Richtlijnen in verband met het zingen in de kerk
Vanaf dinsdag 1 september 2020 geldt een nieuwe fase in de hervatting van de publieke liturgische vieringen. In uitvoering van de Nationale Veiligheidsraad van donderdag 20 augustus 2020, kunnen vanaf 1 september 2020 opnieuw maximum tweehonderd mensen deelnemen aan een viering in een kerk. Een afstand van 1,50m blijft daarbij de stelregel. Ook de verplichtingen om een masker te dragen en handen te desinfecteren bij het betreden van het kerkgebouw blijven gelden, aangezien het een openbare plaats is.
In overleg met de experts is het draaiboek van de katholieke Kerk bij de hervatting van de publieke liturgische vieringen aangevuld met een aantal belangrijke richtlijnen in verband met het zingen in de kerk.
Richtlijnen in verband met het zingen in de kerk
1. Solozang door één enkele cantor/voorzanger blijft toegestaan mits de cantor 5 m. afstand bewaart t.a.v. de gelovigen.
2. Samenzang (=gezamenlijk zingen door deelnemers/gelovigen van de eredienst) blijft tot nader order verboden.
3. Koorzang is enkel toegestaan mits men voldoet aan volgende voorwaarden:
- een koor kan de (eucharistie)viering opluisteren, op voorwaarde dat hiermee het maximaantal aanwezige kerkgangers niet wordt overschreden; als een kerkkoor bijvoorbeeld bestaat uit 20 leden kan die kerk slechts 180 ‘andere’ gelovigen toelaten; de koorleden worden dus vanzelfsprekend meegerekend als kerkgangers
- koorzangers dienen onderling een afstand van minstens twee meter te bewaren
- koorzangers bewaren een afstand van minstens vijf meter t.a.v. de kerkgangers
- koorzangers staan geschrankt opgesteld en kijken allen in dezelfde richting
- koorzangers dienen tijdens het zingen een mondmasker te dragen
- voor groepen die enkel uit kinderen jonger dan 12 jaar bestaan, zijn de onderlinge afstand en het mondmasker voor de zangers niet van toepassing
- voor gemengde leeftijdsgroepen (zowel -12-jarigen als +12-jarigen) gelden wel de strengste maatregelen, en moeten alle zangers afstand bewaren en een mondmasker dragen tijdens het zingen.
4. Voor kloosters en abdijen waar de zusters en de paters onder hetzelfde dak wonen is zingen in het koor toegelaten mits de gelovigen in de kerk zich op minstens 5 meter afstand bevinden.

