Overslaan en naar de inhoud gaan
Home
  • Abonneer nu
  • Zoeken
  • Help
  • Digitale krant
  • Inloggen
Menu
Sluiten

Hulp nodig? Bel de klantendienst op het nummer
03 210 08 30 (ma-vr: 9-12u, 13-16u) of mail ons

  • Inloggen
  • Digitale krant
  • Verhuis melden
  • Krant niet ontvangen
  • Help
  • Contact
  • Zoeken
  • Ontdek Otheo
  • Otheo voor Kerk en Leven abonnees
  • Wegwijsinfo Kerk in Vlaanderen
  • Vacatures
  • Abonneer nu
  • Bestel proefpakket
  • Ontvang nieuwsbrief
Nieuwsoverzicht
Columns
Paus Leo XIV
Kerk in Vlaanderen
Otheo Radio
Otheo Magazine
previous
next

Een kleine catechese bij het Feest van de Openbaring van de Heer – Stijn Van den Bossche

Terwijl de mens naar de sterren kijkt om het grote ‘waarom’ te begrijpen, legt God zich neer in een voederbak. Wat een openbaring, wat een nieuws!
Stijn Van den Bossche

Stijn Van den Bossche

Het kerstgebeuren ontvouwt zich doorheen de kersttijd in opeenvolgende taferelen. We beginnen met de geboorte van Jezus, op de zondag tussen Kerst en nieuwjaar gaan we op kraambezoek bij de heilige familie, op nieuwjaar vieren we Maria als Moeder van God, op de zondag na 1 januari de openbaring van Jezus aan alle mensen, en een week later dan het doopsel van Jezus, waarbij de heilige Geest bevestigt dat Jezus waarlijk Gods zoon is.

En daarmee wordt de kersttijd alweer afgesloten (met weliswaar nog een moederlijke nawee rond 2 februari met de opdracht van Jezus in de tempel). Maar in feite vormen de twee feesten van openbaring en doopsel van Jezus op 6 en 7 januari een tweeluik dat pas de volle betekenis van Kerstmis onthult, meer nog dan de geboorte op 25 december die de eerste christenen ook pas later zijn beginnen vieren dan dit dubbele feest. De volle betekenis van Jezus’ geboorte is dat God zelf zich openbaart aan alle mensen! Dat is geen gewoon nieuws, maar iets ongelooflijks, en fantastisch nieuws voor de mens, en daar wil ik mij nu wat verder over verbazen met u.

Geen gewoon nieuws, maar iets ongelooflijks, en fantastisch nieuws voor de mens!

De mens kijkt naar omhoog

Beginnen we bij de zoektocht van de mens, die wordt verpersoonlijkt door de drie wijzen. De drie wijzen uit het oosten worden in het Grieks ‘magoi’ genoemd. Het zijn geen magiërs. Of misschien toch, want wat is magie in oorsprong? Het is de omgang met het onzichtbare, het bovennatuurlijke of metafysische in ruimste zin. Dergelijke magiërs uit het oosten waren dan veeleer een soort filosofen, zouden wij vandaag zeggen. Zij waren zinzoekers, op zoek naar de betekenis van ons leven. En dus waren ze ook Godzoekers.

De drie wijzen staan voor de mens die wijsheid zoekt, die diepere, onder-liggende of sub-stantiële vragen stelt bij het leven. De vraag naar zin en betekenis, en zo ook naar God, is de vraag die de mens begeleidt van bij zijn ontstaan. Vanuit onze sterfelijkheid die ons korte aardse bestaan herleidt tot ‘een schip dat even passeert in de nacht’, vanuit onze eindigheid dus stellen wij vragen als: waar komen wij vandaan, waarom en waartoe zijn we hier, en waar gaan we hierna naartoe? Naar antwoorden op zulke vragen zijn die magoi en wij allemaal op zoek.

Waar komen wij vandaan, waarom en waartoe zijn we hier, en waar gaan we hierna naartoe? Daarnaar zijn de ‘magoi’ en wij allemaal op zoek.

Kan het dan anders dan dat de wijzen het uitspansel en de sterren bestuderen, het hogere, onze hoogste ‘overheid’? De aarde onder onze voeten confronteert ons met onze aardsheid en eindigheid, stof en as, maar de hemel boven ons roept het oneindige op, wat ons overstijgt. En daar gaat de mens naar op zoek. Zo klommen ook de Babyloniërs met hun toren van Babel naar de hemel toe, de Egyptenaren met hun piramides, maar ook de christenen met hun kerktorens, en de moslims met hun minaretten… ‘Eer aan God in den hoge’ zingen we sinds Kerstmis opnieuw. Zelfs voor de preek ging de pastoor vroeger wat hoger staan, de trapjes op van de preekstoel, en dat was niet alleen om beter verstaanbaar te zijn, maar om namens God en dus alleen daar terecht ‘vanuit de hoogte’ zijn beminde gelovigen toe te spreken.

