60 jonge jezuïeten uit heel West-Europa denken in Oude Abdij Drongen na over toekomst
De bijeenkomst in Drongen maakt deel uit van een breed proces bij de jezuïetenorde in West-Europa onder de noemer ‘Common Mission’. De regio krijgt overal te maken met een verminderd aantal roepingen en de sluiting van kloosters. Tegelijk groeit op veel plaatsen de betrokkenheid van leken die de ignatiaanse spiritualiteit en zending mee dragen.
Vandaar het initiatief om breed in te zetten op onderscheiding: waartoe roept God de orde vandaag? ‘Het leek ons logisch om de jongste jezuïeten samen te brengen om hierover uit te wisselen’, zegt Marc Desmet. Dat gebeurt niet zozeer in de vorm van pittig debat, maar in een sfeer van gebed en meditatief gesprek, zoals we het ook kennen van het synodaal proces. De ‘Common Mission Retreat’ vond deze week plaats in de Oude Abdij van Drongen.
‘Het doel is niet dat we samen een strategisch plan schrijven’, zegt Bart Van Emmerik, opvolger van Marc Desmet als regionale overste. ‘Het proces zelf is belangrijker dan een snel te vinden antwoord.’
Van ik naar jij naar wij
De eerste dagen van de retraite vertelden de deelnemers elkaar hoe zij jezuïet zijn geworden. Welke ervaringen hen gevormd hebben. Welke momenten van vreugde, hoop, twijfel of uitdaging belangrijk waren in hun roeping. Dat lijkt misschien een omweg, maar volgens Bart is het precies de juiste weg. ‘Je beweegt van ik naar jij. En van ik en jij naar wij.’
In die verbondenheid ontstaat een idee van hoe God in elk persoonlijk verhaal aan het werk is. Een jezuïet uit Dublin leeft niet in dezelfde kerkelijke werkelijkheid als een jezuïet uit Parijs, Birmingham of Amsterdam. Toch herkennen zij vaak dezelfde verlangens en dezelfde vragen.
Pas wanneer dat gezamenlijke ‘wij’ enigszins zichtbaar wordt, komt de volgende vraag in beeld: waartoe worden wij samen geroepen? Dat was volgens de begeleiders van deze dagen de eigenlijke kern van de Common Mission Retreat.
Bezorgdheden en kritiek
Grensoverschrijdende samenwerking, waar de jonge jezuïeten zich hier in Drongen aan willen wagen, kan een profetisch teken zijn. Maar er zijn ook zorgen, vragen en kritische opmerkingen. Leidt een groter geheel niet onvermijdelijk tot meer vergaderingen en meer bureaucratie? Worden culturele verschillen niet onderschat? Of gaat een sterke internationale focus niet ten koste van lokale betrokkenheid? Ook leeft op sommige plaatsen de vraag of dit proces uiteindelijk zal leiden tot een bestuurlijke fusie van provincies en regio’s. Die vragen werden niet weggewuifd.
Juist omdat het proces gebaseerd is op onderscheiding, krijgen ook aarzelingen en kritische stemmen een plaats.
Juist omdat het proces gebaseerd is op onderscheiding, krijgen ook aarzelingen en kritische stemmen een plaats. Onderscheiden betekent immers niet dat iedereen vanaf het begin hetzelfde denkt. Het betekent luisteren naar alle bewegingen die in een gemeenschap aanwezig zijn: enthousiasme én terughoudendheid, hoop én onzekerheid.
Marc Desmet vindt die eerlijkheid heel belangrijk. ‘Een gemeenschappelijke missie kan alleen groeien wanneer mensen zich vrij voelen om ook hun zorgen uit te spreken.’
Wat na Drongen?
‘De jonge jezuïeten moeten nu bouwstenen aanreiken, geen conclusies of rapporten produceren’, klinkt het. ‘Misschien zullen er nieuwe gezamenlijke initiatieven ontstaan. Misschien groeit er meer samenwerking rond vorming, jongerenwerk of andere apostolische prioriteiten. Misschien worden bestaande netwerken versterkt. Misschien ontstaan er ideeën waar eerder nog niemand aan dacht.’
Marc Desmet besluit met een glimlach: ‘Wat er feitelijk gaat gebeuren, dat weet alleen God.’ (Roland Meeuwsen/LW)








