Vergeving ~ Stap 11: Je openstellen voor de genade
'Het woord vooraf' kadert deze twaalfdelige reeks 'Samen groeien naar en nieuw begin'.
Naar de vorige stap: Ophouden met absoluut te willen vergeven
We zitten vast
Geert (°) was een van de meest geliefde deelnemers van de groeigroep. Een jaar na de groeigroep sloeg het noodlot toe. Geert kreeg een hartaanval en overleed na een paar dagen. |
Als we op weg gaan in vergeving, ontdekken we steeds meer dat we onszelf niet aan de eigen haren uit het moeras kunnen trekken. We hebben zelf niet voldoende kracht hiervoor, we hebben kracht nodig die we krijgen van buiten ons. Sommige mensen noemen deze kracht een Iets: het Licht, de Liefde, een positieve Energie. Christenen spreken over een Iemand: de God van Liefde. Deze God maakt het mogelijk dat de mens boven zijn eigen kunnen wordt uitgetild. We kunnen ons enkel voorbereiden en wachten op deze ervaring van liefde, die alles weer doet stromen.
Misschien doet de bovenstaande paragraaf de wenkbrauwen fronsen. Want dat klinkt allemaal heel mooi, maar misschien ook wat zweverig. Wat heeft Iets of Iemand die ons letterlijk te boven gaat, te maken met ons dagelijks leven? Hoe kunnen we contact maken met Iets of Iemand? En meer nog, wat moeten we precies verstaan onder ‘een God van Liefde’? Als vijf mensen spreken over God, is er een goede kans dat ze vijf verschillende godsbeelden hebben. Over welke God spreken we hier?
De barmhartige God en de rechtvaardige God
Ons christelijk geloof zit vol tegenstellingen. God is helemaal mens geworden en toch helemaal God gebleven. God is Drie en Eén, een Drie-eenheid. Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen. We zijn in de wereld, maar niet van de wereld. We moeten opnieuw geboren worden, al zijn we oud. Als de graankorrel niet sterft, kan hij geen vrucht dragen. Deze tegenstellingen vinden we ook terug in de godsbeelden. God is de rechtvaardige rechter, een wreker van onrecht, én de barmhartige, vergevende God.
Telkens opnieuw stuit de aandachtige lezer op zaken waarvan hij of zij zegt: ‘Maar hoe kan dit nu? Die twee dingen spreken elkaar toch tegen?!’
Eén oplossing voor dit probleem bestaat erin om een van beide polen van de tegenstellingen uit te vergroten, ten koste van de ander. Meestal is dat dan die pool waarbij een mens of een cultuur zich het meest comfortabel voelt.
Zo koos men eeuwenlang voor het beeld van de oordelende God. Dat werkte prima in harde tijden, waar streng en rechtvaardig leiderschap moest zorgen voor bescherming tegen de vele gevaren. Met verhalen over een God-rechter ondersteunde de kerkelijke macht de wereldlijke macht, en kon hierdoor ook zelf delen in die macht. De Jezus die resoluut naast de minsten in de samenleving ging staan, werd weggemoffeld. Hij was er nog wel, als een doekje voor het bloeden voor de kleine mens, maar dat veranderde niet veel aan de manier waarop de samenleving georganiseerd werd.
Vandaag zien we het omgekeerde gebeuren. De moderne mens heeft wel oren naar de vergevingsgezinde Jezus, die optrekt met prostituees en tollenaars, maar weet niet goed blijf met teksten over oordeel of hel. Die beschouwen we als primitief en er worden pogingen gedaan om ze te bestempelen als niet-authentiek of tijdsgebonden.
We hebben vaak niet eens door hoeveel cultureel snobisme hierachter schuilgaat. We gaan er zomaar van uit dat onze postmoderne kijk op het leven superieur is aan de visie van andere culturen of tijden. We scheppen een god naar ons beeld en gelijkenis, omdat we ervan uitgaan dat dit de best mogelijke god is.
Maar wat nog belangrijker is: een eenzijdige klemtoon op een van beide godsbeelden – de rechter of de barmhartige – brengt mensen ook nooit bevrijding.
