Lay-outing voor gevorderden: de middeleeuwse glossenbijbel
| Wat is Mmmonk? |
|---|
| Op mmmonk.be kunnen geïnteresseerden naar hartenlust digitaal bladeren door unieke middeleeuwse manuscripten. Het digitale platform bevat beelden van maar liefst 820 handschriften die afkomstig zijn uit de bibliotheken van de oude abdijen van Ten Duinen (Koksijde-Brugge), Ter Doest (Lissewege), Sint-Pieters en Sint-Baafs (Gent). Dankzij de website is dit waardevolle erfgoed, dat vandaag verspreid zit over meer dan 40 instellingen wereldwijd, herenigd in een virtuele bibliotheek. |
Geschreven door Céline Decottignies, archivaris van het bisdom Brugge
De Bijbel in het centrum van de abdij
De Bijbel bekleedde in een middeleeuwse abdij een centrale plaats als Woord van God. Zo hadden abdijen doorgaans, naast volledige exemplaren van de Schrift, ook manuscripten met afzonderlijke Bijbelboeken in hun bezit. Glossenbijbel ms. 6/8 is daar een voorbeeld van. Het handschrift dateert uit de eerste helft van de dertiende eeuw en is afkomstig uit de bibliotheek van de abdij van Ten Duinen.
Glossenbijbels
Het manuscript bevat teksten uit de eerste twee boeken van het Oud Testament, namelijk Genesis (over de Schepping van mens en aarde) en Exodus (over de uittocht van de joden uit het oude Egypte naar het Beloofde Land). Wie het manuscript vandaag bewondert, merkt meteen de vreemde structuur van de tekst op. De tekst lijkt meestal verdeeld te zijn in drie kolommen: de middelste tekst is groter geschreven en bevat de eigenlijke Bijbeltekst. De Bijbeltekst wordt omgeven door teksten in een kleiner schrift. Dit zijn zogenaamde glossen of commentaren op de Bijbeltekst. De glossen komen zowel tussen de regels (glossa interlinearis) als in de marge (glossa marginalis) van de eigenlijke Bijbeltekst voor.
Het doet de hedendaagse lezer wat vreemd aan, maar het plaatsen van kanttekeningen in de marge of tussen de tekst van een boek was in de middeleeuwen een gewone (studie)praktijk. De glossen zijn niet zomaar commentaren: het zijn commentaren van Kerkvaders en vroegmiddeleeuwse theologen als Augustinus, Hiëronymus en Isidorus. Deze Kerkvaders hadden met hun commentaren op de Bijbel een grote autoriteit in de middeleeuwen: de Bijbel werd lange tijd immers gelezen aan de hand van hun interpretaties en verklaringen.
(lees verder onder de afbeeldingen)
Een knap staaltje rekenwerk
Het aanbrengen van de glossen vergde een serieus staaltje denk- en rekenwerk. De kopiist - die het handschrift overschreef van een ander exemplaar - hield al voor het schrijven rekening met de plaats die de commentaren zouden innemen. Hij lijnde daartoe de pagina’s zorgvuldig uit. Het spreekt voor zich dat het best ingewikkeld was om de steeds wisselende verhouding tussen de hoeveelheid Bijbeltekst en de hoeveelheid commentaren op te lossen. De kopiist was dus maar beter wiskundig onderlegd! Door het ingewikkelde spel van glossen is elke pagina dan ook anders: op sommige pagina’s komen zelfs enkel commentaren voor en is er geen Bijbeltekst te bespeuren.
Versierde beginletters
Het manuscript is opgesmukt met twee verfijnde gehistoriseerde initialen - dat zijn beginletters van de tekst die uitbundig versierd zijn - telkens aan het begin van een nieuw Bijbelboek. Aan het begin van het boek Genesis wordt de beginletter ‘I’ mooi versierd met taferelen uit het Scheppingsverhaal. Aan het begin van het tweede boek in het manuscript, Exodus, zien we in de letter ‘H’ de figuur van Mozes. Mozes wordt afgebeeld met een punthoed, de stereotiepe afbeelding van een Jood in de middeleeuwen. Hij zit op een ezel. Achter hem staan twee dienaren. Het tafereel wordt weergegeven tegen een achtergrond van bladgoud.
(lees verder onder de afbeeldingen)

