Overslaan en naar de inhoud gaan
Ga naar Otheo
HomeGraag samen
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
Search form expand icon
Mobile menu expand iconMenu
HomeGraag samen
Mobile menu expand iconSluiten
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
  • Wie zijn we?
  • De visie achter 'Graag samen'

Vlammetjes ~ Paulus in de gevangenis en op weg naar Rome

De verdere avonturen van Paulus
Kolet Janssen

Kolet Janssen

Het verhaal

Paulus was opnieuw naar Jeruzalem gereisd. Zijn vrienden hadden hem er onderweg al voor gewaarschuwd dat hij daar beter weg kon blijven. De joden daar hadden namelijk te horen gekregen dat Paulus overal aan niet-joden vertelde dat ze zich niet hoefden te laten besnijden en dat ze al die joodse wetjes niet hoefden na te leven. Daar waren de joodse leiders het helemaal niet mee eens en dus wilden ze zijn vel. Maar ja, Paulus was nu eenmaal geweldig eigenzinnig: als hij iets in zijn hoofd had, was hij daar meestal niet meer vanaf te brengen. Dus ging hij toch naar Jeruzalem, want hij wilde ook weten hoe het met Jakobus en de anderen was. Buiten Palestina overtuigden de christenen heel veel mensen, maar in Jeruzalem liep dat een heel stuk moeilijker. Al die Sadduceeën met hun streken en die Farizeeën die de hele Bijbel van buiten kenden, die raakten niet zo snel overtuigd van het belang van Jezus.

Paulus was nog geen week in Jeruzalem, toen ze hem beetpakten op het tempelplein. Ze riepen dat hij de tempel had ontwijd door er een niet-joodse vriend mee naartoe te nemen, maar dat was niet waar. Paulus had Trofimus niet meegenomen naar dat deel van de tempel dat alleen voor joden was. Maar ze begonnen hem met een heleboel tegelijk hard te slaan. Gelukkig voor Paulus zagen de Romeinse soldaten dat er iets aan de hand was, en hun hoofdman, de tribuun, bevrijdde Paulus en nam hem mee. Hij kreeg zelfs toestemming om het volk toe te spreken. Paulus vertelde hen hoe het met hem was gegaan: dat hij als jood was opgevoed en bij rabbi Gamaliël had gestudeerd, dat hij de christenen had vervolgd, maar dat hij op weg naar Damascus door Jezus zelf was geroepen om hem te volgen. Toen werden de mensen die naar hem luisterden zo kwaad, dat ze opnieuw begonnen te roepen en te tieren. Ze zwaaiden met hun kleren en gooiden stof in de lucht. De tribuun was bang voor oproer en gaf bevel om Paulus naar de kazerne te brengen en te laten geselen, zodat hij zou bekennen wat hij op zijn kerfstok had.
 

Toen de soldaten Paulus wilden vastbinden voor de geseling, vroeg hij hen: ‘Weten jullie wel dat ik een Romein ben? Gaan jullie een Romein geselen, zomaar zonder proces?’
De soldaten vertelden dit snel aan de tribuun, die meteen bezorgd kwam aanlopen.
‘Ben jij een Romein?’
Paulus liet hem zijn zegelring zien.
‘Ik heb voor dat Romeinse burgerrecht een fortuin betaald’, mopperde de tribuun.
‘Ik ben Romein van geboorte’, antwoordde Paulus. ‘Mijn vader is tentenmaker voor het leger in Tarsis, vandaar…’
En dus werd Paulus niet gegeseld.

De volgende dag liet de tribuun Paulus naar het Sanhedrin, de hoogste joodse rechtbank, brengen. Hij wilde wel eens weten wat de joden precies tegen hem hadden. Paulus liet bij elke vraag die ze hem stelden de Bijbelcitaten uit zijn mond rollen, maar het hielp allemaal niet veel. De joden waren hem echt niet goedgezind. Alleen als ze het samen niet eens raakten, had Paulus een kans. Hij wist dat er vaak grote meningsverschillen waren tussen de Sadduceeën en de Farizeeën. Dus zag hij zijn kans schoon. ‘Broeders, ik ben een Farizeeër, en ik sta hier terecht omdat ik geloof in de opstanding van de doden!’ riep hij uit. Meteen brak er tumult uit: een aantal Farizeeën koos partij voor Paulus en riepen dat ze in hem geen kwaad konden vinden. Ze begonnen van twee kanten aan hem te trekken. De tribuun kreeg schrik dat ze Paulus in stukken zouden trekken en dus haalde hij hem daar weg en bracht hem weer naar de kazerne.
 

