Rouwpastoraal in de Petrusgemeenschap van Torhout: "Families in rouw nabij zijn"
Wat organiseren jullie in de Petrusgemeenschap op het vlak van rouwzorg?
De rouwgroep komt drie of vier keer per jaar samen om onze activiteiten voor te bereiden: rouwbezoeken, gedachtenisvieringen, herdenkingsvieringen en kerkhofpermanentie op 1 november.
Rouwbezoeken vinden plaats ongeveer een jaar na de sterfdatum. We verdelen de te bezoeken families onder de leden van de werkgroep. Het is ons streven om bij elk bezoek een kaart met passend beeld en een passende tekst mee te brengen. Als de persoon te ver woont, sturen we die kaart op.
Driemaandelijks organiseren we een gemeenschappelijke gedachtenisviering in de Sint-Pieterskerk voor de overledenen begraven in een van de kerken van de pastorale eenheid in de voorbije periode. We bezoeken de families van de overledenen en nodigen hen uit voor deze viering. Aan het begin van de dienst worden de namen opgenoemd, ondertussen steekt de acoliet een kaarsje aan in een sfeervol (bloemen-)decor. Dit kaarsje krijgen de families na de viering mee. Tijdens de voorbeden worden hun voornamen nog genoemd door de voorganger, het is een intens moment waarbij we de namen neerleggen in de palm van Gods warme hand. Nadien volgt een ontmoetingsmoment met koffie, thee of water.
Begin november is er de gemeenschappelijke herdenkingsviering. De leden van de werkgroep bezoeken de families met een overledene sinds november van het vorig jaar en nodigen hen uit voor de viering. Ook in deze viering worden de namen genoemd, dit gebeurt bij een lichthulde met het licht van de paaskaars. De viering vindt plaats in de Sint-Pieterskerk waar alle kruisjes van de overledenen nu een plekje krijgen in een warm decor van de paaskaars, bladeren en kaarsjes. Bij de offerande krijgt iedereen een kaartje met de namen en na de viering krijgen de families van de overledenen het kruisje en kaarsje mee naar huis. Daarna volgt een ontmoetingsmoment.
Verder organiseren we op 1 november ook kerkhofpermanentie. Hiervoor krijgen we hulp van andere werkgroepen en vrijwilligers in de pastorale eenheid. We bieden een kaartje aan met een gebed voor aan het graf. Soms geeft dit aanleiding tot een gesprek, soms beperkt het zich tot het afgeven van dat kaartje, maar we blijven geloven in dit initiatief.
Hoe zijn jullie begonnen met rouwzorg en hoe is het initiatief gegroeid?
We wilden families in rouw nabij zijn en begonnen destijds in de federatie met rouwbezoeken een jaar na de sterfdatum. Op een bepaald moment werden we uitgenodigd door een federatie in Roeselare om samen na te denken over hoe we samenwerking in de federaties werkelijk konden realiseren. Het ging bijvoorbeeld over het organiseren van gemeenschappelijke sobere malen of aandacht voor parochiegebonden initiatieven.
Vooral de getuigenis van priester Johan Loones maakte daar grote indruk op ons. Hij vertelde over een driemaandelijkse gedachtenisviering in zijn federatie en hoe die werkelijk georganiseerd werd op de eerste zondag van de maand. Wij vonden dit onmiddellijk een mooi initiatief en zochten samen naar een moment om dit ook in onze federatie, later pastorale eenheid, waar te maken. Zo kwamen we uit op de vijfde zondag van de maand.
We vonden het vooral belangrijk om zo ook korter na de sterfdatum op rouwbezoek te kunnen gaan, met de uitnodiging voor de gedachtenisviering.
Is het zwaar om steeds opnieuw mensen met verdriet en rouw bij te staan? Hoe kan je jezelf hier steeds opnieuw voor opladen?
Het is inderdaad intens. Soms is het ook zo dat we als rouwzorgers meer een luisterend oor moeten/kunnen zijn, dan dat we zelf veel moeten spreken. Tijdens de bijeenkomsten krijgen we de kans om te luisteren naar de ervaringen van de andere leden van de rouwwerkgroep. Zonder verplichting kunnen we hier een ervaring delen over een eerder rouwbezoek. Dat is na de bezinning altijd het eerste punt op de agenda.
Niet alle bezoeken zijn gemakkelijk: soms mag ik enkel een kaartje afgeven, soms zegt men: “Je moet niet komen praten over God.”
Soms bereid je een gesprek wat voor en ontplooit het zich helemaal anders dan verwacht. Hoe omgaan met iemand die je binnenroept en zegt: “Dat jullie nu echt nog aan mij denken, ik kan mijn verdriet nog zo moeilijk kwijt aan…” Of je blik valt op een Mariabeeldje met het rouwkaartje en je ontdekt het grote vertrouwen van die familie in Maria. Het is dus veel meer dan alleen maar ‘namen verdelen’ in het licht van komende/voorziene bezoeken.
Sommige leden van de werkgroep kiezen voor families die ze kennen, anderen opteren voor een onbekende familie. Die vrijheid gunnen we elkaar. Soms horen we: die persoon is nu echt wel eenzaam. Ken je hem of haar en zou je misschien een bezoekje kunnen brengen?
We steunen elkaar dus zeker en vast. We krijgen weer goede moed om verder te gaan. We helpen elkaar ook bij het kiezen van de passende kaart voor het bezoek na een jaar. Deugddoend is ook dat we meestal mogen ervaren dat de contactpersoon de uitnodiging ook doorgeeft aan familie- of gezinsleden.
Na de gemeenschappelijke gedachtenisvieringen krijgen we vooral positieve reacties. De families voelen zich (blijvend) gesteund in hun verdriet, in hun afscheid nemen. Ze voelen nabijheid en laten dit ook blijken. Zeker tijdens het ontmoetingsmoment na de viering. Een afscheid kan nog heel ‘vers’ zijn en dat voel je soms wel sterk. Het tekent het gesprek zeker en vast.
De werkgroep rouwzorg van de Torhoutse Petrusgemeenschap (PE Heilige Petrus Torhout) bestaat uit negen personen: Daniël Willem (die de groep coördineert), Christina Balcaen (die vooral instaat voor de administratie), Joris Ocket, Freddy Nocon, Lieve Desmedt, Linda Cordtvriendt, Jef Demyttenaere, Rik Vancouillie en Cecile Blomme.
Dit zijn allemaal mensen die zich ook op andere vlakken ten dienste stellen van de pastorale eenheid. Bijvoorbeeld als teamlid, kerkbediende, lector, bezieler van het bloemendecor of lid van de werkgroep Broederlijk Delen…