In het eerste geval gaan mensen gebukt onder de dictatuur van een alziende, veroordelende God. De toorn van deze heilige en rechtvaardige God kan slechts met de grootste moeite afgewend worden.
‘Zoals jij over God praat, vind ik het wel fijn’, merkt Katrien (°) op, terwijl ze aan haar koffie nipt. ‘Maar ik zou nooit een voet kunnen binnen zetten in een kerk.’ |
Vanuit deze kijk op God zijn heel wat ongezonde godsbeelden ontstaan: de god-boekhouder die nauwgezet al onze verkeerde gedachten en gedragingen bijhoudt, de onverbiddelijke rechter, de pietluttige zedenpreker, de perfectionistische leraar, …
Deze godsbeelden maken vergeven onmogelijk. Ze maken geluk onmogelijk. Ze eisen alles, en vergeven ons niet dat we falen.
Als deze god-boekhouder of god-zedenpreker of god-rechter eisen dat we vergeven, is er een discrepantie tussen hun vraag en hun wezen. De enige vergeving die vanuit een dergelijk godsbeeld kan groeien is een vernederende vergeving, die de gever superieur maakt aan de ontvanger.
We kunnen ook een eenzijdige klemtoon leggen op de barmhartige God. Hier krijgen we een godsbeeld van een universele geest van liefde die ons vooral vraagt om ons in te zetten voor de onderdrukten en de mensenrechten. En hoe waar dit godsbeeld ook is, bij een eenzijdige belichting ervan krijgen we ook niet wat we nodig hebben om de weg in vergeving te gaan. Ook uit deze visie groeien godsbeelden die niet de kracht hebben om levens te veranderen.
Even strak omlijnd als de godsbeelden vanuit de God-rechter kunnen zijn, even wazig en zweverig kunnen deze godsbeelden worden: een positieve energie, een bron van liefde waaruit we kunnen tappen wanneer we dat nodig hebben, een kosmisch knuffeldekentje of een goedige grootvader, die alles wel oké vindt. Iemand die vanuit zijn gemakkelijke zetel in de hemel vriendelijk zit te knikkebollen en zegt: ‘Ach wat, als ze maar gelukkig zijn.’
In het beschermde Westen voelen we ons doorgaans vrij comfortabel met dit godsbeeld, tot we geconfronteerd worden met diep onrecht. Dan kan die god die alles prima vindt ons niet geven wat we nodig hebben om te vergeven.
De aan Yale verbonden theoloog Miroslav Volf is een Kroaat die getuige en slachtoffer was van het geweld op de Balkan. Hij heeft niet veel aan het godsbeeld van een aardige grootvader die wil dat de zon schijnt voor iedereen. Hij stelt dat het geloof in een rechtvaardig oordelende God het enige is wat mensen in een dergelijke situatie overeind houdt en hen verhindert om geweld met geweld te beantwoorden.
Volf windt er geen doekjes om: ‘Als God niet kwaad zou zijn over onrecht en bedrog, als hij geen einde zou maken aan geweld, dan zou hij geen aanbidding waardig zijn.’ (Miroslav Volf, Exclusion and Embrace: A Theological Exploration of Identity, Otherness, and Reconciliation, Abingdon, 1996, blz. 303-304, zoals geciteerd in Tim Keller, In alle redelijkheid – Christelijk geloof voor welwillende sceptici, Uitgeverij Van Wijnen, Franeker, 2008, blz. 90-91.)
Het verlangen naar een rechtvaardig oordeel herkennen we ook in ons eigen leven. We kunnen ervoor kiezen om ons niet te wreken, maar onze honger naar rechtvaardigheid kunnen we niet het zwijgen opleggen.
‘Je ziet er goed uit. Heb je lekker geslapen?’ vraagt Isabel (°) aan haar tienerdochter Klare. ‘Ik heb heerlijk geslapen’, rekt Klare zich uit. |
We kunnen besluiten dat het niet werkt om de tegenstelling tussen beide godsbeelden op te lossen door één facet te belichten ten koste van het ander. Dan komen we steeds God tekort op onze weg in vergeving. Maar hoe kunnen we dan wel omgaan met deze tegenstelling?
