Kerstmis is meer dan een noodzakelijke tussenstop
Eind oktober waren we met een groep van 120 bedevaarders in Rome voor een diocesane bedevaart ter gelegenheid van het Heilig Jaar. Niet ver van het Colosseum, staat een basiliek gewijd aan Sint-Clemens. Het is een prachtige en eerbiedwaardige basiliek. Ze is opgebouwd in lagen, zoals een Zwartewoudtaart. Iets onder het straatniveau ligt de hoofd-basiliek, die dateert uit 1108. Daaronder ligt een kerk die zo oud is dat ze al in 392 door de heilige Hieronymus werd vermeld en in het begin van de vijfde eeuw het toneel was van pauselijke concilies. Het koor van deze kerk is op zijn beurt gebouwd boven een tempel van Mithras uit de derde eeuw en onder die tempel bevinden zich weer de overblijfselen van een Romeins huis uit de eerste eeuw. Die Sint-Clemenkerk is als een gelijkenis, in steen en mozaïek, van Kerstmis. De gelijkenis is niet perfect, omdat de bovenste laag van Sint-Clemens de mooiste is, terwijl de bovenste laag van Kerstmis, zoals we zullen zien, de minst aangename is. Als we daar rekening mee houden, gaat de gelijkenis op.
Kerstmis vieren heeft vele lagen, van geschenken en uitgaven doen tot familie en geloof.
Aan de top staat de supermarktkerst. Meedogenloze, aanhoudende kerstliedjes die al weken van tevoren beginnen. Nietszeggende kaarten met teksten als ‘Season's Greetings’. Opdringerige reclames. Vrije dagen met Kerstmis en op tweede kerstdag, en met een beetje geluk een ‘brug’ – extra vrije dagen – naar de Nieuwjaarsvakantie. Een hele kitscherige cultuur van knipperende en glinsterende elektrische slingers in de winkelstraten. Rendieren en de kerstman. Boven het geheel hangt een sfeer van hebzucht, vooral onder kinderen die hun cadeautjes vergelijken (“Wat heb jij gekregen?”) en onder volwassenen, die zich zorgen maken over te hoge uitgaven en grote vermoeidheid. Het is de consumptiegerichte Kerst die zich overal heeft verspreid.
De tweede laag is het Kerstmis met een vleugje Charles Dickens. Op de traditionele kerstkaarten staan schaatsers op dik ijs, besneeuwde landschappen met postkoetsen die over de lanen racen, knapperende haardvuren en vrolijkheid met rode wangen. Deze laag bracht de kerstboom voort, en de mythe dat Christus werd geboren in een besneeuwd landschap dat meer op Duitsland dan op Bethlehem leek. Hier vindt men ook de traditionele kerstgerechten. Het is de kerst van het familiefeest, wat in wezen een prachtig en waardevol idee is. Het is de kerst van goede wil jegens alle mensen, van filantropie en ruimhartigheid. Bij gebrek aan geloof hebben deze waarden veel te bieden. De meeste mensen doen elk jaar een poging om deze versie van Kerstmis te vieren.
De derde laag is die van de kerststal. De meeste mensen zijn verrast wanneer ze ontdekken dat Sint Franciscus in de dertiende eeuw de kerststal heeft uitgevonden als catechetisch hulpmiddel. De stal zal deze kerst weer worden opgebouwd in parochiekerken. Er zullen openluchtkerststallen zijn. Er zullen ook kleine kerststallen staan in de woonkamer. In elke kerk en in vele huizen zal er een ontwerper zijn die zegt: “Dit jaar zetten we de ezel en de os hier neer, voor de verandering”, en “Zou het niet leuk zijn als de drie wijzen de heuvel opkomen?” Zo nemen we onbewust de leiding over het tafereel. Is dat een beetje hetzelfde als wanneer je een poppenhuis inricht?
Dit is ook de laag van het vroegere kerstspel op school of in de kerk, dat in sommige opzichten hilarisch was, en in andere opzichten onverwacht ontroerend mooi. Een schoolzaal of kerk kan worden getransformeerd door een kerstspel. De lichten dimmen en de onbevangen stemmen zingen, en Maria en Jozef banen zich een weg door het publiek naar de deur van de herberg. Er zijn niet veel rekwisieten nodig.
Kinderen zijn transparant. De waarheid van de gebeurtenis is aanwezig.
De diepste laag is het moeilijkst te doorgronden. Het is ook de eenvoudigste. Het is de wetenschap dat in Israël, ruim 2000 jaar geleden, een jonge vrouw een kind kreeg. En dat op dat moment, en in dit kind, God zijn eigen schepping kwam bewonen. Het oneindige drong door in het eindige.
Keren we even terug naar Rome. Op het plafond van de Sixtijnse Kapel beeldt Michelangelo God de Vader af die zich vanuit de hemel naar beneden buigt en met zijn wijsvinger de uitgestrekte wijsvinger van Adam aanraakt: de overdracht van het leven. In Bethlehem raakt God ons niet aan met zijn wijsvinger; Hij komt met zijn hele wezen en overspoelt onze menselijke natuur met zijn aanwezigheid. Hij komt met groot mededogen omdat de mensheid, zijn grote liefde, zijn geesteskind, zijn oogappel, gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis, zichzelf in een onoplosbare knoop heeft gewerkt. De enige manier om die knoop te ontwarren is van binnenuit. Dus komt Hij.
Wij die de rest van het verhaal kennen – het leven, de dood, de opstanding en de hemelvaart van Jezus – zijn geneigd om Kerstmis simpelweg te zien als een noodzakelijke tussenstop op de weg. Het is echter zoveel meer dan dat. Het is de komst van de Heer, met medelijden en liefde en genezing. Als zodanig beantwoordt het aan een van de diepste verlangens van de menselijke geest, het verlangen om gered, gerustgesteld, genezen, hersteld en rechtgezet te worden, omdat (en het kind in ons roept nog steeds) ‘ik het niet alleen kan’.
Dus komt Hij. Hij komt naar al zijn kinderen gezamenlijk, en naar ieder van ons afzonderlijk.
Zalig Kerstfeest!
Joris De Jonghe