Dat alles vertegenwoordigt de drang naar omhoog van de mens, de opstijgende lijn, de mens die zoekt naar het over-stijgende of transcendente en naar God, de mens die naar de hemel reikt en zichzelf wil vergoddelijken om zo te ontsnappen aan de sterfelijkheid en de eindigheid.

Drie wijzen staren naar de hemel.
De drie wijzen volgen de ster van Bethlehem. Ze zijn godzoekers, net als wij. © Wikicommons

Maar de mens die daarin altijd faalt… De toren van Babel blijft onaf, zoals de stilgevallen werf op het beroemde schilderij van Breughel toont. De farao waant zich misschien even God aan de top van de piramide, maar die piramide wordt in feite zijn grafmonument. En christenen plaatsen hun kerk met haar toren typisch op de flank van de berg en niet op de top, want God zelf blijft naar waarheid altijd veel groter en hoger dan de kerktoren of de woorden van eender welke predikant... God zal van nog boven de bergtop moeten afdalen naar ons toe.

God schouwt naar beneden…

Welnu, net in dat oude Egypte met de piramides en de quasi-almachtige farao zet de Bijbel een andere lijn in, die afdalende lijn. Wanneer God zich openbaart aan Mozes, zegt Hij: 'Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord; Ik ken hun lijden. [8] Ik ben afgedaald om hen te bevrijden uit de macht van Egypte’ (Ex 3,7-8). Dit wordt ook wel de oudste geloofsbelijdenis van de Bijbel genoemd.

Niemand bereikt God door zichzelf te verhogen, ook de farao mag zich niet voor God uitgeven noch God spelen over andere mensen. Wij kunnen God nooit in een opgaande lijn bereiken. We kunnen hem slechts ontmoeten als Hij naar ons afdaalt om ons te bevrijden. Of nog: als God ons komt opzoeken, als wij die op zoek zijn naar God en zijn wereld, door Hem worden opgezocht en gevonden in onze wereld.

Openbaring als Gods zelf-openbaring

En dat is nu de betekenis van openbaring als Gods zelf-openbaring. Niet de mens die er in slaagt zich te vergoddelijken, maar God die zich vermenselijkt en in onze aardse wereld afdaalt. De ster die de wijzen achterna gingen, was slechts het teken aan de hemel, maar voor het kind in de kribbe knielen zij neer in goddelijke aanbidding: ‘Nu syt wellecome, Jesu lieve Heer, Gij komt van al so hoge, van al so veer…’

God openbaart zich in de schepping, waarin Hij zichzelf als het ware heeft ‘neergelegd’ zoals een kunstenaar zichzelf legt in zijn kunstwerk.

Gods zelfopenbaring was weliswaar al langer bezig. God openbaart of verwerkelijkt zich reeds ‘afdalend’ in de schepping die niet God is, maar waarin Hij zichzelf als het ware heeft ‘neergelegd’ zoals een kunstenaar zichzelf legt in zijn kunstwerk. Augustinus beschrijft in zijn beroemde Belijdenissen hoe hij nog voor zijn bekering zoals de drie wijzen God overal heeft gezocht en alle dingen heeft ondervraagd: waar is God? En de dingen hebben hem geantwoord, zo schrijft hij: ‘Ik ben het niet, maar Hij heeft mij gemaakt.’ Zo spreken de dingen van God, zo openbaren alle schepselen reeds God.

God spreekt en openbaart zichzelf natuurlijk ook in zijn Woord: Hij spreekt tot Abraham, tot Mozes, hij spreekt doorheen de profeten – het Griekse woord pro-fètès betekent gewoon ‘sprekend namens (God)’.

En uiteindelijk daalt God zélf helemaal af, tot in onze wereld en geschiedenis, en wordt mens. De Onzichtbare die de wijzen en wij allen zoeken komt tot in onze zichtbare wereld, niet in de farao als de mens die zo dicht mogelijk bij God wil komen, maar in de minst goddelijke maar meest menselijke mens: een weerloos kind in de kribbe.

De inhoud van Gods zelf-openbaring

En hoe openbaart God zich in een gewoon kind dan verder aan de mensheid, welk tafereel krijgen de wijzen te zien, en wat vertelt dit ons? Joodse rabbijnen zeggen: de hele inhoud van de openbaring, al wat God ons te zeggen heeft, zit al vervat in de naam van God: Jahweh, wat betekent ‘Ik ben daar en Ik zal er zijn voor jou.’ Dat zegt al alles over God.

