Liefde voor de armen hoort in hart van Kerk en christelijk leven thuis: een analyse van ‘Dilexi te’
De apostolische exhortatie Ik heb je liefgehad, over de liefde voor de armen is de eerste grote tekst van paus Leo XIV. Hij werd nog opgezet door paus Franciscus, maar gaat duidelijk over een thema dat beide pausen verbindt.
De tekst gaat van een Bijbelse meditatie over in een analyse van de rol van armenzorg in het leven van de Kerk door de eeuwen heen. Teksten uit de conferenties van Latijns-Amerikaanse bisschoppen (CELAM) tussen 1968 (Medellin) en 1988 (Aparecida) komen voor het eerst in pauselijke documenten uitgebreid aan bod. Dilexi te is een sterk onderbouwde theologische en pastorale aansporing (exhortatie) om geloof te vertalen in sociale actie en sociale actie in geloof.
Paus Leo laat zich bij wijlen erg kritisch uit voor de dominante cultuur vandaag die onverschillig is over het lot van armen en waarin het bon ton is om schaamteloos rijkdommen op te stapelen. Zou men in de Verenigde Staten zover gaan om hem meteen maar over dezelfde kam te scheren als paus Franciscus, toen die werd uitgemaakt voor marxist? Daarover zei Dom Helder Camara al: ‘Als ik de armen help, noemen ze me een heilige. Als ik de vraag stel waarom de armen arm zijn, noemen ze me een communist.’
Hieronder een samenvatting van en beschouwing over dit essay, dat al wie de essentie van het christelijk geloof en het kerkelijk leergezag wil ontdekken, bijzonder inspirerend zal vinden.
Hoofdstuk 1: Enkele onontbeerlijke gedachten (4-15)
Economische regels zijn doeltreffend gebleken voor de groei, maar niet voor de integrale menselijke ontwikkeling. (DT 13)
Het eerste hoofdstuk van Dilexi te kun je zien als een voorwoord (na een nog kortere introductie over de titel en hoe de tekst tot stand kwam onder twee pausen). Daarin komt de paus al meteen tot de kern: wat je aan de armsten doet, doe je aan Christus zelf. De liefde voor de armen is niet zozeer een kwestie van liefdadigheid, het is de manier waarop Hij tot op vandaag onder ons is, stelt de paus. Geen zweem van een paternalistische benadering, die de armen reduceert tot voorwerp van liefdadigheid. De oproep is om uitsluiting te doorbreken door hun broers en zussen te worden.
We horen ook al meteen kritiek op het vergaren van rijkdom en sociaal succes, vaak vanuit de ‘illusie dat een comfortabel leven geluk brengt’ en ‘door te profiteren van onrechtvaardige politiek-economische systemen die de sterksten bevoordelen’. De paus bekritiseert ‘bepaalde rijke elites die in een bubbel van zeer comfortabele en luxueuze omstandigheden leven, bijna in een andere wereld dan gewone mensen’. (11)
Geen zweem van een paternalistische benadering, die de armen reduceert tot voorwerp van liefdadigheid. De oproep is om uitsluiting te doorbreken door hun broers en zussen te worden.
Opvallend, de paus staat in het bijzonder stil bij de achterstelling van vrouwen, ‘die vaak minder mogelijkheden hebben om voor hun rechten op te komen’. De organisatie van samenlevingen over de hele wereld weerspiegelt nog lang niet duidelijk dat vrouwen ‘precies dezelfde waardigheid en rechten hebben als mannen’. (15)
Hoofdstuk 2: God kiest de armen (16-34)
God heeft een zwak voor de armen. De hele weg van onze verlossing wordt gekenmerkt door de armen. (DT 17)
Waar in het eerste hoofdstuk vooral geciteerd wordt uit het Oude Testament, gaat Leo XIV in het tweede hoofdstuk over naar Jezus, de ‘arme Messias’. ‘In zijn incarnatie ontdeed Hij zich van zijn rijkdom en nam het bestaan van een slaaf aan’, zo citeert hij uit de Filippenzenbrief. Hij kwam ter wereld als een dakloos kind en vluchteling. Zijn sociale status was die van een arbeider. Hij nam het op voor bedelaars en zieken. Heel het evangelie leert ons om onze naaste lief te hebben, vooral diegene die gewond langs de weg ligt.
