Aartsbisschop Terlinden: ‘De kerststal staat vandaag in onze straten en in onze stations’
Aartsbisschop Luc Terlinden sprak in zijn homilie tijdens de middernachtmis 2025 in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal van Brussel over de grote kwetsbaarheid waarin Jezus werd geboren en wat dat vandaag voor ons wil zeggen.
Drie gedachten uit de homilie
- Aan de rand van de samenleving
‘De kerststal staat vandaag in onze straten en in onze stations, hier in Brussel. Hij krijgt het gelaat van al die vrouwen en mannen die aan de rand van onze samenleving leven en helaas vaak in onmenselijke omstandigheden. Voor hen in de eerste plaats wordt Jezus in deze kerstnacht geboren.’
2. Ieders verantwoordelijkheid
‘Het is ieders verantwoordelijkheid om gehoor te geven aan de oproep van de meest kwetsbaren door het goede te doen. (…) Welke plaats zullen wij concreet aan onze tafel, op ons feest, vrijmaken voor deze vrouwen, mannen en kinderen die gemarginaliseerd of in armoede leven?’
3. Menselijkheid en gelijke waardigheid
De aartsbisschop deed ook een oproep aan de burgerlijke overheden: ’Is het, in naam van de waarden die ik zojuist heb genoemd, niet dringend noodzakelijk om aandacht te besteden aan het lot van mensen die, vooral in de stad, in zeer precaire omstandigheden leven, ja in grote miserie? Gaat het hier niet om onze menselijkheid en onze gelijke waardigheid?’
Lees de integrale tekst
Goede vrienden,
Sinds enkele weken zijn onze straten getooid met lichtjes en in onze huizen staat de kerstboom. De kerststal werd met zorg opgebouwd. Alles glinstert en schittert. En toch, wie beter kijkt, merkt dat het er in de kerstnacht heel anders aan toeging. De geboorte van Jezus vond zelfs plaats in erbarmelijke omstandigheden. Want ook al situeert de evangelist Lucas haar, in de lijn van de grote koning David, in Betlehem, toch brengt Maria haar kind ter wereld in grote kwetsbaarheid. Maria en Jozef zijn onderweg en vinden geen plaats in de herberg. Het is in een voederbak voor dieren waarin Maria Jezus, haar eerstgeboren Zoon, neerlegt, in doeken gewikkeld. Dit detail, dat allesbehalve bijkomstig is, heeft — zoals te zien is op iconen — steeds de verbinding gelegd tussen de kribbe en het graf waarin Jezus later zal worden neergelegd, in een lijkwade gewikkeld. De nederigheid van de kribbe kondigt de vernedering van het kruis aan.
Ver verwijderd van het romantische beeld dat wij van hen hebben, werden herders in die tijd beschouwd als onreine, oneerlijke mensen en dieven.
Wanneer we kijken naar wie het eerst opdaagt bij de geboorte van Jezus, dan zijn dat niet de vorsten of de notabelen, maar arme herders. Ver verwijderd van het romantische beeld dat wij van hen hebben, werden herders in die tijd beschouwd als onreine, oneerlijke mensen en dieven. Zij bevonden zich helemaal onderaan de sociale ladder, gemarginaliseerd. En toch is het tot hen, de herders, tot wie de engel zich als eersten richt om een blijde boodschap te verkondigen, een grote vreugde: ‘Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David’ (Lc 2, 11). Aan hen, arme herders, wordt de geboorte geopenbaard van de verwachte Messias.
Bovendien zijn Redder, Christus en Heer ook de titels die de verrezen Jezus zullen kenmerken. Met de hemelse heerschare die begint te zingen en God te loven om Hem eer te brengen en vrede aan te kondigen, worden reeds de heerlijkheid en de vruchten van de verrijzenis aangekondigd. Ja, zoals de profeet Jesaja verkondigt: ‘Het volk dat in het donker wandelt, ziet een groot licht: een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis. Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot’ (Js 9, 1-2).
