waarmerk van pastoraal handelen, februari 2022
  • Macht. Een verleidelijke kracht, juni 2021

Op Kerknet, het webportaal van het bisdom Brugge, verschenen ook diverse artikelen:

  • Van taboe naar erkenning en preventie, Kerknet, 22 april 2020
  • De kerk is een verhaal van samen, Kerknet, 01 december 2021
  • Jezuïet Hans Zollner over seksueel misbruik in de Kerk, Tertio, 01 maart 2022
  • Hoop op een veiligere Kerk, Kerknet, 16 maart 2022
  • Bisschop Lode reageert op Canvasdocumentaire Godvergeten, Kerknet, 20 september 2023

Aanpak

  1. (Gemeenschappelijk) Opvangpunt

Sinds 2011 is er in elk bisdom een Diocesaan Opvangpunt actief, om slachtoffers te beluisteren en om maatregelen te nemen tegenover de daders. Overeenkomstig de adviezen van de Parlementaire Onderzoekscommissie van 2011 werd een financiële tegemoetkoming gegeven via een dading, naargelang de ernst van het ondergane misbruik.

Sinds 2021 wordt er meer samengewerkt tussen de bisdommen en religieuze congregaties in één Gemeenschappelijk Opvangpunt voor de Vlaamse bisdommen. De werkwijze verloopt als volgt:

  1. Een klacht komt binnen op het centraal infopunt (info.misbruik@kerknet.be) of via de contactpersoon van het bisdom Brugge, Mieke Coorevits (opvangpuntmisbruik.brugge@kerknet.be)
  2. De klacht wordt dadelijk doorgestuurd naar de verantwoordelijke van het centraal opvangpunt, Mia de Schamphelaere.
  3. De verantwoordelijke van het centraal opvangpunt stuurt de melding door naar de diocesane verantwoordelijke waar het slachtoffer woont.
  4. De diocesane verantwoordelijke voor het misbruik contacteert dadelijk het slachtoffer en noteert de gegevens van het slachtoffer en de dader.
  5. De diocesane verantwoordelijke voor het misbruik heeft een of meerdere gesprekken met het slachtoffer over het misbruik.
  6. De diocesane verantwoordelijke voor het misbruik informeert de bisschop over de gedane stappen en de bisschop informeert het Romeinse Dicasterie voor de Geloofsleer.
  7. Als de dader nog leeft, wordt er met hem contact opgenomen en verifieert men de gegevens.
  8. De diocesane verantwoordelijke voor het misbruik brengt een verslag uit op de volgende samenkomst van het centraal opvangpunt. Bij hoogdringendheid wordt er al schriftelijk verslag uitgebracht en om commentaar gevraagd van de collega’s uit andere bisdommen.
  9. Op het centraal opvangpunt bespreekt men het vervolg van de procedure.
  10. Daarna komt men in het opvangpunt tot een conclusie omtrent de eventuele dading met het slachtoffer en de sanctie voor de dader.
  11. Men contacteert de bisschop met een duidelijk advies.
  12. De bisschop kan dan op basis van dit advies tot een beslissing komen, voorlopige maatregelen treffen en het Dicasterie voor de Geloofsleer verder informeren. Indien de bisschop twijfelt aan de maatregelingen die men best neemt, kan hij aan de raad van toezicht advies vragen.
  13. De bisschoppelijke beslissing wordt in een kerkelijk decreet verwoord en de dader wordt over de tegen hem genomen beslissing geïnformeerd.
  14. Eens de dading getekend, wordt zij verstuurd naar de stichting Dignity met zetel in de Guimardstraat. De stichting Dignity stort het overeengekomen bedrag op de rekening van het slachtoffer. Daarna recupereert Dignity het bedrag van het bisdom of de congregatie van de dader. Noch de dader noch het bisdom of de congregatie stort het bedrag aan het slachtoffer.

lees verder onder de afbeelding

De TPS met Hans Zollner in het Diocesaan Dienstenhuis Groenhove.
De TPS met Hans Zollner in het Diocesaan Dienstenhuis Groenhove.
  1. Diocesaan Opvolgteam

In 2017 richtte het bisdom Brugge een specifiek Opvolgteam op als adviesorgaan van de bisschop betreffende de toekomst van priesters, diakens of mensen in het pastoraal werkveld die vernoemd worden als dader in dossiers in zake grensoverschrijdend gedrag. Dit advies gebeurt in principe pas na de afsluiting van het dossier in het Opvangpunt en het wordt getoetst door de Raad van Toezicht met zijn externe competentie en controle.