Vouw bij de communie je handen tot een kerststalletje, een kribbetje waarin onze Verlosser voor ons kan worden neergelegd.

Cyrillus van Jeruzalem

4de eeuw

In het kerstverhaal gebeurt dit woord van God nu heel concreet, in de kleine Jezus. Vooreerst betekent Bet-lehem volgens een mooi etymologisch spoor ‘huis van het brood’. In de kerststal bevindt zich het hemelse brood voor ons leven. Jezus ligt dan ook in een kribbe: een voederbak. Hij is het Brood tot voedsel, hij geeft zichzelf daar reeds aan ons, net zoals we hem in de communie ontvangen. Daarom zegt Cyrillus van Jeruzalem (4de eeuw) in één van zijn beroemde catecheses voor de pasgedoopten dat we bij de communie onze handen moeten vouwen tot een kerststalletje, ja een kribbetje waarin onze Verlosser voor ons kan worden neergelegd. Jezus geeft zich aan ons en wordt zo meteen het voorbeeld dat wij dienen na te volgen, door hem gevoed.

Op Witte Donderdag, aan het einde van zijn aardse leven, zal hij zijn leven voor ons samenvatten in een dubbel teken: hij wast ons de voeten als het meest nederige ‘ik ben er voor u’, en hij schenkt ons opnieuw in het Brood zichzelf: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt.’ De kleine Jezus in de voederbak die de kribbe is, is daarvan de voorafbeelding.

Doen jullie dan evenzo

Maar we moeten nog een derde stap zetten, na de kribbe en het laatste avondmaal. In zijn spreken over het laatste oordeel zal Jezus dat ‘voedsel zijn voor de ander’ verder concretiseren, nu voor óns leven. Waar openbaart God zich aan ons, ook vandaag in uw en mijn leven? In de hongerige die wij te eten geven; en evenzo in de dorstige, de vreemdeling, de naakte, de zieke, de gevangene… komt hij ons opzoeken – u kent de werken van barmhartigheid (en als u het zevende zoekt: ‘de doden begraven’ werd later betekenisvol toegevoegd door de Kerk).

Wanneer wij ons geven voor onze medemensen, en in het bijzonder, in die zelfde lijn van God die afdaalt, voor de ‘laagsten’ van hen, ‘de onaanzienlijksten van onze broeders en zusters’, schrijft Matteüs, dan aanbidden wij Jezus, dan vinden wij de betekenis van ons leven, dan ontmoeten wij God zelf. Dat wij er mogen zijn voor de ander en in het bijzonder voor de kleinste mensen, is dus het enige goede voornemen voor 2026 dat ik ons allen zonder onderscheid graag toewens.

Delen

E-mail
Facebook
X
Print
Laatste aanpassing op 06/01/2026 om 16:07

Lees meer

Eigen kijk

De stilte achter de dingen — Barbara Mertens [column]

De stilte lijkt een beschermd goed geworden, teruggedrongen tot natuurgebieden of treincoupés, bedenkt Babs Mertens in haar column voor Otheo.

Stafmedewerkster Renate Cauwels.
Audio

Mensen helpen om in de stilte te luisteren: het spiritueel aanbod van Oude Abdij Drongen [podcast]

Stafmedewerkster Renate Cauwels vertelt over een breed aanbod gestoeld op bidden met de Bijbel, stilte en het ontmoeten van zielsverwanten.

Home
Algemeen
  • Inloggen
  • Digitale krant
  • Ontdek Otheo
  • Kerk & Leven abonnees
  • Wegwijs Kerk in Vlaanderen
  • Deelsite op Otheo
  • Vacatures
Klantendienst
  • Abonnementen
  • Proefpakket
  • Nieuwsbrief
  • Verhuis melden
  • Krant niet ontvangen
  • Help
  • Contact
Sociale kanalen
  • Facebook
  • Instagram
  • Twitter
  • YouTube
Liturgische hoogtepunten
  • Advent en Kerstmis
  • Pasen
  • Pinksteren
  • Hemelvaart
  • Allerheiligen en Allerzielen
Bisdommen
  • Bisschoppenconferentie
  • Aartsbisdom Mechelen-Brussel
  • Bisdom Antwerpen
  • Bisdom Brugge
  • Bisdom Gent
  • Bisdom Hasselt
  • Vicariaat Brussel
  • Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen
© Otheo 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures

Nieuw bij Otheo? Ontdek hier wie we zijn en wat we voor je kunnen doen.

CIM