Bij de eerste christenen vloeide de dienst van naastenliefde niet voort uit een programma maar rechtstreeks uit het voorbeeld van Jezus. In de Handelingen van de Apostelen en de brieven vinden we daar talrijke voorbeelden van.
Hoofdstuk 3: Een Kerk voor de armen (35-81)
[...] het Evangelie [wordt] alleen correct verkondigd wanneer het de allerarmsten raakt en doctrinaire strengheid zonder barmhartigheid [is] een lege uitspraak.
Lees ook
In dit hoofdstuk overloopt paus Leo XIV de hele geschiedenis van de Kerk met betrekking tot de zorg en liefde voor de armen, te beginnen bij het ontstaan van het diaconaat. Hij noemt het veelzeggend dat de eerste martelaar die stierf voor het geloof in Christus, een diaken was, namelijk Stefanus (37). Hij brengt ook de heilige Laurentius in herinnering, een diaken in Rome onder het pontificaat van paus Sixtus II, die door de Romeinse autoriteiten werd gedwongen om de schatten van de Kerk af te staan. Laurentius bracht de armen mee en zei: ‘Deze mensen zijn de schatten van de Kerk.’
Via enkele voorbeelden waarin de kerkvaders aan bod komen, besluit Leo: ‘Liefdadigheid is geen optionele weg, maar het criterium voor ware godsdienst’. (42) Langs de neus weg hekelt hij nog altijd actuele onrechtvaardigheden: ‘Chrisostomus veroordeelde met klem de buitensporige luxe die samengaat met onverschilligheid jegens de armen. De aandacht die hun toekomt, is meer dan een sociale vereiste, het is een voorwaarde voor het heil.’ (42) Herinner je het interview met Crux waarin de paus het voorbeeld gaf van Elon Musk, onlangs tot rijkste persoon ter wereld verklaard, om de extreme sociale ongelijkheid van vandaag aan te klagen.
Onlangs gaf de paus het voorbeeld van Elon Musk, onlangs tot rijkste persoon ter wereld verklaard, om de extreme sociale ongelijkheid van vandaag aan te klagen.
Aan het adres van predikers die misbruik maken van de godsdienst voor een verborgen agenda van haat, waarschuwt hij dat ‘[...] het Evangelie alleen correct wordt verkondigd wanneer het de allerarmsten raakt’ en ‘dat doctrinaire strengheid zonder barmhartigheid een lege uitspraak is’. (48)
De paus overloopt verder de geschiedenis, waarbij hij thematisch stilstaat bij de zorg voor zieken, de zorg voor armen in kloosters (denk aan Sint-Basilius, van wie we het woord basiliade erfden, een plek met woningen, ziekenhuizen en scholen voor armen en zieken), de dienst aan gevangenen en zo meer. We komen tot de 20ste eeuw met het ontstaan van het (christelijk) middenveld dat begon te ijveren voor sociale gelijkheid. ‘Als politici en professionals niet naar hen luisteren, verkommert de democratie [...], raakt ze ontdaan van haar inhoud en laat ze het volk alleen in zijn dagelijkse strijd voor waardigheid (citaat uit een toespraak van paus Franciscus op een internationale bijeenkomst van sociale bewegingen. Paus Leo voegt er fijntjes aan toe: ‘Hetzelfde geldt voor de instellingen van de Kerk.’
Hoofdstuk 4: Een verhaal dat voortduurt (82-102)
Het is dan ook de taak van alle leden van het volk van God om een stem te laten horen die wakker schudt, die aan de kaak stelt, die zelfs het risico loopt om voor ‘idioot’ te worden versleten. Structuren van onrechtvaardigheid moeten worden herkend en vernietigd door de kracht van het goede, door een mentaliteitsverandering, maar ook, met behulp van wetenschap en techniek, door de ontwikkeling van een doeltreffend beleid. (97)
De kerkgeschiedenis toont dus heel duidelijk dat de liefde voor de armen in het hart van het christelijk leven behoort te staan. In dit hoofdstuk staat de paus stil bij het leergezag van de afgelopen 150 jaar. Uiteraard haalt hij Leo XIII aan, auteur van de encycliek Rerum novarum uit 1891, over een rechtvaardige sociale orde en rechten van arbeiders in de industrialisatie. Deze encycliek is de belangrijkste reden waarom de huidige paus voor dezelfde naam koos.
