Het gebed is een kans om dicht bij God en Jezus te zijn
Sinds een paar jaar heb ik het geluk een geestelijk begeleidster te hebben gevonden die samen met mij op zoek gaat naar hoe God werkzaam is in mijn gebed en leven. Op een dag stuurde ik haar een mailtje -we hadden elkaar jaren geleden leren kennen via Orval Jeunes en Prière - en vroeg of ze het zag zitten om me op weg te helpen met dat ‘bidden’.
Na de gezinsvakantie in Orval in 2020 voelde ik de nood om toch écht eens werk te maken van de relatie met God. Bidden in een abdij is niet moeilijk…het ritme van de abdij en de gebedstijden leiden je als het ware toe naar het gebed maar eens thuis voelde het helemaal anders aan. Geen tijd, te druk, geen rust vinden en dan snel een ‘Onze Vader’ of een ‘Weesgegroet’ om er als het ware vanaf te zijn… Al vele keren had ik geprobeerd om -samen met mijn echtgenoot- een ritme te vinden dat werkte binnen ons gezin, maar vaker niet dan wel slaagde ik erin om het vol te houden.
Vlak voor de adventsperiode van start ging, gaf ze me als tip het gebedstraject van Kamino en CCV mee. Het concept was eenvoudig…tijdens de advent probeer je elke dag een half uur tijd vrij te maken om te bidden met de Schrift en 1 à 2 keer per week spreek je digitaal of offline af met een geestelijk begeleider. In eerste instantie wees ik de tip af want december is een drukke maand op school en het zou me vast ontbreken aan tijd en ruimte. Maar ergens voelde ik ook boosheid toen ik mijn eigen twijfel onderzocht. Heb ik écht geen tijd? Of is het gewoon een excuus? Zou ik geen tijd moeten maken voor iets wat zo belangrijk is? Ik bepaal toch in zekere mate zelf waar ik tijd in steek? Meesurfen op de trend van ‘altijd druk zijn’ maakt me niet gelukkig en dus zei ik ‘ja’ en hoopte op een vruchtbare adventsperiode.
De eerste week van de advent werd ik ziek maar van zodra het lukte, probeerde ik elke dat tijd vrij te maken voor gebed. We hadden een leesschema ontvangen met daarin elke dag één korte Bijbeltekst en ook een aantal handvaten voor gebed. Ter voorbereiding van het gebed gaf ik mezelf tijd om te landen, te ademen en stil te vallen. Rituelen helpen en dus had ik een plekje uitgezocht op zolder waar ik een icoon plaatste en een kaarsje. Starten deed ik met een kruisteken en ik vertrouwde erop dat God me verwachtte.
De gebedstijd bestond uit verschillende stappen namelijk:
- Ik lees
- Ik overweeg
- Ik antwoord
- Ik rust
Ter afronding werd gesuggereerd om af te sluiten met een gebed zoals het ‘Onze Vader’.
Hoewel ik vol goede moed gestart was, botste ik algauw op een aantal drempels.
Wanneer ik een Bijbeltekst lees, denk ik algauw dat ik de tekst moet benaderen als een raadsel dat moet opgelost worden. Heel vaak had ik het gevoel dat ik een puzzel bekeek waar één puzzelstukje van ontbrak. Frustratie nam op dat moment de bovenhand en na het bidden met de tekst bleef ik met een wrang gevoel achter. Soms had ik het gevoel dat ik het raadsel kon oplossen maar vaak ook niet. Toen ik dit voorlegde aan mijn begeleidster wees ze me op het belang van de relatie en het tijd maken voor God. En gaat het niet vooral over het ‘komen opdagen’ en minder over het oplossen van het raadseltje?
Ik voelde ook dat de herfst-en wintermaanden zijn invloed hadden op mijn gemoed en ingesteldheid. Geconfronteerd met een loflied voor de Heer werd ik oprecht kwaad… want ik voelde op dat moment geen hoop. Ik stelde me de vraag vanwaar dit kwam en kwam tot de vaststelling dat alles wat we aandacht geven groeit. Ik had de voorbije periode vaak gekeken naar plekken waar de aarde verschroeid of dor was…
Gelukkig kon ik dit gevoel voorleggen aan Jezus… ik vroeg hem om me te helpen groeien om pelgrim van de hoop te worden.
De weken die volgden probeerde ik me over te geven aan de verschillende stappen in de gebedstijd en heel vaak voelde ik een soort rust…bidden is geen exacte wetenschap, noch iets waar we op het einde van de gebedstijd een beloning voor ontvangen. Stapje voor stapje groeide het besef dat God ons verwacht én dat hij mild is. Volgend citaat hielp me daarbij: ‘Gods genade is mijn fundament, Gods liefde werd in mijn hart gegoten door de Heilige Geest’ (Rom.5 1-5). De hoop groeide…
Naarmate Kerstmis dichterbij kwam, focusten de teksten meer en meer op Jezus. We mogen Jezus verwachten maar wat houdt dit concreet in? In de teksten die volgden probeerde ik Jezus beter te leren kennen. In Mt 9 las ik dat een groepje blinden Jezus volgden en dat ze binnen gingen in zijn huis zonder uitnodiging. Ze vroegen hem uitdrukkelijk: ‘Heb medelijden met ons!’ Hij stelt hen een cruciale vraag: ‘Gelooft Gij dat ik dit kan’? En de blinden antwoordden: ‘Ja, Heer!’. Vervolgens raakt Hij hen aan met de woorden: ’Het zal u gaan naar uw geloof’. In plaats van hen vriendelijk de deur te wijzen -zoals ik wellicht zou gedaan hebben- geneest Hij hen en Hij vraagt hen vriendelijk om er niet over te spreken. Geen groot machtsvertoon, noch ego of grootspraak maar een man die vertrouwt op God en die gekenmerkt wordt door wat ik omschrijf als ‘zachte kracht’. Zijn kracht ligt in de manier waarop Hij onvermoeibaar mensen laat zien dat God anders is dan alles wat wij ons als mensen kunnen voorstellen. Jezus vertoefde niet in een wereld waar alles peis en vree was en toch bleef Hij een pelgrim van de hoop…straf!
Heel vaak is het me niet gelukt om elke dag te bidden maar ik voelde me minder schuldig dan vroeger. Ik dacht niet meer aan al die keren dat het niet lukte, maar voelde me gezegend op de momenten dat het wel lukte. Het gebed werd op die manier een kans om dicht bij God en Jezus te zijn. Een kans die niet af te dwingen is maar simpelweg een uitnodiging en als er een tekst passeerde waar ik geen touw aan kon vastknopen dan liet ik dit gebeuren. Zo groeide de hoop dat God op altijd op me wacht en dat hij naar ons toe komt. Mijn relatie met God is niet gebonden aan plaats -in mijn geval mijn plekje op zolder- noch aan ruimte. Hij komt naar ons toe als we de hoop verliezen.
Hoewel ik het niet besefte veranderde ik in de weken naar Kerstmis. In de weken voor Kerst lazen we: ‘Er zullen tekenen zijn…’ en ik zag de dingen ook anders…hoopvoller en minder grauw. Het Belgische weer bleef grijs maar zo nu en dan ontdekte ik in gesprekken met mensen, in de spontaniteit van een kind of in de hartelijkheid van vreemden een sprankeltje hoop. Zo kon ik het Jubeljaar echt beginnen als een pelgrim van de hoop.