Maar hoewel de glorie van de Verrezene zo wordt voorafgegaan door Kerstmis, toch worden we altijd terugverwezen naar de nederigheid van de kribbe en de pasgeborene die erin ligt. Heil en heerlijkheid komen niet voort uit het prestige van macht of bezit, maar uit de zelfontlediging van een God die klein wordt, een kind, en die nabij komt, vooral tot de meest verlatenen en uitgeslotenen.
Het is ieders verantwoordelijkheid om gehoor te geven aan de oproep van de meest kwetsbaren door het goede te doen.
Beste vrienden, de kerststal staat vandaag in onze straten en in onze stations, hier in Brussel. Hij krijgt het gelaat van al die vrouwen en mannen die aan de rand van onze samenleving leven en helaas vaak in onmenselijke omstandigheden. Voor hen in de eerste plaats wordt Jezus in deze kerstnacht geboren. Het is zelfs met hen dat Jezus zich het meeste identificeert: ‘Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en gij
hebt Mij te drinken gegeven; Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen; Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed; Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht’ (Mt 25, 35-36).
In deze kerstnacht mogen wij de oproep niet vergeten van allen die Jezus uitnodigt naar de kribbe: al die mensen in kwetsbare situaties, vluchtelingen, gemarginaliseerden die wij kruisen op onze straten en op onze pleinen. Meer nog: met hen identificeert Jezus zich.
De kerststal staat niet enkel onder onze kerstbomen; maar strekt zich uit tot onze wijken en onze steden. Het is ieders verantwoordelijkheid om gehoor te geven aan de oproep van de meest kwetsbaren door het goede te doen. Zoals Paulus het zegt: Jezus heeft zichzelf voor ons gegeven om van ons een volk ‘vol ijver voor alle goeds’ (Tit 2,14) te maken. Welke plaats zullen wij concreet aan onze tafel, op ons feest, vrijmaken voor deze vrouwen, mannen en kinderen die gemarginaliseerd of in armoede leven? Zullen ook zij recht hebben op onze aandacht en onze welwillendheid?
Er bestaat een eenvoudige manier om hierover ons geweten te onderzoeken. Zij komt van een bisschoppelijke confrater die graag deze vraag stelde aan zijn gesprekspartners: ‘Tel jij een arme onder je vrienden?’ In deze kersttijd zouden we de vraag iets anders kunnen formuleren: ‘Zal jij een plaats aan tafel voorzien voor de arme? Ga je tijd maken voor hem of haar?’.
Het is onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Maar sta mij toe mij in het bijzonder te richten tot wie regeren en zo een essentiële dienst vervullen voor onze samenleving en het algemene welzijn. Onze democratie rust op sterke waarden, diep verankerd zowel in het Evangelie als in de Verlichting: vrijheid, rechtvaardigheid, solidariteit, broederlijkheid, welwillendheid… Ik ben mij bewust van de enorme omvang van de uitdagingen waarvoor wij vandaag staan en van de noodzaak om een rechtvaardig beleid uit te werken, ook op sociaal en migratievlak. Maar is het, in naam van de waarden die ik zojuist heb genoemd, niet dringend noodzakelijk om aandacht te besteden aan hetlot van mensen die, vooral in de stad, in zeer precaire omstandigheden leven, ja in grote miserie? Gaat het hier niet om onze menselijkheid en onze gelijke waardigheid? Ja, de uitdagingen zijn groot, maar de hoop is dat evenzeer. Want wanneer Jezus, de Zoon van God, zich met Kerstmis openbaart in de nederigheid en kwetsbaarheid van de kribbe, toont Hij ons en schenkt Hij ons ook nieuwe krachten om te werken aan die wereld van gerechtigheid en vrede die Hij ons komt brengen.
+ Luc Terlinden
Aartsbisschop van Mechelen-Brussel