5 dooddoeners die je beter niet zegt tegen iemand die rouwt
Zelf praat Charlotte Verrecas makkelijk over haar verdriet. De afgelopen jaren merkte ze echter dat dat niet voor iedereen geldt. Heel wat mensen weten ook niet goed hoe te reageren als iemand in hun omgeving rouwt. Daarom schreef de bezielster achter Troostbaar in Brugge een boek. Welke dooddoeners doen soms meer kwaad dan goed? Wat zit er achter? En hoe reageer je dan wel het best?
#1 • Alles gebeurt met een reden
Deze uitspraak probeert de werkelijkheid te verklaren met de bedoeling ze dragelijker te maken. Maar op die manier wordt de werkelijkheid net minder ernstig genomen.
Charlotte: ‘Toen mijn broer Sander ziek werd en we wisten dat hij niet zou genezen, kreeg ik dit soort zinnen vaak te horen. Ik kon ze op een bepaald moment bijna niet meer aanhoren. Ze voelden alsof de werkelijkheid waarin ik leefde even werd toegedekt, terwijl ik wist dat niet alles goed zou komen.’
#2 • Gelukkig was het snel voorbij of Je bent nog jong, je hebt nog tijd
Ook dit zijn goedbedoelde opmerkingen die iemands verlies of verdriet onmiddellijk proberen te relativeren of kleiner te maken.
Charlotte: ‘Dergelijke uitspraken nodigen de rouwende uit om sneller vooruit te kijken, terwijl die persoon nog midden in een rauw en pijnlijk proces zit. Het doet geen recht aan de zwaarte van het moment.’
Rouw is geen project dat je even netjes binnen de lijntjes houdt.
#3 • Je moet nu sterk zijn of Je moet proberen positief te blijven
Hier speelt de maatschappelijke druk om vooral niet te lang te 'zeuren' en efficiënt door te gaan een rol. Alsof rouw een to-dolijstje is dat je afwerkt.
Charlotte: ‘Mijn broer Sander was tijdens zijn ziekte ontzettend positief en riep altijd dat onkruid niet vergaat. Dat was prachtig van hem, maar ik heb zelf ook gevoeld hoe uitputtend die plicht om 'sterk te moeten zijn' kan zijn. Rouw is geen project dat je even netjes binnen de lijntjes houdt.’
#4 • Alles komt goed
Een klassieke dooddoener die bedoeld is om moed in te spreken en hoop vast te houden, maar die op een donker moment volkomen mis kan slaan.
Charlotte: ‘Toen Sander op de palliatieve afdeling lag, wisten we allemaal dat hij ging sterven. De belofte ‘alles komt goed’ botste keihard met de werkelijkheid en bood mij op dat moment geen enkele troost.’
#5 • Zij/hij heeft een mooi leven gehad of Misschien is het ergens wel beter zo
Ook deze rationele troostpogingen proberen het verlies te verzachten door naar de feiten van het verleden te kijken.
Charlotte: ‘Hoewel het liefkozend is bedoeld, helpt het de rouwende niet. Mijn verdriet in het nu en het enorme gemis laten zich niet zomaar wegredeneren met een geruststelling over het verleden.’
Wat zeg je dan wél?
Als Charlotte Verrecas één raad mag meegeven over wat je zegt of doet bij iemand die rouwt, dan is het: durf eerlijk toe te geven dat je het niet weet, en kies er simpelweg voor om nabij te blijven.
‘Verdriet heeft geen oplossingen nodig, maar getuigen: mensen die het zien en er niet voor weglopen of de blik afwenden. En die hun eigen ongemak of onmacht niet verbergen. Troost begint niet met de juiste woorden, maar met de moed om aanwezig te zijn, ook wanneer je geen woorden hebt.’
Wie is Charlotte?
Charlotte Verrecas (41) begon haar carrière als make-upartieste bij onder meer de tv-serie Aspe en grote Vlaamse musicals, waarna ze vijftien jaar aan de slag ging bij cultuurcentrum Het Entrepot in Brugge. Na het overlijden van haar broer Sander in 2020 besloot ze het roer om te gooien. Gedreven door het gemis aan verbinding en de behoefte aan laagdrempelige steun bij rouw, richtte ze in augustus 2024 Troostbaar op in de Brugse Langestraat: een ontmoetingsplek, koffiebar, troostwinkel en kaarsenatelier voor wie met verlies of verdriet kampt.
• Als woorden ontbreken, Charlotte Verrecas, Lannoo (2026) is verkrijgbaar in de boekhandel of bij Charlotte zelf in Troostbaar in Brugge (Langestraat).






