Overslaan en naar de inhoud gaan
Ga naar Otheo
HomeBisdom Gent
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
Search form expand icon
Mobile menu expand iconMenu
HomeBisdom Gent
Mobile menu expand iconSluiten
  • Startpagina
  • Contacten
  • Over ons
  • Contact
  • Misbruik melden
  • Informatie over het bisdom Gent
    • Over het bisdom Gent
    • Over de bisschoppen van Gent
    • Beleidsploeg
    • Beleidsdocumenten
    • Algemene ondersteunende diensten
    • Dekenaten en parochies
    • Bedevaartsplaatsen bisdom Gent
    • Fonds Kerkopbouw
  • Emeritus-bisschop Lode
  • Beleidsdocumenten
  • Communicatie
    • Elektronische Nieuwsbrief
    • Bisdomblad Kerkplein
    • Jaarboek
    • Vacatures
  • Pastorale diensten en vicariaten
    • Aanspreekpunt homoseksualiteit en geloof
    • Bedevaarten Bisdom Gent
    • Betlehemproject
    • CCV in het bisdom Gent
    • Catechese
    • Ecokerk in bisdom Gent
    • Financieel en administratieve ondersteuning van parochies
    • Gezinspastoraal
    • Kamino jongerenpastoraal
    • Misbruik melden
    • Onderwijs
    • Oecumene
    • Parochiepastoraal
    • Permanent diaconaat
    • Religieuzen
    • Sint-Baafshuis
    • Hoger Diocesaan Godsdienstinstituut
  • Privacyverklaring

Wij geloven (deel 2)

Tijdens het herdenkingsjaar ‘1700 jaar concilie van Nicea’ staan we in twee bijdrages stil bij de belangrijkste vrucht: de geloofsbelijdenis.

Uit Kerkplein: jg 33, nr 4  (december)

In twee bijdragen staan we stil bij de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel, die in haar oorspronkelijke vorm begint met ‘Wij geloven …’. Aanleiding is de 1700ste verjaardag van het concilie van Nicea. Die valt samen met het jubeljaar ‘Pelgrims van hoop’. In de eerste bijdrage (in het septembernummer van Kerkplein) kwam de betekenis van deze eerste grote synode aan bod en ook het belang van het credo. Als verwoording van het geloof in de drie-ene God is het de sokkel waarop christenen van vele kerken en tradities hun geloof funderen. Dat het niet alleen een tekst van lang geleden is, blijkt uit de plaats van het credo in de liturgie. Daarover meer in deze tweede bijdrage.   
 

De geloofsbelijdenis is een antwoord op de Schriftlezingen. © © SNPL, Service national de pastorale liturgique et sacramentelle

Instemmen met Gods levende Woord

In de zondagse eucharistie belijden we ons geloof aan het einde van de woorddienst en voorafgaand aan de dienst van de eucharistie. Dat is een betekenisvol moment:

‘In de lezingen, die in de homilie worden verklaard, spreekt God tot zijn volk, maakt Hij het verlossings- en heilsmysterie bekend en biedt Hij geestelijk voedsel aan; Christus is door zijn Woord ook zelf midden onder de gelovigen aanwezig. Het volk maakt zich dit Woord van God eigen in stilte en door gezangen en stemt er mee in door de geloofsbelijdenis; door dit Woord gevoed, spreekt het in het universele gebed smeekbeden uit voor de noden van heel de Kerk en voor het heil van heel de wereld.’ (Algemene instructie van het Romeins missaal, AIRM nr. 55)  

De woorddienst is een over en weer tussen de Heer die ons toespreekt en de verzamelde gemeenschap die zijn Woord acclameert, overweegt en beantwoordt. Alles begint met luisteren, want ‘het geloof is uit het gehoor’ (Rom 10,17). Maar de drie-ene God, die zich te kennen geeft doorheen het wel en wee van het volk Israël en van de vroege Kerk en bovenal in het leven, sterven en verrijzen van Jezus Christus, wil geen monoloog: Hij verlangt een partnerschap. Het tweede deel van het citaat uit de AIRM verduidelijkt dat de gemeenschap een heel actieve rol speelt in de woorddienst: ze maakt zich het Woord eigen, stemt ermee in en zegt op haar beurt wat haar ter harte gaat. 

