Overslaan en naar de inhoud gaan
Home
  • Abonneer nu
  • Zoeken
  • Help
  • Digitale krant
  • Inloggen
Menu
Sluiten

Hulp nodig? Bel de klantendienst op het nummer
03 210 08 30 (ma-vr: 9-12u, 13-16u) of mail ons

  • Inloggen
  • Digitale krant
  • Verhuis melden
  • Krant niet ontvangen
  • Help
  • Contact
  • Zoeken
  • Ontdek Otheo
  • Otheo voor Kerk en Leven abonnees
  • Wegwijsinfo Kerk in Vlaanderen
  • Vacatures
  • Abonneer nu
  • Bestel proefpakket
  • Ontvang nieuwsbrief
Nieuwsoverzicht
Columns
Paus Leo XIV
Kerk in Vlaanderen
Otheo Radio
Otheo Magazine
previous
next

Bijbel van A tot Z ~ Zeus Xenius

In ‘Bijbel van A tot Z’ verklaren we verkeerd begrepen of vergeten woorden uit de Bijbel. Vandaag een vreemde naam: Zeus Xenius, van een vreemde God.

Lieve Wouters

Bijbel van A tot Z: Zeus Xenios betekent 'God, beschermer van de reizigers'. Wat in Makkabeeën een grove belediging is, geeft Jezus in het evangelie een eigen draai.
Bijbel van A tot Z: Zeus Xenios betekent 'God, beschermer van de reizigers'. Wat in Makkabeeën een grove belediging is, geeft Jezus in het evangelie een eigen draai.

De Hebreeuwse Bijbel bestaat enkel uit in het Hebreeuws geschreven boeken (met hier en daar enkele Aramese passages). Sinds Alexander de Grote (356-323 voor Christus) is de Griekse of Hellenistische cultuur overal in opmars. Delen van de Bijbel worden naar deze wereldtaal vertaald.

Hoewel de Hellenistische cultuur wel degelijk aantrekkingskracht had, verzette een deel van de bevolking in Israël zich tegen de vreemde cultuur die de eigen tradities dreigde te beschadigen. Dat werd er niet beter op toen sommige machthebbers na Alexander de Grote het nodig vonden de hellenisering met harde hand door te voeren.

Makkabeeën: strijd tegen gedwongen hellenisering

Met name de Syrische vorsten hadden daar een handje van. Het meest uitgesproken onder hen is Antiochus IV, die het op een gegeven moment waagt een beeld van de Griekse Oppergod Zeus (Zeus Olympios) in de heilige tempel in Jeruzalem te plaatsen – met een gigantische opstand tot gevolg.

Hier ligt de oorsprong van de Makkabeeënstrijders. Zij verzetten zich met hand en tand tegen de vergrieksing en tegen de maatregelen die daarmee gepaard gaan. Lees volgende passage die een indringend beeld geeft van wat er zich toen afspeelde (2 Makkabeeën 6, 1-11): 

Niet lang daarna stuurde de ​koning​ [Antiochus IV] de Athener Geron om de ​Joden​ te dwingen de tradities van hun voorouders af te zweren en niet langer naar Gods voorschriften te leven. Door zijn toedoen werd de tempel in ​Jeruzalem​ ontwijd en genoemd naar ​Zeus​ Olympius, terwijl de tempel op de Gerizim op verzoek van de bevolking van Sichem aan ​Zeus​ Xenius werd gewijd.
Deze provocatie trof het volk als een slag in het gezicht. Vreemdelingen​ namen de tempel in bezit en hielden er liederlijke braspartijen. Ze vermaakten zich met ​prostituees, hadden binnen de ​heilige​ muren gemeenschap met andermans vrouwen en namen allerlei ongepaste zaken mee naar binnen. Het ​altaar​ werd volgezet met goddeloze offergaven die strijdig waren met de voorschriften. Het was niet langer geoorloofd om de ​sabbat​ in acht te nemen, de traditionele feesten te vieren of er zelfs maar voor uit te komen dat men ​Jood​ was. Onder harde dwang werden de ​Joden​ verplicht om elke maand op het geboortefeest van de ​koning​ deel te nemen aan heidense offermaaltijden, en tijdens het feest ter ere van Dionysus moesten ze met klimop omkranst meelopen in de optocht voor Dionysus.
Op voorstel van [gouverneur] Ptolemeüs werd in de omringende Griekse steden een decreet uitgevaardigd van soortgelijke strekking, waarin stond dat de ​Joden​ moesten deelnemen aan de heidense offermaaltijden en dat wie niet bereid was om zich aan de Griekse zeden aan te passen, ter dood moest worden gebracht. Hoe moeilijk de tijden voor de ​Joden​ waren geworden, bleek wel toen twee vrouwen werden opgebracht omdat ze hun zonen hadden laten ​besnijden: met hun zuigelingen aan hun borsten gehangen werden ze publiekelijk door de stad gevoerd en ten slotte van de ​muur​ naar beneden gegooid. Een andere keer waren mensen vlak buiten de stad in grotten bij elkaar gekomen om heimelijk de zevende dag te vieren. Zij werden aan Filippus verraden en op de brandstapel terechtgesteld, want uit ​eerbied​ voor de zo ​heilige​ dag hadden ze zich niet willen verdedigen.

