‘Niet langer oeverloos overleggen’ – IPB-voorzitter Carine D'Hondt reageert op brief bisschop Bonny
IPB-voorzitter Carine D’hondt zegt in een opiniestuk op de website van het IPB (het lekenberaad van de katholieke Kerk) enthousiast te zijn over de pastorale brief van bisschop Johan Bonny over de implementatie van de synode in het bisdom Antwerpen. Ze noemt de brief van de Antwerpse bisschop 'opmerkelijk helder', waarbij ze opmerkt: 'Het is tijd om knopen door te hakken. Na jaren van luisteren, spreken en onderscheiden, moet de Kerk nu vooral doen. Die boodschap verdient aandacht, ver buiten de grenzen van één bisdom.' Ze ziet daarin een 'belangrijke verschuiving', van 'eindeloos overleg' naar 'een gezamenlijke weg die ook tot beslissingen en concrete veranderingen moet leiden'.
Vrouwen in de Kerk
Wat betreft de plaats van vrouwen in de Kerk, noemt ze 'de voorgestelde stappen richting nieuwe kerkelijke diensttaken voor mannen én vrouwen betekenisvol', al roepen die tegelijk 'de vraag op hoe ver de Kerk daarin wil gaan'. De IPB-voorzitter verwijst naar een open brief van Vrouwen-in-Zicht, waarin ook al gepleit werd voor echte gelijkwaardigheid, 'ook op structureel en sacramenteel vlak door de wijding van de vrouw tot diacones'. Over de wijding tot diaken of priester spreekt de bisschop zich niet uit in de brief. Wel wil hij een ambt in het leven roepen dat openstaat voor mannen en vrouwen.
'Wat de pastorale brief verder onderscheidt, is de bereidheid om gevoelige thema’s niet te vermijden', klinkt het nog. Zo gaat het over de wijding van gehuwde mannen tot priester, over nieuwe vormen van het ambt, aandacht voor nieuwkomers en de nood aan een eigentijdse geloofstaal. 'Ze vertrekken niet vanuit behoud van structuren, maar vanuit de vraag hoe de Kerk vandaag betekenisvol kan zijn voor mensen als gastvrije Kerk. Als IPB kunnen we dat alleen maar toejuichen.'
Geloofwaardigheid zit in zichtbare veranderingen
D'Hondt besluit: 'De komende jaren zullen moeten uitwijzen of die woorden ook worden omgezet in daden. Want uiteindelijk zal de geloofwaardigheid van het synodale proces niet afhangen van de kwaliteit van de teksten, maar van de zichtbaarheid van de veranderingen die eruit voortkomen. Het vraagt een leiderschap dat durft te kiezen. Als dat lukt, kan deze fase van implementatie een keerpunt worden. Niet alleen voor Antwerpen, maar voor de Kerk in Vlaanderen en België als geheel.'