Het Opvolgteam is multidisciplinair samengesteld en bestaat uit een voorzitter, Rita Coucke, een burgerlijk en kerkelijk jurist en een psychiater expert in het werkveld van seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag, drie leden van de diocesane beleidsploeg die de verantwoordelijken zijn voor priesters, diakens en pastores en een secretaris. De werkwijze van het Opvolgteam verloopt als volgt:

  1. De dossiers worden door de bisschop aan het Opvolgteam voorgelegd.
  2. De betrokkene wordt op de hoogte gebracht dat zijn dossier behandeld wordt door het Opvolgteam.
  3. De leden van de diocesane beleidsploeg die deel uit maken van het Opvolgteam zullen binnen de beleidsploeg alert zijn voor elke vraag waar de naam valt van iemand die betrokken is in een dossier van het Opvolgteam.
  4. Tot het dossier behoort alle relevante informatie. Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag: de dossiergegevens van het Opvangpunt, de eventuele bepalingen van de Romeinse Congregatie voor de Geloofsleer.
  5. Het Opvolgteam bereidt de voorstellen voor i.v.m. de toekomst van de betrokkene.
  6. De voorstellen betreffen de functie (benoeming, taken of opdrachten), de plaats en de voorwaarden daaraan verbonden.
  7. In haar werkzaamheden kan het Opvolgteam bepaalde opdrachten toevertrouwen aan een of meerdere leden.
  8. Wanneer de betrokkene gevraagd wordt voor een ontmoeting met het Opvolgteam (of een delegatie ervan), kan hij of zij vergezeld worden door een vertrouwenspersoon.
  9. Het Opvolgteam kan in haar voorbereidende werkzaamheden de verantwoordelijken van een mogelijke opdracht voor de betrokkene contacteren en de nodige informatie delen. De betrokkene geeft schriftelijk toelating daartoe.
  10. De voorstellen van het Opvolgteam worden aan de bisschop voorgelegd.
  11. De bisschop beslist om de voorstellen van het Opvolgteam aan de Raad van Toezicht voor te leggen. In voorkomend geval bezorgt de bisschop het advies van de Raad van Toezicht aan het Opvolgteam.
  12. Het Opvolgteam geeft de bisschop een eindadvies.
  13. De beslissing van de bisschop wordt steeds schriftelijk (per decreet of brief) vastgelegd. De bisschop zal in principe de betrokkene uitnodigen voor een gesprek of ontmoeting en overhandigt zijn beslissing.
  14. In aanwezigheid van de betrokkene licht een lid van het Opvolgteam de beslissing van de bisschop toe en bespreekt de omstandigheden bij de nieuwe verantwoordelijke, die een kopij van de beslissing ontvangt.
  15. Ook de deken van de werk- en woonplaats van de betrokkene wordt in kennis gebracht van de afspraken. Dit gebeurt door de betrokkene samen met iemand van het Opvolgteam of in afspraak met de betrokkene enkel door iemand van het Opvolgteam. De deken van de werk- en woonplaats ontvangt een kopij van de beslissing.
  16. De bisschop is verantwoordelijk voor de verdere opvolging van de beslissing. Hij kan daarvoor in maatregelen of afspraken voorzien, die steeds schriftelijk worden vastgelegd.
  17. De schriftelijke beslissing kent steeds minstens deze 3 volgende voorwaarden:
  • De betrokkene aanvaardt artikel 14, 15 en 16 van dit protocol.
  • De betrokkene krijgt verder deskundige begeleiding of een vorm van professionele opvolging. In voorkomend geval bezorgt de betrokkene tweemaal per jaar een nota van de deskundige aan de bisschop en de voorzitter van het Opvolgteam.
  • Minstens jaarlijks is er een gesprek van de betrokkene met iemand van het Opvolgteam en een derde door de bisschop en de betrokkene in onderling overleg aangeduid in functie van de afspraken onder art 14, 15 en 16. De afspraak hieromtrent wordt schriftelijk vastgelegd bij de ondertekening van de eindbeslissing, zoals voorzien in art. 14.
  1. Bij een eventuele verandering van taak of opdracht kan de bisschop opnieuw het advies van het Opvolgteam vragen.
Laatste aanpassing op 01/12/2023 om 14:07
HomeBisdom Brugge
Algemeen
  • Contact opnemen
  • Digitale nieuwsbrief
Sociale kanalen
  • Facebook
  • Instagram
  • YouTube
© Bisdom Brugge 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures
Ga naar Otheo