7 Bijbelse vragen aan Kristel Waterloos, de vaste regisseur van Annemie Struyf
Ze is niet alleen de vaste regisseur, maar ook de beste vriendin van Annemie Struyf. Tijdens de voorstelling Godzijdank – Annemie Struyf vertelt – op dinsdag 19 mei in Gent en woensdag 20 mei in Antwerpen – kun je ze samen aan het werk zien. Bestel je tickets!
#1 Wat zie je? (Marcus 8,23)
Ik zie hoe langer hoe meer. Dat vind ik net zo fijn aan ouder worden, dat je door van alles mee te maken, op veel plaatsen te komen en nieuwe mensen te ontmoeten steeds meer levenswijsheid meekrijgt. Die kan je dan gebruiken om op een andere manier naar dingen te kijken die voordien heel vanzelfsprekend waren. Het is natuurlijk wel zo dat je je zowel van positieve als van negatieve zaken bewuster wordt. Zo kom je soms ook mensen tegen die het minder goed met je voorhebben.
De kunst bestaat er dan in om hier zo weinig mogelijk energie in te steken en vooral te focussen op de positiviteit om je heen. Dat is voor mij een leerproces geweest en dat is nog steeds zo. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer levenservaring je hebt, dus hoe sneller je het goede en het slechte kan onderscheiden. En hoe meer je kan focussen op het goeie rondom jou. Dat maakt het leven zoveel mooier.
#2 Wie zijn jouw broeders en zusters? (Matteüs 12,48)
Mijn broeders en zusters zijn de mensen met wie ik mij verbonden voel in dit leven. In eerste instantie zijn mijn gezinsleden en nabije familieleden mijn gidsen en zielsgenoten in dit leven, van wie ik veel kan leren en met wie ik samen deze weg bewandel. Maar ook heel goeie vrienden die ik minder vaak zie, zijn broeders en zusters voor mij. Ook al zien we mekaar heel weinig, vanaf het moment dat we samen zijn, wordt er weer ingehaakt alsof het gisteren was. Dat zijn mensen bij wie ik volledig mezelf kan zijn en die ik al heel lang kent. Die zijn van onschatbare waarde voor mij.
De zusters van Brecht hebben mij weten te raken en op een andere manier naar het leven doen kijken.
Kristel Waterloos
Regisseur
Ook op reportage kom ik soms mensen tegen met wie het meteen klikt. De zusters van het slotklooster van Brecht, bijvoorbeeld. Ik ken hen ondertussen al 17 jaar en Annemie en ik hebben er al verschillende reportages gemaakt. Ook al kom ik daar niet dagelijks over de vloer, ze hebben mij weten te raken en op een andere manier naar het leven doen kijken. Dat zijn heel waardevolle contacten die inspireren. En daar gaat het volgens mij over in het leven.
#3 Waar is je geloof? (Lucas 8,25)
Mijn geloof uit zich niet zozeer door naar de kerk te gaan en te bidden of door te mediteren of tempels te bezoeken. Het zit in mij en dat draag ik elke dag mee. Het kan zich uiten in alles en niets, want wij zijn alles en niets tegelijk. Ik probeer een goed mens te zijn, een goede moeder, een goede partner, een goede zus, een goede dochter en een goede vriendin. Ik geloof in het leven: in het verleden en in de toekomst. Ik geloof in de kracht van de natuur. En ik geloof vooral in het NU. En in dat nu probeer ik regelmatig naar binnen te gaan, me in mezelf te keren en daar op zoek te gaan naar rust. Dat is mijn manier van bidden.
#4 Zou een dode weer tot leven kunnen komen? (Job 14,14)
Ook al zijn de doden fysiek niet meer onder ons, ze zijn nog evengoed aanwezig op een andere manier. Daar geloof ik heel sterk in. Zo is onlangs een oom overleden met wie ik een goede band had. Ik had daar op het moment zelf heel veel verdriet van, maar daarna niet meer, want hij is altijd in mijn buurt. Af en toe voel ik hem, denk ik aan hem en kan hij me zelfs nog ontroeren op een heel onverwacht moment. Daarom ben ik ook niet bang voor de dood, want ik geloof heel sterk dat we niet zomaar ‘weg zijn’ als we sterven. Er komt nog van alles, alleen weten we niet wat precies. En dat is goed zo.
Ik ben niet bang voor de dood, want ik geloof heel sterk dat we niet zomaar ‘weg zijn’ als we sterven.
#5 Waarom twijfel je? (Matteüs 14,31)
Ik twijfel vaak aan mezelf, aan hoe zaken gaan uitdraaien waar ik geen controle over heb. Ik twijfel soms ook aan anderen, aan hun bedoelingen en hun plannen. Twijfelen doet nadenken, afwegen, voelen. Het maakt kwetsbaar, want we stellen eventjes alles in vraag. Maar dat is goed, want daar leren we uit. Van het grote gelijk leer je niets. Door te twijfelen plaatsen we ook alles meer in perspectief. Het is natuurlijk niet goed om in twijfel te blijven hangen, want dan neem je geen beslissingen meer en kom je vast te zitten. Zelf heb ik gelukkig een aantal mensen rond mij bij wie ik met mijn twijfels en vragen terechtkan. Want dat merk ik wel: in periodes van twijfel sta je er liever niet alleen voor.
#6 Waarom huil je? (Johannes 20,15)
Bekijk ook
Ik huil heel gemakkelijk. Soms kan ik door de stomste dingen ontroerd raken. Ik heb dat vooral met massa-evenementen of wedstrijden. Ik denk dat een soort van samenhorigheidsgevoel me dan overvalt waardoor me dat heel diep raakt. De Olympische Spelen bijvoorbeeld, dat vind ik een fantastisch evenement. Van over de hele wereld worden alle beste sporters naar 1 plek gezonden waar ze tegen elkaar kunnen strijden. Het is me dan niet zozeer om de medailles te doen, maar het feit dat iedereen op zo een moment gelijk is en de liefde voor sport deelt, dat vind ik geweldig. Een Amerikaan, een Chinees, een Nepalees en een Keniaan staan plots tegenover elkaar, maar ze delen wel dezelfde droom, ongeacht hun afkomst. De passie voor de sport duwt alle andere wereldproblemen op dat moment eventjes weg. Verdeeldheid maakt plaats voor samenhorigheid. Ik kan ook huilen van trots, als mijn kinderen weer een mooi resultaat hebben neergezet of een goeie daad hebben gedaan.
#7 Waarvoor ben je bang? (Matteüs 8,26)
Vroeger was ik bang om alleen te zijn, bang voor het donker, bang om voor een groep te spreken. Ik heb geleerd dat het belangrijk is om af en toe in die angst te gaan zodat je kan zien dat ze misschien kleiner is dan je hem gemaakt hebt. Zo kan je kleine en grote angsten overwinnen. Maar mijn grootste angst is toch dat er iets met mijn kinderen, mijn man of mijn dichte familieleden en vrienden zou gebeuren. Angst om hen te verliezen. Ik ben daar niet dagelijks mee bezig, gelukkig maar. Maar ik probeer toch zoveel mogelijk te genieten van de momenten waarop het met iedereen goed gaat en er geen grote levensbedreigende zorgen zijn. Want als ik elke dag met de angst zou leven dat hen iets zal overkomen, dan kan ik ook niet genieten van het hier en nu, mét hen.