’t Moet niet altijd brood zijn: Vasten (1)
Verhaal en traditie
De vasten of veertigdagentijd begint op Aswoensdag en is de voorbereiding op het paasfeest, dat is geen nieuwe informatie voor een christen. Maar waarom heet de periode ‘veertigdagentijd’, terwijl er eigenlijk zesenveertig dagen verstrijken tussen Aswoensdag en Pasen? Hoe lang bestaat die traditie eigenlijk al en wat verstaan we precies onder ‘vasten’? Zijn er in deze sobere en reflectieve periode ook openbare tradities?
De traditie van het vasten bestond al in het vroege christendom, geïnspireerd door het vasten van Jezus in het Nieuwe Testament. Alhoewel we de vasten ook wel veertigdagentijd (Latijn: quadragesima) noemen, beslaat de periode eigenlijk 46 dagen. De verklaring hiervoor is eenvoudig:
op de zes zondagen tijdens de vasten wordt niet gevast
De lengte van 40 dagen is niet toevallig, want het getal 40 komt in de Bijbel vele malen voor. Denk maar aan de zondvloed die 40 dagen duurde of de 40 jaar die Mozes met zijn volk door de woestijn trekt. Aanvankelijk mocht je enkel na zonsondergang eten, maar die regeling versoepelde doorheen de eeuwen. Wat je wel of niet mocht eten hing bovendien af van plaats tot plaats. Hier en daar mocht je niets dierlijks eten, terwijl op andere plaatsen enkel brood gemeden moest worden.
De tradities van de vasten vinden grotendeels buiten de vasten plaats, ze markeren het begin of het einde van de periode. Carnaval, van het Latijnse Carne Vale, is ons vaarwel aan het vlees, dat we tijdens de vasten niet meer (of minder) zullen nuttigen. Drie dagen later is het Aswoensdag, de officiële start van de vasten met een askruisje van de palmtakken van palmzondag van het voorbije jaar. Het askruisje is een teken van berouw en start ons boetedoen in de vasten. In de regio Antwerpen is het daarbij een oud gebruik om op deze dag pruimentaart te eten. Op het einde van de veertigdagentijd is er de Goede Week, met Pasen als hoogtepunt. In deze periode zijn er op allerlei plaatsen processies en passiespelen, de viering van de Semana Santa in Spanje is erg bekend, dichter bij huis is er bijvoorbeeld de Passietocht in Ieper.