Paulus wordt gevangen
Paulus wordt gevangen © Roel Ottow

Die avond kreeg Paulus bezoek van zijn neefje Jason, de zoon van zijn zus. Gelukkig had Paulus hem enkele dagen voordien al gezien, anders zou hij hem niet herkend hebben, want Jason was heel wat gegroeid sinds Paulus voor het laatst in Jeruzalem was geweest. ‘Oom Paulus,’ zei hij, ‘ik moet u iets vertellen. Ik zat daarstraks wat te knikkeren op het plein en zo heb ik gehoord wat ze van plan zijn…’
‘Wat dan?’ vroeg Paulus.
‘Ze willen u morgen weer voor het Sanhedrin laten brengen’, vertelde Jason. ‘Maar onderweg gaan een aantal mannen de soldaten overvallen en u doden, dat hebben ze gezworen.’
Jason keek zijn oom aan. Paulus wreef over zijn kale hoofd. ‘Weet je wat, ga dat verhaal ook maar eens aan de tribuun vertellen’, zei hij.
Jason stond al recht.
‘Hé, Jason? Bedankt!’
Jason liep snel naar de tribuun. Diezelfde avond nog liet de tribuun Paulus met een hele stoet soldaten overbrengen naar Caesarea, waar hij alweer in de gevangenis belandde. 

Zijn aanklagers volgden een paar dagen later. Ze beschuldigden Paulus er weer van de tempel te hebben ontwijd, en lid te zijn van de partij van Jezus. Gouverneur Felix gaf hem de kans om zich te verdedigen. ‘Ik ben op bedevaart gekomen naar Jeruzalem’, vertelde Paulus. ‘Ik heb niets verkeerds gedaan. Ik leef trouw aan de wet van Mozes en ik geloof in wat de profeten hebben gezegd. Ik geef geld aan de armen en probeer goed te leven volgens de partij van Jezus, maar dat is toch geen misdaad, of wel?’
Gouverneur Felix luisterde naar de joden en naar Paulus met een onbewogen gezicht.
‘Ik stel de zaak uit’, zei hij ten slotte.
Hij gaf bevel Paulus onder ‘lichte gevangenschap’ te plaatsen. Dat betekende dat Paulus bezoek mocht krijgen van zijn vrienden. 
En zo kwam Paulus voor bijna twee jaar in de gevangenis terecht. Terwijl hij nog zoveel andere dingen wilde doen. Er waren nog zoveel steden die hij nog niet bezocht had… Maar er zat niets anders op: hij moest geduld hebben. Zelfs na bijna twee jaar had hij dat nog niet geleerd.

Paulus in de gevangenis
Paulus in de gevangenis © Roel Ottow

Toen gouverneur Felix eindelijk aftrad, werd hij opgevolgd door Festus. Paulus vond het jammer dat Felix hem niet had vrijgelaten voordat hij wegging, maar hij wilde natuurlijk op een goed blaadje staan bij de joden. Nu was het afwachten wat Festus met Paulus van plan was…

De joodse aanklagers van Paulus werden weer opgetrommeld en ze hadden nog steeds niets nieuws bedacht. Festus wilde Paulus blijkbaar graag kwijt, en stelde voor om hem weer naar Jeruzalem te laten overbrengen. Maar Paulus dacht aan het verhaal van zijn neefje Jason en dus weigerde hij. ‘Ik heb niets misdaan tegen de joodse wet’, zei hij. ‘U mag me dus niet aan hen uitleveren. Ik doe beroep op de keizer!’
Festus sloeg op zijn knie. ‘Je zult het krijgen zoals je het gevraagd hebt’, zei hij. ‘Je doet beroep op de keizer en dus stuur ik je naar Rome!’

Paulus moest erom lachen. Als hij twee jaar geleden niet in de gevangenis was terechtgekomen, zou hij nu waarschijnlijk ook in Rome zijn geweest. Want na Jeruzalem wilde hij juist daarheen. Nu kreeg hij dus een gratis reisje naar Rome op kosten van de Romeinse staat.