Het Tweede Vaticaans Concilie werd door een kardinaal destijds aangekondigd als ‘het uur van de armen, van de miljoenen armen over de hele wereld, het is het uur van het mysterie van de Kerk, moeder van de armen, het is het uur van het mysterie van Christus, vooral in de armen’, zo stipt de paus aan in paragraaf 84. Na het concilie identificeerde de Kerk in bijna alle landen van Latijns-Amerika zich met de armen. De situatie onder dictatoriale en door ex-koloniale machten gesteunde regimes leidde er dan ook tot de schrijnendste uitbuiting van inheemse volkeren.
De kerkgeschiedenis toont dus heel duidelijk dat de liefde voor de armen in het hart van het christelijk leven behoort te staan.
Paus Leo schrijft dat de conferenties van de Latijns-Amerikaanse bisschoppen (CELAM) belangrijke mijlpalen waren voor de hele Kerk, maar ook voor hem persoonlijk. ‘Zelf heb ik jarenlang als missionaris in Peru gewerkt en ben ik veel dank verschuldigd aan dit onderscheidingsproces, dat paus Franciscus goed wist te verbinden met dat van de kerken in het Zuiden.’ (89)
Vervolgens werkt hij twee thema’s uit, waarin hij zich politiek-economisch even kordaat uitspreekt als paus Franciscus:
- Zondige structuren die extreme armoede en ongelijkheid veroorzaken: ‘Het is noodzakelijk om de "dictatuur van een economie die doodt" te blijven aan de kaak stellen en te erkennen dat terwijl de winsten van een klein aantal exponentieel toenemen, die van de meerderheid steeds verder af komen te staan van het welzijn van deze gelukkige minderheid. Hoewel er verschillende theorieën bestaan die de huidige stand van zaken trachten te rechtvaardigen of uit te leggen dat economische rationaliteit vereist dat we wachten tot de onzichtbare krachten van de markt alles oplossen, moet de waardigheid van elke mens nu worden gerespecteerd, niet morgen, en moet de ellendige situatie van zoveel mensen aan wie deze waardigheid wordt ontzegd, een voortdurende herinnering zijn voor ons geweten.’ (92) Klaar en duidelijk: ‘We moeten ons meer inzetten om de structurele oorzaken van armoede op te lossen.’ (94)
- De armen als subjecten met een eigen stem en kracht: ‘Mensen en gemeenschappen die gemarginaliseerd zijn, moet je niet zien als objecten van liefdadigheid, maar subjecten die in staat zijn hun eigen cultuur te creëren. Zij kennen hun eigen realiteit het best en zien wat anderen niet zien. ‘Daarom moet de samenleving naar hen luisteren. En ook de Kerk.’ (100)
Hieruit besluit paus Leo dat ‘het noodzakelijk is dat wij ons allemaal laten evangeliseren’ door de armen, en dat wij allemaal ‘de mysterieuze wijsheid erkennen die God ons via hen wil meedelen’. (102)
Hoofdstuk 5: Een permanente uitdaging (103-121)
De christen kan de armen niet alleen als een sociaal probleem beschouwen: zij zijn een ‘familiekwestie’, zij zijn ‘de onzen’. De relatie met hen kan niet worden gereduceerd tot een activiteit of een functie van de Kerk. (104)
Lees ook
In het vijfde en laatste hoofdstuk komt de paus tot zijn conclusie dat het onthalen van armen in de Kerk en in de samenleving een permanente uitdaging is, en ook een ‘integraal onderdeel van de ononderbroken weg van de Kerk [...] als een lichtend baken. [...] Daarom moeten we de urgentie voelen om iedereen uit te nodigen om deel te nemen aan deze stroom van licht en leven. [...] Daarom is de liefde voor de armen de evangelische garantie voor een Kerk die trouw is aan het hart van God.’ (103)
De paus stelt hierbij de ‘heersende cultuur’ aan de kaak, om ‘armen aan hun lot over te laten, hen niet waardig te achten om aandacht te krijgen, laat staan erkenning’. Die onverschilligheid wordt Bijbels ingekleurd met het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. ‘Op wie van deze mensen [die de gewonde man langs de weg ontmoeten en al dan niet stoppen] gelijk jij?’, vraagt de paus aan elk van ons. (105)
Op wie in het verhaal van de barmhartige Samaritaan gelijk jij?, vraagt de paus aan elk van ons.