Het verhaal van Jezus: waar Gods oordeel en Gods barmhartigheid samenkomen
Het antwoord op deze vraag is geen theorie of dogma, het is een persoon.
In Jezus blijkt de onoverkomelijke tegenstelling niet meer dan een schijnbare tegenstelling te zijn. In Hem zien we hoe het eigenlijk steeds over hetzelfde gaat: liefde. Goddelijke liefde is rechtvaardig én barmhartig.
Jezus leefde deze liefde. Jezus stierf uit deze liefde. In zijn verhaal worden de uitersten van de schijnbare tegenstrijdigheid met elkaar verbonden.
Onze vragen worden er misschien niet in beantwoord, maar komen er wel tot rust.
Aan het kruis bracht Jezus de rechtvaardige en barmhartige God samen. ‘Hij is voor onze zonden gestorven’, ‘Hij heeft onze schulden gedragen’, zegt de Bijbel en alle christelijke denominaties over de hele wereld beamen dit. Er bestaan veel manieren waarop christenen dit begrijpen. En waarschijnlijk zal een christen in de loop van zijn of haar leven ook nieuwe dimensies in deze uitspraken ontdekken.
Eén ding staat vast: in deze uitspraken worden beide dimensies met elkaar verenigd: de ‘lichte’ dimensie van de barmhartige liefde. Er is geen grotere liefde dan je leven voor iemand geven. En de ‘donkere’ dimensie van de schuld en de schreeuw om rechtvaardigheid. Het evenwicht moet hersteld worden. Een schuld kan niet zomaar verdwijnen, ze moet gedragen worden, er moet een prijs betaald worden.
Hoe hoog de prijs van vergeving is, hebben we het afgelopen jaar mogen ervaren. Mijn broer had zichzelf in de nesten gewerkt. Door een opeenstapeling van verkeerde keuzes was hij in een neerwaartse spiraal terechtgekomen. Toen zijn koop- en drankverslaving hem ook nog zijn werk kostten, ging het steil naar beneden. Vergeven is veel meer dan een zweverig gevoel of een mooie intentie. Het kost iets: tijd, geld, energie, het offer van persoonlijk geluk. Het doet pijn. |
Kan het zijn dat het kruis de grootste actie van vergeving is, tegen de allerhoogste prijs?
Hoeveel schuld heeft de mensheid al niet op zich geladen? Oorlogen, milieuverontreiniging, genocides, machtsmisbruik, verbroken beloftes, onverdraagzaamheid, racisme, exploitatie, moord,… de lijst is eindeloos, het gewicht verpletterend.
Niet alleen doen we elkaar veel onrecht aan, ook veroorzaken al deze dingen die geen liefde zijn, een onoverkomelijke afgrond tussen de mens en zijn schepper, die liefde en goedheid is.
Sommigen verwoorden de kruisdood van Jezus als volgt. Geen mens kan die kloof dichten. Geen mens kan die prijs betalen. Die schuld kan ook niet zomaar als bij toverslag verdwijnen – dan zou de menselijke, vrije wil een farce zijn en de rechtvaardige God een klucht. Dus heeft God zelf het evenwicht hersteld. In Jezus nam God alle schuld op zich. In Jezus is God voor onze zonden gestorven.
Anderen leggen een andere klemtoon. Hij is tot op het allerlaatste moment blijven liefhebben. Die liefde bleek sterker dan de smaad en haat van zijn vijanden, sterker dan de pijn van de marteldood, sterker dan alle zonden van de wereld. Hij verbond ons weer in alles en doorheen alles met de liefde van de Vader.
We kunnen Jezus’ kruisdood nog vanuit vele andere hoeken bekijken, zoals men een diamant kan draaien, en er telkens nieuw licht op valt.
