Ontstaan Bedevaartsoord Kerselare
Laatst bijgewerkt op 06/08/2026 om 09:51
Een nieuw en groter Kapelletje wordt ingewijd
Een comité besluit om een nieuw en groter kapelletje te bouwen. De oude kerselaar wordt omgehakt en op die plaats komt de kapel. Het lieve Vrouwbeeldje hangt op dezelfde plaats met de kerselaar in gedachten.
Op zaterdag 3 mei 1460, feestdag van de Heilige Kruisvinding, werd het kapelletje ingewijd door Heer Jan van Bourgondië, bisschop van Kamerijk. De verjaardag van deze kerkelijke plechtigheid wordt nu nog steeds gevierd. leder jaar begint op de zondag volgend na 3 mei de negendaagse novene, topdagen voor Kerselare.
Het worden nu echte bedevaarten en Kerselare is uitgegroeid tot een symbool van het bewogen geloof!
Ook de hoogste gezagdragers komen naar Kerselare zoals: Maria van Bourgondië, Margaretha van Oostenrijk, Karel V, Habsburger en kleinzoon van Maximiliaan, Filips II zoon van Karel V. … dit onderlijnt toch wel de betekenis van Kerselare.
Een nieuwe Kapel zo groot als een kerk
In 1570 laat Jacob de Joigny, zoon en opvolger van Joos (die de krokodil meebracht), een nieuwe kapel bouwen zo groot als een kerk. Het oud kapelletje blijft er aangeplakt bijstaan als een rechter arm tegenover de nieuwe beuk en het koor die er bij kwamen.
Iedereen vraagt zich af waarom Jacob zo een grote kapel liet bouwen, is het uit dankbaarheid dat zijn vader aan de dood is ontsnapt, of gaat het om schuldherstel? Het kan ook wel zijn dat baron Jacob enkel de gedachte of de wil of de belofte uitvoerde van zijn overleden vader, die reeds zijn eerbied en dankbaarheid liet blijken door de krokodil aan te bieden aan Onze-Lieve-Vrouw van Kerselare.
Mirakels blijven geschieden, deze worden in het "mirakelenboek" zorgvuldig bijgehouden. Ex-voto's en gedachtenisbordjes uit dankbaarheid zijn stille getuigden hiervan. In het jaar 1600 lag er in de kapel een boek waar er toen al tussen de 300 en 400 geloofwaardige mirakels in vermeld stonden!
Grafstenen van de vierde en vijfde kapelaan, Gibertus Goswin en Jacobus De Hant, die nog steeds in de huidige kapel hangen.
Hier ligt Eerwaarde Heer Gilbert De Goswin, religieus die gedurende 38 jaren deze kapel goed en met eer heeft beheerd. Hij stierf op 18 mei 1761, 72 jaren oud, 50 jaar professie, 48 jaar priester.
Schulden, Bemeubelen en restaureren
In 1839 is de schuldenlast gelukkig voorbij, een tweede grote zorg is de bemeubeling.
Op 8 september 1860 wordt de 400ste verjaardag van de wijding van het kapelletje gevierd in aanwezigheid van Mgr. Delbecque, dit kapelletje doet achteraf dienst als sacristie en zijkapel.
In 1872 wordt Edelare als parochie erkend met als eerste pastoor Karel Jozef Verheyden die tevens instaat voor Kerselare.
In 1887 wordt het gebouw gerestaureerd, met de Gentse bouwmeester Van Assche. Bij deze werken is o. a. het torentje van het midden naar vooraan verplaatst.











