Sint-Sulpitiuskerk Diest in de steigers: ‘Belangrijke stap in behoud van historisch erfgoed’
De Sint-Sulpitiuskerk ligt op het marktplein van de Oranjestad, naast het stadhuis. Ze is niet alleen de hoofdkerk van Diest, de kerk vormt ook een kenmerkend stadsbeeld en getuigt van een rijke geschiedenis. Zo heeft prins Filips Willem van Oranje (1554-1618) er zijn laatste rustplaats, de oudste zoon van Willem van Oranje. De werken die zowel aan de binnenkant als aan de buitenzijde van de kerk plaatsvinden, zijn dan ook noodzakelijk. Zo krijgen stukken van de gevelbekleding, het dak en enkele glas-in-loodramen een opknapbeurt. Als alles vlot, zou de restauratie begin oktober klaar moeten zijn.
Met de werken zet de Oranjestad een belangrijke stap in het behoud van haar historisch en cultureel belangrijk erfgoed. ‘Als Diestenaren moeten we trots zijn op ons erfgoed, dat niet alleen getuigt van de rijke geschiedenis van onze stad, maar ook een belangrijke toeristische aantrekkingskracht heeft’, zegt Jeroen Overmeer, schepen van Patrimonium en Erediensten. De erediensten kunnen de komende maanden gewoon doorgaan en ook het Museum voor Religieuze Kunst blijft open volgens de normale openingsuren.
Investeren in kerken is geen nostalgische luxe, maar een noodzakelijke daad van hoop.
pastoor Felix Van Meerbergen
‘De schoonheid van een kerk als deze overstijgt religie’, vertelt pastoor Felix Van Meerbergen aan de vooravond van de werken. ‘Ze spreekt een universele taal die zowel de gelovige als de niet-gelovige kan raken. Onze kerk is een verzamelpunt van cultuur en identiteit. In een samenleving waar gemeenschappen steeds meer versnipperd raken, biedt ze een ruimte voor verbinding. Niet alleen tussen mensen, maar ook tussen generaties. Het is de plek waar de verhalen van het verleden de hoop van de toekomst ontmoeten. Het behoud van deze plekken is een oproep om opnieuw stil te staan bij de vragen die ertoe doen: Wie zijn wij? Wat betekent het om mens te zijn? Waar vinden wij schoonheid en troost? De kerk blijft, ook in deze stad waar geloof minder wordt, een huis van ontmoeting, verwondering en visie. En dat maakt haar, meer dan ooit, onmisbaar.’