En wat was nu het doel van dit alles? Wat kwam Jezus hier doen? Natuurlijk om ons iets te leren; maar zodra je het Nieuwe Testament of andere christelijke geschriften openslaat, merk je dat het daar voortdurend over iets anders gaat: dat Hij stierf en dat Hij weer tot leven kwam. Het is duidelijk dat volgens christenen dat de hoofdzaak is. Het voornaamste wat Hij op aarde kwam doen, was volgens hen: lijden en ter dood gebracht worden. Uit: C.S. Lewis, Onversneden christendom, Uitgeverij Kok, 2006 (zesde druk), blz. 61-64. |
Hoe we Jezus’ offer begrijpen en aanvaarden is een levende ervaring, die niet in een uitleg of definitie kan gevangen worden. We proberen dat soms. We stamelen een getuigenis over dat onmetelijke geschenk van Gods liefde die tegelijk rechtvaardig en barmhartig is, en die groter is dan alle zonden en alle pijn.
Door de kracht van die liefde is het kruis niet het einde, maar een begin. Na het kruis is er de opstanding.
| ‘Vergeven?’ haalt Veerle (°) haar schouders op. ‘Wat is dat? Ik weet het niet. Ik heb er vreselijk mee geworsteld. Ik heb er theorieën over gelezen. Ik heb er therapie voor gevolgd. Het helpt allemaal niet. Ik blijf kapot vanbinnen.’ Margot knikt alleen maar. Ze weet wat Veerle heeft doorgemaakt. Het was bijna onwaarschijnlijk dat iemand in één mensenleven zoveel kan tegenkomen. Een brand. Een scheiding. En dan, een jaar geleden, de zelfdoding van haar zoon. De jongen was pas 24. ‘Er is maar één iets wat me rust geeft’, gaat Veerle verder. ‘Wanneer ik ga wandelen, kom ik een kruisbeeld tegen. Zo een klassiek kruisbeeld, met een Jezus die daar hangt, vastgespijkerd, één en al pijn, met die vreselijke doornenkroon. Ervoor staat een bankje, en daar ga ik dan op zitten. En ik kijk alleen maar. Ik weet niets van theologie, maar ik kijk naar Jezus en dat kruis. Dan voel ik me niet meer zo alleen. Daar kom ik tot rust. Daar vind ik kracht om verder te leven.’ |
Het verhaal over Jezus’ sterven en opstanding schittert het helderst tegen de gitzwarte achtergrond van diep lijden.
Maar deze grote verhalen kunnen ons inspireren in onze kleine verhalen, bij onze ‘huis-, tuin- en keukenvergeving’. Vergeving voor de ergerlijke bemoeizucht of onverschilligheid van onze partner. Het gemis aan ondersteuning of waardering bij een superieur. De kleinzieligheid van kerkgenoten. De onverdraagzaamheid van jonge kinderen. De rebellie van grotere kinderen. De afstandelijkheid van volwassen kinderen of van ouders. De kritiek van een vriend die aanvoelt als verraad. De kwetsende reactie van een vriend terwijl je alleen maar wilde helpen met jouw kritiek. De kleine kruisjes in ons leven.
Kunnen we met onze verhalen op adem komen in het verhaal van Jezus’ kruis?
Vinden we er een liefde die zoveel groter is dan ons? Zo groot dat we ze onmogelijk konden verdienen? Zo groot dat al onze tegenstellingen erin oplossen?
Christenen hebben een naam voor deze liefde om niet: genade.
Hoe kunnen we ons voor deze genade openstellen?
Hoe kunnen we ons openstellen voor de ervaring van een liefde die heelt en die oneindig veel groter is dan onze schuld en onze liefde? Hoe stellen we ons open voor de genade?
Een eerste stap is een uitzuivering van onze godsbeelden. Net zoals er vier evangelisten nodig waren om het verhaal van Jezus te vertellen, hebben mensen elkaar nodig om meer te zien over wie God is. Naarmate onze ‘bril’, ons godsbeeld, helderder wordt, kan de genade veelkleuriger bij ons binnenstromen.
Er zijn verschillende manieren om ons steeds meer open te stellen voor deze genade. We stippen er drie kort aan, maar er zijn er veel meer.
Een ervan is opnieuw aansluiting zoeken bij de spiritualiteit die we als kind hadden.
Elke mens heeft immers God ervaren, lang voor iemand hem of haar over God heeft gesproken. Als kind verwonderden we ons over sneeuw en korenbloemen, proefden God in de wind terwijl we door de velden liepen, voelden ons dicht bij God terwijl we verhalen verzonnen en speelden in het warme zand. Of misschien zagen we God wel in het spel met onze vrienden of in de veilige armen van onze ouders.
