Vernieuwd beleidsplan Dignity tegen seksueel misbruik Kerk: hervormingen, preventie en participatie
Het beleidsplan werd opgesteld met inbreng van slachtoffers en is gebaseerd op de parlementaire aanbevelingen van 2024. Het is een totaalplan dat verduidelijkt hoe de Kerk en Dignity de komende jaren slachtoffers willen ondersteunen, hun verantwoordelijkheid willen opnemen, en nieuwe gevallen van seksueel misbruik willen voorkomen. Alle bisschoppen en de koepels van religieuze congregaties keurden het plan goed. Jessika Soors, nationaal coördinator voor Dignity, benadrukt: “De verwachtingen ten aanzien van de Kerk zijn terecht hoog. Het verleden kan niet ongedaan gemaakt worden, maar structurele verandering is mogelijk en noodzakelijk om erkenning, herstel en veiligheid te bieden. Dit beleidsplan zet de bakens uit.”
Ook aartsbisschop Terlinden bevestigt de vastberaden wil van de Kerk om het plan integraal uit te voeren: “Dit beleidsplan verwoordt het engagement van de Kerk om het leed van slachtoffers van seksueel misbruik binnen de Kerk te blijven erkennen en structurele maatregelen te treffen. Dat vergt een blijvende inspanning: luisteren naar slachtoffers, introspectie, samenwerking en een cultuurverandering binnen de eigen instellingen.”
Slachtoffers centraal: erkenning, zorg en herstel
Het vernieuwd beleid plaatst slachtoffers centraal. Zij werden betrokken bij de opmaak van het beleidsplan en krijgen ook inspraak in de verdere uitvoering. Er wordt een samenwerking uitgebouwd met Moderator vzw, forum voor herstelrecht en bemiddeling, om deze participatie vorm te geven. “Erkenning en luisteren naar de inbreng van slachtoffers is essentieel en erg waardevol”, benadrukt Jessika Soors. “Door samen te werken met Moderator vzw versterken we de participatie en inspraak."
De opvang van slachtoffers van seksueel misbruik binnen de Kerk wordt verder geprofessionaliseerd om tegemoet te komen aan hun noden. De samenwerking met andere meldpunten voor slachtoffers wordt op punt gesteld, zodat slachtoffers keuzevrijheid hebben in waar ze terecht kunnen.
Slachtoffers worden automatisch geïnformeerd over hun rechten en juridische bijstandsmogelijkheden. De bestaande bedragen voor tegemoetkoming aan slachtoffers worden voortaan jaarlijks geïndexeerd. Zoals eerder werd aangekondigd, is er €3000 bijkomende ondersteuning voor psychotherapeutische zorg voor erkende slachtoffers met een dading, in afwachting van een definitief wettelijk kader voor alle slachtoffers.
Er komt een laagdrempelig aanbod van lotgenotengroepen voor slachtoffers en hun naasten. Er komt ook spirituele begeleiding voor wie dit wenst.
Doortastend preventiebeleid in alle geledingen van de Kerk
Preventie van seksueel misbruik is een opdracht voor alle geledingen van de Kerk. In elk bisdom en voor de Franstalige en Nederlandstalige koepels van religieuze congregaties en ordes zorgt een coördinator voor een kwaliteitsvolle preventieve aanpak. Alle medewerkers en vrijwilligers volgen verplichte vorming rond integriteit, grenzen, traumasensitief werken en het herkennen van signalen van misbruik.
Het integriteitsbeleid wordt versterkt met een meldingsplicht voor medewerkers die het voorwerp zijn van een strafonderzoek of veroordeling. De digitalisering van het celebret, het document dat een priester toestemming verleent om de eucharistie te vieren, is een bijkomend veiligheidsinstrument dat ervoor zorgt dat enkel priesters zonder klachten of veroordelingen aan de slag kunnen.
De bestaande herdenkingsinitiatieven worden aangevuld met een niet-liturgisch aanbod, zodat ze toegankelijk en betekenisvol kunnen zijn voor alle slachtoffers van seksueel misbruik in de Kerk en voor de bredere samenleving. Slachtoffers zullen deze herdenkingsmomenten en -plaatsen mee kunnen vormgeven.
Nultolerantie ten aanzien van seksueel misbruik
Het beleidsplan verankert een strikt nultolerantiebeleid ten aanzien van seksueel misbruik. Elke melding wordt consequent behandeld. Er wordt proactief onderzocht of daders nog andere slachtoffers gemaakt hebben. De Raad van Toezicht, bestaande uit een groep maatschappelijke experts in onder andere criminologie, psychologie en recht, formuleert aanbevelingen over de opvolging van daders. Deze Raad functioneert onafhankelijk van de kerkelijke hiërarchie. Het advies van de Raad van Toezicht wordt voortaan in elk dossier verplicht. Eventuele belemmeringen bij de uitvoering van dit advies worden onmiddellijk voorgelegd aan de bevoegde instantie in Rome, met oog op een slagkrachtige aanpak binnen de Belgische Kerk. Daarnaast komt er een gespecialiseerd begeleidingsaanbod voor daders en hun naasten, gericht op toezicht en het verminderen van risico op herhaling.
Een klokkenluidersprocedure moet het melden van vermoedens van misbruik door getuigen vergemakkelijken, zonder angst voor maatregelen die de melder zelf zouden treffen. Nieuwe kerkelijke bewegingen moeten dezelfde protocollen volgen; zo niet riskeren ze hun erkenning om actief te zijn binnen een bisdom te verliezen.
Maximale transparantie en intensieve samenwerking met middenveld
Tot slot zet het vernieuwd beleidsplan in op maximale transparantie en samenwerking met de samenleving. Tijdens de voorstelling van het beleidsplan werd Soors geflankeerd door voormalig minister Céline Fremault. Zij wordt voorzitter wordt van de Nationale Commissie in de schoot van Dignity, die zal toezien op de concrete uitvoering, monitoring en evaluatie van het beleid. Fremault onderstreepte het maatschappelijk belang: “Seksueel misbruik binnen de Kerk raakt niet alleen de slachtoffers, maar de hele samenleving. Vanuit mijn voorzitterschap zal ik experts uit het middenveld actief betrekken bij deze essentiële opdracht.”
Vanuit Dignity komt er één centraal communicatiepunt om transparantie over het gevoerde beleid te bieden. Er komt een uniforme procedure om alle relevante documenten en dossiers van misbruik te archiveren. Een dialoogtraject over de archieven moet antwoorden bieden op de vragen van slachtoffers en onderzoekers om inzage in de archieven te krijgen.
Soors concludeert: “Dit beleidsplan is een nieuwe etappe en de horizon van wat er de komende jaren zal gebeuren. Er werd geluisterd naar de inbreng van slachtoffers en het plan komt tegemoet aan de parlementaire aanbevelingen. Maar hiermee is het werk is niet af. Ook bij de uitvoering zal samengewerkt worden met de slachtoffers, het parlement en de samenleving.”
Zie ook de infofiche bij het beleidsplan.