Samen met een paar andere gevangenen ging Paulus onder begeleiding van honderdman Julius aan boord van een handelsschip. Zijn vriend Aristarchus ging ook mee. Af en toe legden ze aan in een haven. Julius vond het goed dat Paulus onder begeleiding van een paar soldaten vrienden opzocht, dus de tijd ging vlug voorbij. Na een tijdje stapten ze over op een ander schip dat naar Italië ging. De wind zat niet mee, het was al bijna oktober en het varen werd gevaarlijker. Ze schoten heel langzaam op. Ze legden aan op Kreta. Het leek Paulus beter om daar te overwinteren, maar Julius luisterde naar de kapitein die zei dat ze de verdere overtocht nog wel konden wagen. En zo gingen ze opnieuw scheep, maar binnen de kortste keren brak er een zware storm uit. Dagenlang konden ze de zon of de sterren helemaal niet zien, zo donker was het. Ze werden allemaal ziek omdat het schip verschrikkelijk heen en weer slingerde. Varen kon niet meer, er zat niets anders op dan zich met de wind te laten meedrijven en te hopen dat ze niet ergens op de klippen te pletter sloegen. Twee weken dobberden ze zo rond zonder te weten waar ze waren. Ze hoopten dat ze ergens op een eiland zouden aanspoelen. En uiteindelijk zagen ze land, maar niemand herkende de kust. Er was een inham met een strand, en ze probeerden het schip daar aan de grond te laten lopen. Maar het bleef steken in ondiep water en het achterdeel werd weggeslagen door de golven. Ze dreigden allemaal te verdrinken. De soldaten wilden Paulus en de andere gevangenen doden, maar Julius verbood het. Hij gaf bevel dat de mensen die konden zwemmen eerst  in het water moesten springen, en daarna de anderen. Met planken of met hulp van de anderen kwam iedereen veilig aan land.
De mensen die daar woonden legden een vuur aan waaraan ze zich konden warmen. Het eiland heette Malta. Ze bleven daar de hele winter. In het voorjaar voeren ze verder met een schip dat op Malta overwinterd had. Zo kwamen ze uiteindelijk in de havenstad Puteoli, dicht bij Napels. Ze bleven een poosje bij vrienden daar, en vertrokken na een week te voet naar Rome. Op de Via Appia kwamen hen al vrienden christenen tegemoet, die gehoord hadden dat Paulus in aantocht was. Omdat er maar een lichte aanklacht tegen Paulus liep, kreeg hij geen echte gevangenisstraf maar een soort huisarrest: hij mocht zelfstandig wonen onder bewaking van een soldaat. Zo vond hij eindelijk weer tijd om brieven te schrijven naar de mensen bij wie hij allemaal gewoond had. Wat had Paulus dankzij Jezus al veel mensen leren kennen. En nu in Rome nog meer!

Naar Handelingen 21-28

Uit: Hosanna! Kinderbijbel met meer dan 150 verhalen (Kolet Janssen, ill. Roel Ottow, Van In, 2013) pag. 236-239.


Denkvraag

Hoe worden Paulus en zijn medepassagiers onthaald in Malta? Wat gebeurt er nu met bootvluchtelingen in de Middellandse Zee?


Doe-tip

Zoek op waar het eiland Malta ligt waar Paulus is aangespoeld en waar hij een winter lang gebleven is. Teken op een kopie van een kaart van de Middellandse Zee de tocht die Paulus heeft afgelegd van Jeruzalem naar Caesarea (nu tussen Tel Aviv en Haifa) naar Malta naar Rome.


Gebed

Lieve God,
Paulus beleefde gevaarlijke avonturen op zijn reizen.
Ook nu zijn er mensen die lange en gevaarlijke reizen moeten maken
op zoek naar veiligheid en een beter leven.
Laat ons nooit vergeten hoe moeilijk het voor hen was.
Laat ons voor hen zo goed zijn als de mensen van Malta voor Paulus.
Amen.

Meer Bijbelverhalen voor kinderen

Manna

Manna ~ Het Oude Testament hertaald voor kinderen

Een reeks van hertalingen van verhalen uit het Oude Testament, met denkvraag, doe-tip en gebed. Kolet Janssen hertaalt, Roel Ottow illustreert.

Zaadjes

Mosterdzaadjes ~ Kinderen proeven thuis van Bijbelverhalen

Een reeks van hertalingen van verhalen uit het Evangelie, met denkvraag, doe-tip en gebed. Kolet Janssen hertaalt, Roel Ottow illustreert.

Vlammetjes

Vlammetjes ~ Kinderen horen de avonturen van de eerste christenen

De rode draad in deze reeks is het doorgeven van wat Jezus vertelde. We ontmoeten er de eerste generatie christenen, met Paulus als hun kopman.

HomeGraag samen
Algemeen
  • Contact opnemen
Sociale kanalen
  • Facebook
© Graag samen 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures
Ga naar Otheo