We hadden toen nog geen taal om over God te spreken en zelfs te denken, we kenden misschien niet eens Bijbelverhalen, maar God wacht niet op een catechist, godsdienstleraar of priester om dicht bij mensen te zijn. Het loont de moeite om ons de vraag te stellen waar de Liefde voor ons als kind stroomde, waar we ons geliefd en vol leven voelden. Deze vroegste ervaringen vertellen ons iets over onze unieke toegangspoort tot de genade van God. Deze ervaringen uit onze kindertijd opnieuw een plaats geven in ons leven wijst Jezus aan als de weg om het Rijk van God binnen te gaan.
Bidden met de Bijbel is een andere manier. De Lectio divina is een eeuwenoude, spirituele praktijk bij monniken waar Gods Woord aandachtig en indringend wordt gelezen. Er zijn vier stappen. Bij de lectio lees je de tekst aandachtig een paar keren. Je gaat niet analyseren of erover nadenken, je proeft de tekst alleen. In de meditatio overweeg je de tekst. Wat zijn de kernwoorden? Hoe komt dit bij jou binnen? Vervolgens stel je je open voor God. In deze beweging, de oratio, breng je je leeservaringen en gedachten in gebed. De vierde beweging, de contemplatio kun je niet organiseren of forceren. Het is het moment waarop er een inzicht komt, het is het moment van genade. Soms wordt er hier een vijfde component aan toegevoegd: de actio: het moment waarop je de nieuwe inzichten gaat toetsen aan de praktijk.
Ook in het ignatiaans gebed staat het meditatieve lezen van de Bijbel centraal, met bijzondere aandacht voor de bewegingen in je binnenste, in je ziel. Wat trekt je aan? Waar vind je smaak in? Wat stoot je af? Er wordt gevraagd om ook te durven blijven stilstaan bij wat weerstand oproept. Pas dan kan ons beeld van God verruimd worden, in plaats van een god te scheppen naar ons beeld en gelijkenis.
Ten slotte is er het gebed zonder woorden. Dit is een heel eenvoudige methode, maar dat wil niet zeggen dat ze gemakkelijk is. De biddende persoon maakt het hierbij helemaal stil in zichzelf: hij of zij zit stil, praat niet en denkt zelfs niet. Zo maakt men zichzelf tot één en al ruimte voor de aanwezigheid van God.
Eeuwen geleden ontdekte men reeds dat een mantra helpt om tot deze stilte te komen. Een mantra is een gebedswoord dat (in stilte) op het ritme van een rustige ademhaling herhaald wordt. Het dient als een sneeuwruimer, die alle rusteloze gedachten als door elkaar dwarrelende sneeuwvlokken wegvaagt. Jezus zegt: ‘Het koninkrijk der hemelen is in u.’ Voor wie regelmatig meditatie beoefent, wordt dit een ervaring.
STAP 11 IN EEN NOTENDOP |
STAP 11 BIJ JOU THUIS Wil je je de spiritualiteit van jouw kindertijd her-inneren? Denk dan terug aan het spel waar je als jong kind helemaal kon in opgaan, het spel dat je alle tijd liet vergeten. Als je je niets kunt herinneren, kun je het aan je ouders vragen of misschien frist een oud fotoboek jouw geheugen op. Heel wat mensen kregen opnieuw voeling met het kind dat ze waren door een oude, mooie foto in de woonkamer te zetten en er regelmatig naar te kijken. Probeer je te herinneren hoe je je toen voelde. Wat voor kleren had je aan? Waar had je zoveel zin in? Speelde er iemand met je mee? Wat in dat spel maakte je het gelukkigst? Bidden met de Bijbel kun je leren. Mediteren en stilte ervaren kan ook met kinderen. Eigenlijk geef je hen hier een bijzonder geschenk, dat ze hun hele verdere leven zullen blijven uitpakken, soms in moeilijke tijden. |
Goed om te weten
Naar de vorige stap: Ophouden met absoluut te willen vergeven
Naar de volgende stap: De relatie stopzetten of vernieuwen


