Vlammetjes ~ Saulus wordt Paulus
Het verhaal
Saulus was een slimme en handige jongen. Zijn vader in Tarsus was trots op hem. Hij kon tenten maken als de beste. En in de lessen van Gamaliël, die de jongens de heilige schriften leerde begrijpen, stelde hij verstandige vragen. Daarom was hij op zijn plaats in Jeruzalem: daar kwamen de beste studenten samen. Elke dag leerde Saulus er meer over de mooie verhalen van zijn geloof. Hij ontdekte er diepe wijsheden in en vond een uitleg voor elk probleem. Hij hield van zijn joodse geloof en wilde het tegen alles en iedereen verdedigen. Ook tegen die rare groep van christenen, die de laatste tijd zo veel van zich liet horen in Jeruzalem.
Toen de hogepriesters een paar vrijwilligers vroegen om de christenen in de stad Damascus op te pakken en naar Jeruzalem te brengen, was Saulus meteen kandidaat. Samen met een paar vrienden vertrok hij al vroeg in de morgen. Hij liep zo snel dat de anderen hem nauwelijks konden bijhouden.
‘Een beetje rustiger, alsjeblieft, Saulus!’ riep één van zijn vrienden. ‘Die christenen verdwijnen echt niet zo snel!’
‘Wat is er eigenlijk mis met die christenen?’ vroeg een andere vriend, toen ze halverwege de dag even halt hielden om iets te eten. ‘Zo slecht zijn ze toch niet? Ze geloven toch in de schriften, net als wij? Waarom moeten wij ze dan oppakken?’
Saulus keek hem nijdig aan. ‘Begrijp je dat niet?’ zei hij. ‘Die christenen maken ons joodse geloof kapot!’
‘Hoezo?’ vroeg zijn vriend. ‘Ze zeggen toch ook dat je de armen moet helpen en dat je tot God moet bidden?’
Saulus spuwde een stuk vijgenschil uit. ‘Ze zeggen dat die Jezus van hen de Messias is', brieste hij. 'Zo'n halfgare kerel die bovendien aan het kruis is gestorven!'
'Ja, dat is natuurlijk onzin', gaf zijn vriend toe. 'Maar verder doen ze toch geen vlieg kwaad? Ik heb zelfs gehoord dat die Petrus van hen mensen kan genezen.'
'Veel te veel Joden laten zich door hen overtuigen', zei Saulus. 'Daar wil ik een einde aan maken.' Hij keek grimmig voor zich uit, alsof hij aan niets anders meer kon denken.
Hij veegde zijn mond af en ging weer op pad. De anderen zuchtten en sjokten achter hem aan. Saulus was een doorzetter, die nooit opgaf. Zijn vrienden werden wel eens moe van hem.
Toen kwam er een man aan de deur. 'Mijn naam is Ananias', zei hij. 'Ik ben christen. Jezus heeft mij naar Saulus gestuurd.' De vrienden grepen naar hun zwaard. Een christen, die durfde! Hun gastheer wilde Ananias al wegsturen, maar Saulus strompelde met zijn handen langs de muur naar hem toe. Ananias legde zijn handen op het hoofd van Saulus. Saulus knipperde met zijn ogen. Zijn blik werd weer helder. Hij wilde iets eten. Daarna ging hij met Ananias mee.
'Vertel mij over die Jezus van jullie', hoorden zijn vrienden hem nog zeggen toen hij de deur uitging. Met evenveel ongeduld in zijn stem als toen hij de christenen ging vervolgen.
Saulus kwam niet meer terug. De vrienden hoorden dat hij zich had laten dopen. Een paar
dagen later zagen ze hem in de synagoge. Hij stond op en begon uit te leggen dat Jezus echt de Messias was. Sommige mensen begonnen te twijfelen. Anderen zegden: 'Maar dat is toch Saulus, die man die zoveel christenen de dood heeft ingejaagd? Is hij nu opeens christen geworden?'
Naar Handelingen 9,1-25
Uit: Hosanna! Kinderbijbel met meer dan 150 verhalen (Kolet Janssen, ill. Roel Ottow, Van In, 2013) pag. 225-226.
Denkvraag
Ben jij ooit al eens helemaal anders over iets of iemand gaan denken? Vertel erover.
Doe-tip
Verdeel de rollen van het verhaal over de groep. Iemand is Paulus, twee mensen zijn zijn vrienden, iemand is Ananias. Ga om de beurt op een stoel in het midden zitten. De anderen mogen je vragen stellen. Bijvoorbeeld: waarom begon je te twijfelen? Vond je het niet raar om opeens het omgekeerde te gaan doen van wat je eerst deed? Hoe is het om de vriend van Paulus te zijn? Was je als Ananias niet bang om naar een huis van joden te gaan? De persoon op de stoel antwoordt zo goed mogelijk.
Gebed
Lieve God,
We danken Jou voor Paulus.
Hij heeft veel mensen over Jezus verteld.
Hij heeft brieven geschreven die wij nog altijd lezen.
Hij bracht veel mensen dichter bij Jezus en bij Jou.
Hij was niet bang om zich belachelijk te maken.
Hij was altijd bezig om mensen te overtuigen.
Wij kunnen veel leren van hem.
Amen.