Een ‘anti-pelgrim’ reist naar Compostela [Boek van de maand]
De Camino de Santiago wordt alsmaar populairder. De pelgrimstochten naar het graf van de heilige Jacobus in het noorden van Spanje overtroffen in 2025 alle voorgaande records. Voor het eerst werd de grens van een half miljoen (geregistreerde) pelgrims overschreden.
Over de tocht naar Compostela zijn er al een massa boeken verschenen. De Nederlandse theoloog Patrick Chatelion Counet schreef er zelfs twee, terwijl hij niet eens een echte pelgrim was: met een camper volgde hij zijn vrouw Margreet op haar voettocht van Vézelay tot Lourdes.
In dit nieuwe boek volgt hij haar van de Pyreneeën naar de stad van Jacobus over de Camino Francés. Dat leidt tot 46 etappes en hoofdstukjes over wat ze meemaken, met telkens een begeleidend Bijbelvers.
Meeslepend verslag
Via Santiago is het meeslepende verslag van een reis over de Jacobsweg, maar het is ook een zoektocht naar de zin van het leven. Voor vele pelgrims is het pelgrimeren een time-out, een onderbreking van de hectiek van het dagelijkse leven. De pelgrim beleeft de tijd, ver weg van prestaties en arbeid. Door te voet te gaan, vinden ze zichzelf terug. Je ontmoet opnieuw je beste vriend: jezelf dus. Alleen-zijn is een sterk motief. In onze cultuur staat prestatie centraal. De pelgrimstocht compenseert dat. De mens beweegt er zonder functionele verwachtingen. Dat heeft dus maar zijdelings iets met religie te maken.
De auteur beschrijft zichzelf als een anti-pelgrim. Bij aanvang schrijft hij: ‘Er is niets in dit universum dat zichzelf betekenis geeft. (…) Als wij geen betekenis geven is de wereld leeg. Ik kies ervoor om in een compleet betekenisloze wereld betekenis te hechten aan mijn vrienden en geliefden (…) én aan een aantal christelijke heiligen. Jacobus behoort daar niet toe. Of misschien: nog niet.’
Alles gaat door. Terwijl alles voorbijgaat.
En toch wordt Chatelion Counet na verloop van tijd op zichzelf teruggeworpen. Een trauma uit 1971 als gevolg van druggebruik, met het gevoel twee dagen dood te zijn geweest, komt centraal te staan in zijn overdenkingen.
‘In de nasleep van mijn psychoses heb ik gemerkt dat het onmogelijk is om iets geen betekenis te geven.’
Niets heeft betekenis, wij géven betekenis.
Tussendoor passeren dagelijkse voorvallen, zoals het plakken van een band of een kapotte spiegel. De dagelijkse werkelijkheid, zo stelt hij vast, is geheel ons eigen product. De pelgrimage doorbreekt dat. De tocht is zwaar en dat laat zich voelen.
De meesten lopen de camino om een ervaring op te doen. En dat is dan geen religieuze ervaring, maar meer een sportieve uitdaging, een fysieke inspanning. ‘Soms zegt iemand dat hij het verleden wil achterlaten, een vervelende gebeurtenis, herstel van ziekte, een echtscheiding.’
Is de camino profaan geworden of geseculariseerd? Wellicht, en dat is waarschijnlijk een deel van het succes van de oude route. Maar is de camino niet de eindeloze weg van het leven? Vindt de pelgrim tijdens of na afloop van zijn tocht een antwoord waar hij in zijn of haar leven mee verder kan?
‘Alles gaat door. Terwijl alles voorbijgaat.’
De conclusie van de auteur typeert het pelgrimeren als basishouding.
• Patrick Chatelion Counet, Via Santiago. Het einde van een eindeloze weg, Otheo Books, 22,50 euro. Bestel het boek.