De geloofsbelijdenis is daarbij geen tussendoorse opfrissing van geloofspunten, maar een ‘instemming’ met de heilseconomie, met Gods grote liefdesproject dat zich ontvouwt van schepping tot verlossing en dat zondag na zondag doorheen de Schriftlezingen aan het licht komt. Dat we ons aan deze God willen hechten, drukken we uit door samen ons geloof te belijden in de wekelijkse samenkomst op zondag. 

De belijdenis is ons gezamenlijke antwoord op Gods engagement naar ons toe dat we in de Schriftlezingen hebben beluisterd.

Bovendien brengt de overweging en belijdenis van de grote geloofsmysteries ons in de juiste ingesteldheid om tijdens het tweede deel van de viering het sacramentele teken van brood en wijn in geloof te ontvangen. Het credo vormt de brug van het gesproken woord, waarin Christus ‘midden onder de gelovigen aanwezig is’ (zie AIRM), naar zijn tastbare en blijvende aanwezigheid op het altaar.

 


Ik geloof, wij geloven

Er staat wel ‘credo, ik geloof’, maar tegelijk drukken we tegenover en met elkaar uit wat ons verbindt. Je zegt eigenlijk: ik beken me tot wat wij geloven. Het is dus een beetje anders dan bij het ‘confiteor, ik belijd’, de schuldbelijdenis aan het begin van de viering: daar spreken we samen solidair uit wat op ieder van ons persoonlijk van toepassing is. Natuurlijk is ook geloven iets persoonlijks. Maar wij hebben er conform aan onze tijdsgeest misschien te veel een individuele zaak van gemaakt: ‘ik moet er bewust achter kunnen staan.’ En vervolgens, als dat niet helemaal lukt: ‘we kunnen die tekst niet meer gebruiken zonder hem aan te passen en voor ons herkenbaar te maken’. Zo’n redenering vergeet wat de kern is van het credo: het gaat om het geloof van de Kerk. Samen ‘ik geloof’ zeggen betekent dat wij elkaar dragen in dat geloof. Dit laat toe dat we (nog) niet alles doorgronden of beamen, dat er op persoonlijk vlak nog gezocht en getwijfeld wordt. Binnen zo’n kerkelijk collectief rust er minder gewicht op de individuele schouders. Ik kan niet alleen geloven; ik hoef niet alleen te geloven. Als we de geloofsbelijdenis sinds eeuwen een ‘symbolum’ noemen, bedoelen we trouwens dat ze een ‘samenvattend deel’ is dat het ‘geheel’ van de Kerk oproept.

Dat men toch niet de oorspronkelijke versie van Nicea heeft behouden (‘wij geloven’) heeft een historische reden. Na het concilie van Toledo (589) werd het credo een tijdlang in de eucharistie ingelast vlak voor het onzevader. Om de communie die daarop volgde, die een persoonlijke ontmoeting met Christus is, voor te bereiden, werd ‘wij geloven’ veranderd in ‘ik geloof’. Even goed zouden we vandaag opnieuw ‘wij geloven’ kunnen zeggen: het kerkelijke ‘wij’ van de verzamelde gemeenschap, het ‘wij’ van onze medechristenen in orthodoxe, protestantse en andere kerken. Feitelijk zijn we nog verdeeld, maar we zijn wel al verbonden in hetzelfde geloof.   

Doxologie

Belangrijker dan dat er ‘ik’ of ‘wij’ staat, is de wijze van ‘uitvoeren’ tijdens de zondagsviering. Als het niet gaat om de formulering van geloofspunten, maar om een daad van vertrouwen, zijn we dan in de praktijk niet wat te gehaast, te zakelijk en zelfs een tikkeltje onverschillig bezig? Zouden we het ook zo doen met een gebed? Naar de vorm is de geloofsbelijdenis geen gebed: er is geen aanspreking. We richten ons niet tot God, het gaat veeleer over Hem. Toch is dat maar een halve waarheid. Het is zoals in vele psalmen: de heilsdaden van de Heer worden er vernoemd en aan Hem toegeschreven in de derde persoon en door dat te doen zijn we toch al aan het bidden. 

