Vlammetjes ~ Paulus in Athene
Het verhaal
Paulus was het rondtrekkende leven stilaan gewoon. Elke stad was weer anders: soms waren er veel mensen getroffen door wat hij over Jezus vertelde. Dat was fantastisch: dan konden ze er niet genoeg van krijgen om hem avond na avond te horen vertellen. Na een poos lieten ze zich dopen en probeerden ze zelf als christenen te leven. Dat werd dan een echte vriendengroep. Maar soms werden de mensen boos en joegen ze hem de stad uit. Paulus was al een paar keer op een haar na aan de dood ontsnapt.
Nu was hij in de wereldstad Athene. Athene, de stad van de filosofen! Daar woonden genoeg mensen die wilden nadenken. Maar er stonden overal godenbeelden. De mensen geloofden liefst in zoveel mogelijk goden en godinnen tegelijk! Dat was natuurlijk iets heel anders dan wat Jezus vertelde…
‘Wie in één God gelooft, staat zwakker dan wie in vijf goden gelooft. En wie er tien aanbidt, is nog sterker!’ hoorde Paulus iemand langs de weg zeggen. Paulus liep naar het grote plein, de Areopaag. Daar kwamen de mensen bijeen om te luisteren als iemand iets te vertellen had. Daar wilde hij gebruik van maken!
Toen Paulus begon te spreken, bleven de mensen staan. Niet omdat hij knap was: daar was hij te klein voor en hij droeg ook geen dure kleren! Maar zijn felle ogen en zijn snelle woordenstroom trokken de aandacht. Hij sprak niet als een jood, alleen maar bezig met God en gebeden, maar als een slimme Romein die wist wat er in de wereld te koop was.
Een paar filosofen uit de school van Epicurus en uit die van de Stoa raakten met Paulus in gesprek. ‘Over welke vreemde goden kom jij ons vertellen?’ vroegen ze. Filosofen zijn altijd nieuwsgierig. Op het plein kwam je alleen samen om met anderen te discussiëren. Als er weer eens een nieuwe spreker was, zorgde dat voor wat afwisseling. Binnen de kortste keren stond er een heleboel volk om Paulus heen.
'Jullie mensen uit Athene zijn een buitengewoon godsdienstig volk', zei Paulus. Klopte dat? En hoe kon hij dat weten? 'Overal godenbeelden, overal tempels!' ging Paulus verder. 'Ik vond zelfs een altaar met het opschrift: aan een onbekende god. Daarom kom ik jullie vertellen wie jullie vereren zonder het te weten: de God die de wereld gemaakt heeft en aan de mensen het leven heeft geschonken. Deze God heeft ons mensen als zoekers gemaakt, die ernaar verlangen God te vinden.
Jullie moeten dus geen goden zoeken in goud of zilver of afbeeldingen door mensen gemaakt. God is groter dan dat. Hij heeft Jezus naar de mensen gestuurd en Hij zal alle mensen laten opstaan uit de dood.'
Toen de Atheners dat hoorden, begonnen er een heleboel te lachen. 'Opstaan uit de dood, dat zouden wij ook wel willen! Maar als je dood bent, is het gedaan, beste man!' Anderen zeiden: 'Daarover willen we nog meer horen.'
Paulus zag dat hij hier en daar iemand aan het denken had gezet. Iemand die zich afvroeg of het waar was, dat één God voor alle mensen zorgt. Een God die veel groter was dan zelfs de oppergod Zeus. En niet half zo wispelturig, nee, een God die door en door goed was. Hier en daar begon een Athener ervan te dromen, dat hij voortaan bij zo’n God zou mogen horen.
Morgen zou Paulus opnieuw gaan vertellen. Elke dag weer, zolang als het nodig was.
Naar Handelingen 17,16-34
Uit: Hosanna! Kinderbijbel met meer dan 150 verhalen (Kolet Janssen, ill. Roel Ottow, Van In, 2013) pag. 230.
Denkvraag
Paulus zegt dat alle mensen zoekers zijn. Wat denk jij daarvan? Waarnaar zijn ze op zoek?
Doe-tip
Maak een reclamebordje voor onze God. Welke eigenschappen zou je zeker in de verf willen zetten?
Gebed
Lieve God,
Jij dwingt niemand om in Jou te geloven.
Maar je houdt van alle mensen.
Je laat niemand vallen.
Alle mensen horen bij Jou.
Laat dat doordringen tot diep in ons hart.
Amen.