De wereld van Boef: ‘Argeloze meisjesdromen’ — Jana Wuyts
Ik heb een defilé gelopen. Als meisje, dertig jaar geleden, was dat mijn droom. Je moet mij die lichtheid vergeven: ik was jong in het tijdvak van het supermodel. Cristiano is nu wat Claudia toen was, en zelfs vandaag behoeft Naomi nog geen achternaam.
Na een paar afwijzingen van modellenbureaus begreep ik dat mijn letters mij verder konden brengen dan mijn lichaam, en verwees de catwalkfantasie naar haar plekje op zolderkamer der Argeloze Meisjesdromen, tussen het runnen van een manège en het trouwen met een prins in.
Als meisje zou ik er mijn tent hebben opgeslagen, maar nu kwam er overreding aan te pas om mij het podium op te krijgen.
‘Maar er zijn te weinig modellen’, drong de aardige kunstenaar aan die zijn schouders onder de modeshow had gezet. ‘Ik doe ook mee, het wordt plezierig. Je te promets.’
De traditie wil dat de drie plaatselijke boetieks hun zomercollectie laten showen door welwillende bewoners van het Pyreneeëndorp waar wij ons bevinden. Nochtans een waardige poule, duizend mannen en vrouwen, maar toch waren er te weinig vrijwilligers.
Pour la France, dacht ik, want voor die warme gemeenschap die wij hier vonden, heb ik wat over. Ik verdapperde toen ik hoorde dat mijn vriendin Magdalena ook deelnam. Zij showde een luchtig jasje en een jumpsuit met duizelingwekkend decolleté. Er waren jongens met tassen en meisjes met hoeden, elegante mannen en pittige vrouwen: de hele collectie wandelde zwierig voorbij op het podium onder de platanen: alle maten en gestalten, de hele regenboog aan kleuren en voorkeuren. Ik kreeg twee zomerjurken en een fluogeel strandensemble aangemeten, die ze bewaard hadden voor de langste deelneemster — wie groot wil zijn, moet naar het Zuiden trekken.
De kunstenaar had gelijk: het was een alleraardigst spektakel. De toeschouwers klapten onophoudelijk en voor iedereen gelijk, de zon en de wijn maakten doezelig vrolijk, Marnix nam naast het podium foto’s en filmpjes als een paparazzi, en backstage complimenteerden de modellen elkaar overvloedig. Ik durf te wedden dat het er bij Kate en Tyra minder aardig aan toeging.
Nu verstop ik mij weer in het bos bij Boef, want het introverte schrijverschap past mij als een designerjurkje. Je leert jezelf toch pas later kennen.
’s Anderendaags vertelde Marnix in de bar tabac aan de paar afwezigen wat ze hadden gemist.
‘Pas maar op’, knipoogde de oude Gérard, nooit om een wijze woordgrap verlegen. ‘D’abord elle défile, puis elle file.’ Eerst loopt ze de catwalk, en dan loopt ze weg.
Nu ben ik ernstig op mijn hoede voor die prins en zijn paarden.
• Jana Wuyts (°1981) is copywriter en marketeer. Ze woont en werkt afwisselend in Antwerpen en de Pyreneeën (in Frans-Catalonië). Schreef onder meer drie boeken over Boef, een Spaanse zwerfhond die ze in huis nam. Ga naar haar website.