Kan je zeggen wie God is en je verwonderen over hoe Hij zich aan ons geopenbaard heeft, zonder Hem bijna als vanzelf te loven en te danken: om ons te doen bestaan, om ons bestaan te willen delen, om ons te laten delen in zijn bestaan? De geloofsbelijdenis heeft dus niet alleen een biddend karakter omwille van haar plaats als antwoord op Gods Woord, maar ook omdat ze doxologie is, een uitgesponnen ‘Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’. 
 

Michael Damaskinos, het concilie van Nicea, 16e eeuw © via Wikimedia Commons
Opname en partituur van een nieuwe versie van de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel in opdracht van de Nederlandse Raad van Kerken via www.raadvankerken.nl © none

We kunnen en moeten nog een stap verder zetten. Kan je je zo over de drie-ene God verwonderen zonder dat uit te zingen? Het is geen kwestie van kunstigheid. Wat we zingen onttrekken we aan het dagdagelijkse, zakelijke spreken: we komen in een ander, intenser register. Zo is het overigens eeuwenlang gebeurd in de liturgie en heeft de liturgische hervorming na Vaticanum II het ook bedoeld: de voorganger of een cantor zet het credo in en dan volgt een beurtzang met de gemeenschap. 

In 2009, een kerkelijk themajaar gewijd aan het credo, hadden de Belgische bisschoppen aangemoedigd om dit opnieuw te doen. Het credo werd toen treffend ‘het volkslied van het volk van God’ genoemd. Er staan toonzettingen van de apostolische geloofsbelijdenis en van de belijdenis van Nicea-Constantinopel in Zingt Jubilate (9a-c). Misschien hoeft het niet elke zondag zo, maar wel af en toe, bijvoorbeeld bij de grote liturgische feesten? 
In opdracht van de Nederlandse Raad van Kerken, een oecumenisch overlegorgaan dat negentien Kerken en genootschappen omspant (ook de rooms-katholieke), werd het credo van Nicea-Constantinopel speciaal voor dit herdenkingsjaar 2025 op een mooie wijze getoonzet 
 


Kostbaar juweel

De credo’s zijn geëvolueerd tot wat ze zijn in de context van de initiatie in het christelijk leven en van de opname in de Kerk middels het doopsel. De drieledige structuur van de geloofsbelijdenissen vindt precies in de drievoudige onderdompeling zijn oorsprong (‘Ik doop jou in de naam van de Vader, …’). 

Bij die initiatie wordt van oudsher niet het credo van Nicea-Constantinopel gebruikt, maar het iets kortere Symbolum van de Apostelen, een belijdenis die het geloof in twaalf punten ‘articuleert’. Toch is de zondagse belijdenis van Nicea-Constantinopel een echo daarvan. We maken ons opnieuw het geloof eigen waarin we met onze doop en ons vormsel werden geïnitieerd. 

Misschien is het daarom niet ongepast om even te verwijzen naar de manier waarop de Kerk tot op vandaag volwassen geloofsleerlingen vertrouwd maakt met het credo. Je kan het vergelijken met een kostbaar familiestuk dat van generatie op generatie wordt doorgegeven, een juweel dat na een lange voorbereiding behoedzaam wordt onthuld. Dat gebeurde en gebeurt inderdaad pas in de laatste weken voor de Paaswake.

 

 

De pasgedoopten hebben hun geloof beleden en het licht van de Paaskaars ontvangen. © Frank Bahnmüller

Bisschoppen als Cyrillus van Jeruzalem (in het Griekse Oosten) en Augustinus van Hippo (in het Latijnse Westen) beklemtonen in de vierde en vijfde eeuw in hun preken tot catechumenen dat de woorden van het credo niet op papyrus zullen komen, maar uit het hoofd geleerd moeten worden. Dat wil eigenlijk zeggen dat ze in het hart bewaard en gekoesterd moeten worden en zelfs dagelijks gereciteerd. 