Naastenliefde voor en met mensen in armoede is geen eenrichtingsverkeer, benadrukt paus Leo nog eens: ‘Het is niet ongewoon dat welvaart ons zo blind maakt dat we denken dat ons geluk alleen kan worden gerealiseerd als we zonder anderen kunnen. In dat opzicht kunnen de armen voor ons als stille leraren fungeren, die onze trots en arrogantie terugbrengen tot een gepaste nederigheid.’ (108)
En opnieuw onderstreept hij dat ‘de kwestie van de armen ons bij de essentie van ons geloof brengt’. ‘Een arme Kerk voor de armen (een uitdrukking van paus Franciscus die meermaals herhaald wordt in de exhortatie, ndr.) begint met de menswording van Christus. Daar beginnen we te begrijpen wat armoede is, de armoede van de Heer.’
‘Soms zien we in bepaalde christelijke bewegingen of groeperingen een gebrek aan, of zelfs een afwezigheid van, engagement voor het algemeen welzijn van de samenleving en in het bijzonder voor de verdediging en bevordering van de zwaksten en meest kansarmen. We mogen niet vergeten dat religie, en in het bijzonder de christelijke religie, zich niet kan beperken tot de privésfeer alsof ze zich niet bezig moet houden met problemen die de samenleving aangaan of die burgers interesseren.’ (112)
De exhortatie eindigt met een beschouwing over het geven van aalmoezen. Ze ontslaan bevoegde autoriteiten niet van hun verantwoordelijkheden, meent de paus, en vervangen niet de legitieme strijd voor gerechtigheid.’ Toch blijven ze voorlopig noodzakelijk, en bovendien nodigt het geven van een aalmoes ons ‘uit om even stil te staan en de arme persoon in de ogen te kijken, hem aan te raken en deel te nemen aan zijn leven’. (116) Volgen een aantal beeldrijke Bijbelse citaten over dit eeuwenoude gebaar.
Naastenliefde voor en met mensen in armoede is geen eenrichtingsverkeer. ' Zij zijn stille leraren voor ons, die onze trots en arrogantie kunnen terugbrengen tot een gepaste nederigheid.'
En zo eindigt deze inspirerende exhortatie met 3 prachtige paragrafen:
‘Liefde en diepste overtuigingen moeten worden gevoed, en dat gebeurt door middel van daden. In de wereld van ideeën en discussies blijven, zonder persoonlijke, frequente en oprechte daden, zal onze kostbaarste dromen tenietdoen. Om deze eenvoudige reden mogen wij als christenen het geven van aalmoezen niet opgeven. Een gebaar dat op verschillende manieren kan worden gedaan, en dat we zo effectief mogelijk kunnen proberen te doen, maar we moeten het doen. En het is altijd beter om iets te doen dan niets te doen. In ieder geval zal het ons hart raken. Het zal niet de oplossing zijn voor de armoede in de wereld, die met intelligentie, strijd en sociaal engagement moet worden aangepakt. Maar we moeten ons oefenen in aalmoezen om het lijdende vlees van de armen te raken. (119)
Christelijke liefde doorbreekt alle barrières, brengt verre mensen dichter bij elkaar, verenigt vreemdelingen, maakt vijanden vertrouwd, overbrugt menselijk onoverkomelijke afgronden, dringt door tot in de meest verborgen krochten van de samenleving. Van nature is christelijke liefde profetisch, ze verricht zelfs wonderen, ze kent geen grenzen: ze is voor het onmogelijke. Liefde is bovenal een manier om het leven te begrijpen, een manier om het te leven. Welnu, een Kerk die geen grenzen stelt aan de liefde, die geen vijanden kent om te bestrijden, maar alleen mannen en vrouwen om lief te hebben, is de Kerk die de wereld vandaag nodig heeft. (120)
Of het nu door uw werk is, door uw strijd om onrechtvaardige sociale structuren te veranderen, of door deze eenvoudige, zeer persoonlijke en nabije daad van hulp, het zal voor deze arme mens mogelijk zijn om te voelen dat de woorden van Jezus tot hem gericht zijn: Ik heb je liefgehad.’ (Ap 3, 9). (121)

