‘God gebeurt hier en nu, zoveel is duidelijk’
Waarom engageer je je in het woon-zorgcentrum in Dentergem?
Al tijdens de eerste coronalockdown zei ik aan mijn echtgenote dat ik me kandidaat wilde stellen om hulp te verlenen in de zorgsector. Omdat ik als parochieassistent heel wat van de reguliere taken niet kon vervullen, kwam er extra tijd vrij. Toen kon ik die echter goed gebruiken om online lessen en examens voor te bereiden voor mijn bachelorstudenten Dierenzorg. Bovendien was ik eerlijk gezegd bang zelf besmet te geraken met COVID-19. Met het gevolg dat er van mijn intentie niets in huis kwam.
Tijdens het begin van de tweede lockdown werd ik zelf ziek. Gedurende tien dagen hielden hoofd-, buik- spier en gewrichtspijnen me in bed. Gelukkig bleef het bij griepsymptomen en kwam ik nooit in ademnood. Tijdens die periode las ik enkele interviews met Dirk Lips, directeur van Curando, met alarmerende berichten over het uitvallen van personeel in hun woon-zorgcentra. Het leek me het geschikte moment me alsnog vrijwillig kandidaat te stellen. Op een zondagavond mailde ik naar Curando met de vraag of men mijn hulp op de een of andere manier kon gebruiken. Binnen het uur kreeg ik een positief antwoord. Zo ging de bal aan het rollen. Daags nadien nam ik via deken Filip Callens kennis van het initiatief van het Bisdom Brugge. Zo kon ik vrij snel ingeschakeld worden in de pastoraal van het Woon-zorgcentrum Mariaburcht in Dentergem. Het is nog altijd een zinvolle invulling van de door de tweede lockdown ‘vrijgekomen’ tijd.
Op welke manier ben je dienstbaar?
De initiële vraag van de verantwoordelijke voor de pastoraal in het woon-zorgcentrum Mariaburcht was wekelijks een halve dag uit te trekken om met een deel van de bewoners op de COVID-positieve afdeling te praten. Concreet kreeg ik enkele namen van mensen die het op prijs stellen om met iemand te praten buiten de dagelijkse verzorging. Waar nodig kon en mocht ik ook luisteren naar de noden bij het personeel. Behalve een korte gebedsdienst om vier overleden bewoners te herenken, werden mijn plannen al meteen tijdens de eerste dag doorkruist.
Diezelfde dag kwamen er namelijk vijf zusters van Maria van Pittem toe die daags voordien positief testten op COVD-19. Aangezien ik actief ben op de parochie in Pittem, kende ik enkele zusters en ging ik ook bij hen even op bezoek. Daags nadien kwamen nog veertien zusters uit Pittem op de afdeling aan. Voor alle betrokkenen was dat een overrompeling. Heel wat van de zusters op leeftijd ervoeren de, weliswaar tijdelijke, verhuizing van Pittem naar Dentergem als een ware ‘ontheemding’. Dat is begrijpelijk voor mensen die al jarenlang een strakke routine gewoon zijn in hun thuisbasis. Die vrijdag verliep ongelofelijk hectisch. Ik zag vlug in dat behalve praten met de zusters en hen gerust stellen, de afdeling behoefte had aan een helpende handen en voeten.
Sindsdien ga ik elke namiddag gaan helpen met het op- en afdienen van de koffie na de middag en het op- en afdienen van het avondmaal. Ook bij het afwassen was extra hulp meer dan welkom. Of al is het maar om iemand die valt opnieuw in de zetel te helpen of iemand de juiste kamer te wijzen. Tussen beide ‘shifts’ probeerde ik lang te gaan bij de zusters. Velen waren blij een praatje te kunnen slaan met iemand die ze kenden. Anderen om me beter te leren kennen. Zowel hun grote en kleine verzuchtingen konden ze even ventileren en waar mogelijk probeerde ik hen ook concreet te helpen met bijvoorbeeld het heropladen van hun mobiele telefoon, het zoeken n aar medicijnen, het geven van uitleg bij de werking van de TV-controller of het verplaatsen van een kastje. Omdat de zusters hals over kop uit het klooster moesten vertrekken, functioneerde ik ook als koerier tussen Pittem en Dentergem.