‘Kleed je je niet elke dag aan? Telkens als je het credo zegt, kleed je je hart aan.’ (Augustinus, Sermo 58,13). 

Ook in de huidige Orde van dienst voor de viering van de initiatiesacramenten wordt een zorgvuldige overdracht van de geloofsbelijdenis voorzien. 
Tijdens een van de voorbereidende vieringen richt de voorganger zich tot de naar voor getreden doopkandidaten: 
‘Veelgeliefden, luister nu naar de woorden van het geloof waardoor jullie gerechtvaardigd worden. Talrijk zijn zij niet, maar wel rijk aan inhoud: zij omvatten grote mysteries. Neem ze in je op en bewaar ze in een oprecht hart.’ 

Daarna wordt de gemeenschap uitgenodigd om haar geloof te belijden. Pas na verder ingroeien en ontdekken, tijdens de ‘laatste voorbereidende riten’, vraagt men de doopleerlingen om nu zelf deze belijdenis uit te spreken. De voorganger bidt: 
‘Heer, onze uitverkorenen hebben kennis genomen van het raadsbesluit van uw liefde en van het mysterie van Christus’ leven. Geef dat zij deze geheimen met de mond belijden en in een gelovig hart bewaren en uw wil metterdaad volbrengen. Door Christus onze Heer.’ 

Wanneer de doopleerlingen in de Paaswake de initiatiesacramenten ontvangen, wordt hen de geloofsbelijdenis in drievoudige vraagvorm voorgelegd. Zij hoeven slechts te antwoorden met ‘ja, ik geloof’. Ook hier blijkt wat we eerder al aanstipten: het gaat om het geloof van de Kerk dat er al is, dat we nu beamen en waar we ons persoonlijk bij aansluiten. Het is alsof we met twee voeten in een stroompje gaan staan: de levende Traditie die teruggaat op de apostelen. 

De praktijk van de vroege Kerk en de daarop gebaseerde richtlijnen voor de initiatie van volwassenen in de Kerk vandaag, leren ons het credo te zien als een kostbaar juweel dat we zondag na zondag kunnen koesteren: een belijdenis die ons verzamelt en die ons voorbereidt op de communio met de Heer en met elkaar. 


Dieter Van Belle

 

Naar de eerste bijdrage over de context en het belang van het concilie van Nicea
Laatste aanpassing op 03/12/2025 om 11:49

Lees meer

Dertig jaar verbinding, ontmoeting, rust en nieuwe hoop

Al zowat dertig keer vormden de abdijweekends binnen de werking na scheiding of relatiebreuk in bisdom Gent een plek van rust en verbinding.

"Jezus gaat naar iedereen"

Maak kennis met Kobe Verhofsté. Hij leeft met een mentale en fysieke beperking en dat is soms lastig, maar hij vindt ook veel vreugde.

Een aansporing tot liefde

In 2025 verscheen de Nederlandse vertaling van Dilexi te, een pauselijk document over de liefde voor de armen. Kerkplein las het alvast voor U.

Otheo.be

Recente artikels van Otheo

Onze uit-tips voor de komende weken (vanaf zaterdag 13 juni 2026)

Wat valt er de komende week te beleven, zien, horen ... dicht bij huis of iets verder? Maak je keuze uit onze uit-tips, elke week op vrijdag.

Sint-Michielsbeweging zoekt halftijdse medewerker (19u/week) [Vacature]

De Sint-Michielsbeweging is op zoek naar een halftijdse medewerker voor de ondersteuning van de algemene werking van de beweging in Kortrijk.

Eigen kijk

Hoe ik mijn uitvaart zie - Rik Torfs [column]

In een tijd waarin sommigen hun eigen uitvaart tot in de puntjes regisseren, verkiest Rik Torfs een eenvoudiger afscheid.

Lees meer van Otheo
HomeBisdom Gent
Algemeen
  • Contact opnemen
  • Digitale nieuwsbrief
Sociale kanalen
  • Facebook
  • Twitter
  • YouTube
© Bisdom Gent 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures
Ga naar Otheo