‘Dankzij de jongeren raakt mijn ervaring niet vastgeroest’
Sinds zijn priesterwijding in 1995 verloor Wim Selderslaghs (51), die vandaag het Antwerpse vicariaat Kempen leidt, de jeugd zelden lang uit het oog. Eerder was hij jeugdpastor, nationaal Chiroproost en vicaris voor de jongerenpastoraal, nu komt hij mee aan het roer bij IJD.
Wat voor jongere hij zelf was? „Geëngageerd gelovig, actief in de parochie, maar net zo goed op zoek naar wat dat alles kon betekenen”, zegt Wim Selderslaghs. „Ik kom niet meer uit de periode van de rijke overvloed aan jongeren in de Kerk.” Het evangelie maakte in hem ook een sterk rechtvaardigheidsgevoel wakker. „Als puber was ik echter zeker niet de makkelijkste. Mijn ouders en leerkrachten moesten heel wat verdragen van me.”
– Hoe ziet u als kersverse voorzitter de taak van IJD Jongerenpastoraal Vlaanderen?
Verbinden is de grootste opdracht. Enerzijds moet IJD jongeren die zoekend zijn, geëngageerd gelovig zijn of belangstelling hebben, samenbrengen. Wie zoekt, ontdekt dat anderen uitgesproken geloven, wie sterk staat, ontdekt dat hij iets kan betekenen voor anderen. Anderzijds verbindt IJD jongeren met de Kerk en zorgt het mee voor inbedding. Een jongerengroepje mag niet zweven in het niets, want ooit ontgroeien de jongeren het. Als ze geen band hebben met de Kerk, waar komen ze dan thuis? Het verwondert me tot vandaag dat je, als je in de Kerk spreekt over jongeren, te horen krijgt dat ze er niet zijn, maar dat de deur openstaat. Niemand voelt zich uitgenodigd als je zelf aan de binnenzijde van die deur blijft. Er is geen wondermiddel, maar we moeten de geest en de blik openhouden en blijven zoeken.
Het is dan ook belangrijk dat IJD een verscheidenheid aan groepen ondersteunt, van jongerenkoren en misdienaars tot spiritualiteitsgroepen, en diverse activiteiten aanbiedt, die elk op hun manier de kans tot gesprek of verdieping bieden. In dat laatste zit evolutie. Toen ik een kwarteeuw geleden jeugdpastor was, lag de nadruk bijna overal sterk op laagdrempelige activiteiten, waarbij we vooral niet te snel begonnen over God en geloof. Uiteraard is het terecht dat je jongeren hun verhaal laat doen, maar er kan een evenwicht zijn tussen luisteren en getuigen.
– Van 2000 tot 2006 was u nationaal Chiroproost. Hoe hard verschilt vandaag van toen?
Ook toen was het niet vanzelfsprekend dat de Chiro kerkelijk verbonden is. Dat evolueerde voort, maar als je kijkt naar plaatselijke groepen, dan zijn de verschillen vandaag even groot als vijftien jaar geleden. Er zijn nog altijd groepen voor wie het evident is dat ze op Christus Koning de eucharistieviering bijwonen. Hetzelfde zie je bij volwassen bewegingen zoals Landelijke Gilden en KWB. De Kerk en het middenveld kunnen nog steeds toenadering zoeken tot elkaar, zonder dat het uitmondt in afhankelijkheid. Bewegingen ontwikkelen hun eigen dynamiek en laten zich niet leiden van buitenaf, maar [node:field_streamers:0] dat hoeft niet. We kunnen in die dynamiek een gelovige stem laten horen, want elke groep telt mensen die zich aangesproken voelen door evangelie en geloof.
– Hoe gaat het met de jongerenpastoraal in het vicariaat Kempen?
Enkele jaren terug koos het bisdom Antwerpen ervoor op een aantal plekken jongerenpastors te laten bouwen aan een kerkplek voor jongeren. Het vicariaat telt vijf dergelijke Inspirelli’s. Heel wat meer plekken zouden ook wel zo’n jeugdpastor willen, maar je moet ze goed omkaderen en ondersteunen. De vijf zijn verschillend, afhankelijk van de pastorale context en het charisma van de pastor. Hier en daar werken Taizégebedsmomenten goed, ook virtueel, net als Light a Candle, waarbij jongeren voorbijgangers uitnodigen om in of aan de kerk een kaars te ontsteken voor iemand en hen zo tot gebed of bezinning te brengen. Een aantal Inspirelli’s maakt sterker dan we vooraf verwachten de verbinding met gebed en liturgie. Een kleine groep bereidt er de jongerenviering voor, die inderdaad een grotere groep jongeren weet te trekken.
Uiteraard brengt het geen grootse dynamiek teweeg, maar ik hoop dat we eindelijk zover zijn dat we niet meer dat perspectief voor ogen hebben. Ik weet hoe belangrijk Christus en de Kerk voor mij zijn en zou het iedereen wensen, maar meer dan het aanbod doen en tonen wat het voor me betekent, is niet mijn opdracht en ook niet die van jeugdpastors. Als ik hoop dat iemand Jezus volgt, hoop ik dat niet voor mezelf, maar voor de ander.
– Wat brengen jongeren u bij?
Mensen met wie je al jaren werkt, stellen je de basisvragen niet meer. In het jongerenwerk komen die vragen telkens terug en dat houdt je soepel van geest en voorkomt dat je ervaring een vastgeroest gegeven wordt. Ik zie bij leeftijdgenoten en ouderen hoe ze mee evolueren met hun kinderen en kleinkinderen. Als priester mis je dat en bestaat het risico dat je verstart in iets dat je op een bepaald moment wel weet en ervaren hebt. Mijn gelovig zijn, hoe ik daarover praat en of ik al dan niet kan getuigen, wordt echt beïnvloed door het feit dat ik blijvend word opgeroepen om van dat alles iets te laten zien.
Reageren op dit artikel? Dat kan op www.kerkenleven.be