Voorts kwam uit mijn gesprekken met de zusters duidelijk naar voor dat ze het gemeenschappelijke gebed misten. Daarom organiseerde ik op de laatste zondag van het kerkelijk jaar een uitgebreide gebedsviering, in het teken van Christus Koning, in de refter van de afdeling. Dat werd door iedereen erg gewaardeerd. Ook een deel bewoners woonden de viering bij.
Een week later viel ik echter zelf uit als gevolg van een hartritmestoornis. Een van de oudste zusters, 97, overleed die week helaas. Gelukkig kon ik voorgaan tijdens de uitvaartdienst in het klooster, waar inmiddels ook de andere zusters opnieuw hun intrek namen. Inmiddels ben ik terug op de been en ga ik opnieuw één of twee namiddagen wekelijks helpen in het woon-zorgcentrum.
Wat is de meerwaarde van die hulp voor de instelling en concreet voor het personeel?
Omdat heel wat van de reguliere personeelsleden door COVID-19 getroffen werden, is er duidelijk een nijpend tekort aan helpende handen. Voorts maakt het feit dat alle COVID-positieve bewoners en personeelsleden, die niet ziek zijn, maar wel besmet, in een aparte vleugel van het centrum zijn gehuisvest, alle nog complexer. Ze worden voor een tweetal weken uit hun eigen vertrouwde kamer gehaald en ondergebracht in een kamer die eigenlijk aan iemand anders, die COVID-negatief is, toebehoort. Iemand die dan op zijn/haar beurt tijdelijk moet verhuizen naar een voor hem/haar onbekend deel van het centrum. Dat brengt veel verwarring met zich mee, zowel voor de bewoners als het personeel. Niets is vertrouwd voor hen.
Al die tijd zag ik een ongelofelijke flexibiliteit bij alle personeelsleden. Ik heb een mateloze bewondering voor hun tomeloze inzet voor de bewoners. Allen hebben ze een groot hart voor hun bewoners en hun inzet wordt door veel bewoners erg gewaardeerd.
Aangezien niemand van de pastorale equipe gelukkkig zelf besmet is met het virus dreigde de COVID-afdeling zonder pastorale zorg te vallen. Ook op dat vlak probeer ik te helpen waar mogelijk. Het gaat om kleine dingen: door aanwezig te zijn en een praatje te slaan en door concrete praktische hulp te verlenen bij de verzorging waar mogelijk en waar nodig.
Sinds vorige week is ook mijn echtgenote Liesbeth als vrijwillige verpleegkundige aan de slag in Mariaburcht. Omdat het mij de afgelopen weken duidelijk werd dat er vooral grote nood is aan extra verplegend personeel, was er weinig nodig om haar te overtuigen enkele ochtenden per week te helpen bij het wassen en aankleden van de bewoners.
Wat betekent dit vrijwilligerswerk voor jou persoonlijk?
Ik ervoer tijdens de afgelopen weken vooral ontzettend veel dankbaarheid. Zowel bij de (tijdelijke) bewoners als bij het personeel. Dat geeft me enorm veel kracht en voldoening. Ook de gesprekken met de zusters en de andere bewoners zijn erg verrijkend én ver-reikend. Aangezien we nu weinig concreet pastoraal werk kunnen verrichten in de pastorale eenheid, is dat voor mij een heel zinvolle en nuttige invulling van mijn opdracht. Bovendien is het ook een concrete toepassing van de pastorale grondtoon van dit jaar: GOD GEBEURT. Meer dan dit kan Hij echt niet ‘gebeuren’. Nu voel ik ook echt volop de sterkte en het fundament van mijn roeping als kandidaat-diaken. Helpen in het woon-zorgcentrum is zinvol diaconaal werk, waar ik hopelijk ook na de coronaperiode voort mee aan de slag kan gaan.
Bart Vande Vyvere, parochieassistent in de pastorale eenheid Tielt-Pittem
Lees hier meer over de vrijwilligers die vanuit het bisdom aan de slag gingen.