De wereld van Boef: ‘De mens wikt, de wind beschikt’ - Jana Wuyts
Drie jaar lang heeft het amper een druppel geregend in de streek waar wij wonen. Over heel Catalonië was de noodtoestand afgekondigd. Bronnen droogden op. Het was verboden om auto’s te wassen, zwembaden te vullen of tuinen te besproeien. Zelfs het drinkwater werd gerantsoeneerd.
Toen deze winter de hemelsluizen eindelijk weer opengingen, waren de mensen opgelucht. In de maand december regende het evenveel als tijdens het volledige laatste droogtejaar. Toen de regen in januari op dezelfde manier aanhield, kantelde de stemming. De krant probeerde optimistisch te blijven: ‘De waterreserves zijn weer aangevuld.’ Maar de mensen werden steeds minder vrolijk. Zoals ze hier zeggen: la misère est moins pénible au soleil.
Toen moest het ergste nog komen. In februari raasden in minder dan een week drie stormen-met-een-naam over onze hoofden. Als barbaren trokken Nils, Oriana en Pedro over het land. CODE ROOD had mijn telefoon plots geschreeuwd. Ik wist niet eens dat er een noodsignaal op mijn iPhone zat. Een luchtalarm in zakformaat, ik hoop dat je het nooit hoeft te horen.
Duizenden bomen gingen tegen de vlakte, tientallen in ons eigen bos. Achthonderdduizend gezinnen zaten zonder stroom, wij waren een van hen. Gehaast kookten we de opwarmende frigo leeg, op het gasfornuis en de kachel. Terwijl de wind huilde, speelden we kaartspelletjes en dachten we na over die vreemde, oude wereld zonder internet of gsm, tot de zon onder was en er niets anders opzat dan te gaan slapen.
Als de natuur zich tegen ons keert, komt de kracht van mensen naar boven.
De ravage was enorm: heelder flanken sparrenbos waren kaalgeslagen. Elektriciteitspalen waren weggewaaid en draden afgeknapt. De buurvrouw moest naar het dal verhuizen om haar onlinelessen te kunnen geven. De straten lagen bezaaid met dakpannen en dikke takken. Een honderdjarige olm had het loodje gelegd en had daarbij drie geparkeerde wagens vernield.
‘Nu hebben we het ergste wel gehad’, dachten we, toen we eind februari het huisje verlieten om een maand naar België terug te keren. Maar het bleef regenen en waaien in de bergen.
Lees ook
Toen we een maand later wilden terugkeren, kregen we telefoon. Ik had moeite om onze vriend Martin te verstaan: ‘Het is beter dat jullie nog een dag wegblijven’, schreeuwde hij boven de loeiende wind uit. ‘Er is alweer een storm op komst. En hij belooft nog lelijker te worden dan de vorige.’
Bij thuiskomst zagen we dat hij gelijk had. Een tornado had de auto van de buurman vernield, zijn camper in de lucht getild en een ijzeren poort afgerukt. Vervolgens was de hoos in de richting van ons huis getrokken. Je kon het spoor makkelijk volgen: de twister had een brede, kale streep doorheen het ravijn getrokken. Bomen lagen her en der verspreid als Mikadostokjes. Op een tiental meter van ons huis was hij gestopt en opgelost. De mens wikt, de wind beschikt.
Terwijl ik dit schrijf, waait het nog steeds – nu al tien dagen aan een stuk. De mistral en de tramontane willen allebei het laatste woord. Du jamais vu, mensen blijven het herhalen.
Maar weet je wat me bij al dat natuurgeweld het meest heeft getroffen? Hoe mensen samenkwamen in nood. Buren die voor elkaar zorgden. Dorpsbewoners die vroegen of we hulp nodig hadden. Mensen die, zonder mogelijkheid om elkaar te bellen, spontaan verzamelden in het dorp. Onze buurman had, ondanks zijn eigen grote schade, al gauw een boom verzaagd die onze oprit versperde, omdat hij wist dat we zouden thuiskomen. Werklui werken dag en nacht om mensen weer op het net te krijgen en de wandelpaden te ontruimen. De schade is nog lang niet hersteld, maar samen komen we er wel. Want als de natuur zich tegen ons keert, komt de kracht van mensen naar boven.
• Jana Wuyts (°1981) is copywriter en marketeer. Ze woont en werkt afwisselend in Antwerpen en de Pyreneeën (in Frans-Catalonië). Schreef onder meer drie boeken over Boef, een Spaanse zwerfhond die ze in huis nam. Ga naar haar website.
