Vlammetjes ~ Paulus in Efeze
Het verhaal
Op één van zijn reizen kwam Paulus in de stad Efeze. Hij bleef er een hele tijd. Zoals gewoonlijk trok hij regelmatig de stad in om te gaan vertellen over Jezus, aan de joden en aan al wie het horen wilde. Sommige mensen lieten zich dopen, maar bij de joden was er ook heel wat tegenstand. Maar op een dag werd het echt gevaarlijk! Het begon allemaal met Demetrius. Demetrius was zilversmid. Hij had wel zeventig mannen in dienst die voor hem zilveren Artemis-tempeltjes maakten. Die verkochten ze aan de pelgrims die naar de wereldberoemde tempel van de godin Artemis kwamen. Ze werden in de hele streek verkocht. De Artemis-tempel was heel belangrijk voor de stad: niet alleen Demetrius en zijn mannen leefden ervan, ook nog heel wat andere mensen: herbergiers, uitbaters van eethuisjes, verkopers van souvenirtjes en noem maar op.
Demetrius hield een toespraak tot zijn mannen: 'Vrienden, jullie weten dat van dit bedrijf onze welvaart afhangt. Die Paulus is een bedreiging voor onze stad: hij vertelt overal dat je niet moet geloven in goden die door mensenhanden zijn gemaakt. Hij ondermijnt onze handel in zilveren tempeltjes, en hij maakt zelfs de grote tempel zelf belachelijk! En dat vertelt hij niet alleen hier, maar overal waar hij komt. Als we niets doen, is het binnenkort afgelopen met de verering van onze wereldberoemde Artemis!'
'Beste mensen, ' zei hij, 'iedereen weet dat de zorg voor de tempel van de grote Artemis is toevertrouwd aan de stad Efeze. Daar is geen discussie over mogelijk. Maken jullie je dus niet druk en doe geen domme dingen. De mannen die jullie hier vasthouden, hebben de godin Artemis niet beledigd en haar tempel niet beschadigd. Als Demetrius en zijn collega's iemand iets te verwijten hebben, moeten ze een klacht indienen bij de rechtbank en dan zal die klacht zeker onderzocht worden. En nu kunnen jullie beter naar huis gaan, voor we in Rome de naam krijgen een stad van oproerkraaiers te zijn!'
Het leek alsof de mensen opeens nuchter werden. Ze dropen af. Aristarchus en Gajus mochten naar huis. Daar liep Paulus te ijsberen. Hij was heel opgelucht toen hij zijn vrienden zag. Ze hadden hem met geweld moeten tegenhouden om niet ook naar het theater te gaan. Gelukkig waren ze daarin geslaagd! Want Paulus kan goed praten, maar hij zou zeker de Efeziërs nog meer tegen zich in het harnas hebben gejaagd.
Na een paar dagen trokken Paulus en zijn vrienden weer verder. Het was altijd afwachten hoe de mensen van een stad hen zouden ontvangen. Kregen die rondtrekkende apostelen daar niet genoeg van op de duur? Sommigen wel, die verlangden na een poosje naar huis, naar een leven van rust en vrede. Paulus niet. Die droomde er al van om naar Rome te reizen. Daar was ook een groepje christenen en hij zou niet rusten voor hij ook hen had opgezocht.
Naar Handelingen 19,23-40
Uit: Hosanna! Kinderbijbel met meer dan 150 verhalen (Kolet Janssen, ill. Roel Ottow, Van In, 2013) pag. 234-235.
Denkvraag
Zou zoiets nu nog kunnen gebeuren, dat mensen in groep zomaar iemand bedreigen en slaan omdat hij/zij iets doet of zegt waar ze het niet mee eens zijn?
Doe-tip
Maak een mooi christelijk ‘souvenirtje’. Hoe ziet het eruit? Wat moet het voorstellen? Teken het op karton, knip het uit en schilder het. Misschien kun je het ergens ophangen of als hangertje gebruiken. Of het aan je polsbandje vastmaken.
Gebed
Lieve God,
Ik wil graag laten zien dat ik christen ben.
Door een kruisje te dragen of een ander symbool.
Maar misschien nog het meeste door te leven zoals Jezus deed.
Dat is moeilijk, maar Jij helpt ons altijd.
Amen.