De passage is zo nuchter verwoord dat ze wel uit de krant lijkt te komen. Gruweldaden van terreurgroepen en -regimes doemen zo voor je op. Maar de tekst is wel degelijk ruim 2000 jaar oud.

We vernemen dat door toedoen van Antiochus IV de twee grote tempels in Israël van beelden van de oppergod Zeus worden voorzien: de tempel van de Samaritanen op de berg Gerizim en de tempel van de Joden in Jeruzalem. Uiteraard gaat het hier om een provocatie van formaat.

Met de titel Zeus Xenius (Grieks: Xenios) werd uitgedrukt dat Zeus ook de beschermheer was van reizigers en vreemdelingen. 

Zeus Xenius

Maar wie was Zeus eigenlijk? De oppergod van het Griekse pantheon zorgde voor harmonie in de natuur en verleende koningen hun macht over volken. Hij heerste vanaf de berg Olympus en stond bekend als de beschermer van steden en hun inwoners. Zeus had allerlei titels die aangaven waarvoor men hem vereerde.

Eén van die titels was Zeus Xenius (Grieks: Xenios). Daarmee werd uitgedrukt dat Zeus ook de beschermheer was van reizigers en vreemdelingen. Dat het Zeusbeeld in Sichem de naam Zeus Xenius krijgt, vindt de schrijver van de Makkabeeënboeken ironisch, want hij associeerde de Samaritanen niet direct met openheid voor reizigers en gastvrijheid! Integendeel, over het algemeen was het opletten geblazen voor wie door Samaritaans gebied wilde trekken.

De tempel op de Gerizim zal overigens door de Makkabeeër Johannes Hyrcanus worden verwoest (einde tweede eeuw v. Chr.).

Jezus Xenius

Het mooie van dit hele verhaal ligt in de parallel met een verhaal in het evangelie. De ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw in het vierde hoofdstuk van het Johannesevangelie krijgt tegen de achtergrond van het verhaal uit Makkabeeën een bijzondere betekenis. Jezus vraagt haar om hem gastvrijheid te betuigen en wat water te geven. In de loop van het gesprek echter draaien de rollen om en blijkt Jezus de gastheer te zijn die ‘levend water’ schenkt.

In dit markante verhaal ontpopt Jezus zich als Jezus Xenius ­– Jezus, de behoeder van de vreemdelingen en van wie er niet bij horen.

Delen

E-mail
Facebook
X
Print
Laatste aanpassing op 28/01/2026 om 15:45

Lees meer

Bijbel van A tot Z: zegel. Wie gedoopt en gevormd is, draagt in zijn hart het zegel van de heilige Geest, een merkteken dat herinnert aan een onverbrekelijke liefde.

Bijbel van A tot Z ~ Zegel

In ‘Bijbel van A tot Z’ verklaren we woorden uit de Bijbel. Vandaag: zegel. Van een verzegelde brief tot een verzegeld hart en het zegel van de Geest.

Home
Algemeen
  • Inloggen
  • Digitale krant
  • Ontdek Otheo
  • Kerk & Leven abonnees
  • Wegwijs Kerk in Vlaanderen
  • Deelsite op Otheo
  • Vacatures
Klantendienst
  • Abonnementen
  • Proefpakket
  • Nieuwsbrief
  • Verhuis melden
  • Krant niet ontvangen
  • Help
  • Contact
Sociale kanalen
  • Facebook
  • Instagram
  • Twitter
  • YouTube
Liturgische hoogtepunten
  • Advent en Kerstmis
  • Pasen
  • Pinksteren
  • Hemelvaart
  • Allerheiligen en Allerzielen
Bisdommen
  • Bisschoppenconferentie
  • Aartsbisdom Mechelen-Brussel
  • Bisdom Antwerpen
  • Bisdom Brugge
  • Bisdom Gent
  • Bisdom Hasselt
  • Vicariaat Brussel
  • Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen
© Otheo 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures

Nieuw bij Otheo? Ontdek hier wie we zijn en wat we voor je kunnen doen.

CIM