Franciscus preekt tot de vogels – Giotto en andere kunstenaars [Bezielde beelden]
Franciscus van Assisi (ca. 1181-1226, feestdag 4 oktober) die tot de vogels preekt: het is een van de bekendste scènes uit zijn leven en een geliefd motief in de kunstgeschiedenis. Maar wat moeten we vandaag met zo’n merkwaardig verhaal? Is het vooral een vroeg ecologisch beeld, of schuilt er iets anders in?
Wie de oude levensbeschrijvingen naast elkaar legt, ontdekt dat de vogelpreek minder onschuldig is dan ze lijkt. Niet alleen de vogels krijgen een boodschap. Uiteindelijk houden zij ook de mens een spiegel voor. Wat betekent het om je leven niet als bezit, maar als gave te ontvangen? En kan precies daar een andere omgang met de schepping beginnen?
Verdieping
Lees de klassieke versie van de vogelpreek
De bekendste versie van de vogelpreek vinden we in de Fioretti, een anonieme Italiaanse verzameling verhalen over Franciscus en zijn eerste gezellen uit de 14de eeuw. De tekst bouwt voort op oudere franciscaanse overleveringen en werd bijzonder invloedrijk voor het beeld van Franciscus als broeder van alle schepselen. In hoofdstuk XVI trekt hij met enkele broeders door Umbrië wanneer hij een grote groep vogels ziet.
Zo kwam hij op een plaats tussen Cannaio en Bevagno. Terwijl hij vol vuur zijn weg vervolgde, hief Sint-Franciscus zijn ogen op en zag langs de weg in enkele bomen een grote menigte vogels. Verbaasd zei hij tegen zijn gezellen:
‘Wacht hier even op mij langs de weg. Ik ga ondertussen preken tot mijn kleine zusters, de vogels.’
Hij liep het veld in en begon te prediken tot de vogels die op de grond zaten. Meteen kwamen ook alle vogels uit de bomen rond hem zitten. Ze luisterden allemaal terwijl Sint-Franciscus tot hen sprak en vlogen niet weg voordat hij hun zijn zegen had gegeven.
Broeder Masseo vertelde later aan broeder Jacobus van Massa hoe Sint-Franciscus tussen de vogels door liep en hen zelfs met zijn kleed aanraakte, zonder dat één van hen bewoog.
De kern van zijn preek was deze:
‘Mijn kleine zusters, vogels, jullie zijn veel verschuldigd aan God, jullie Schepper, en jullie moeten Hem altijd en overal loven. Want Hij heeft jullie de vrijheid gegeven om overal heen te vliegen. En hoewel jullie niet spinnen en niet naaien, heeft Hij jullie dubbele en driedubbele kleding gegeven, voor julliezelf en voor jullie jongen.
Van elke soort heeft Hij er twee in de ark van Noach gebracht, opdat jullie soort niet uit de wereld zou verdwijnen. Bovendien voedt Hij jullie, hoewel jullie niet zaaien en niet oogsten.
Hij heeft jullie bronnen en rivieren gegeven om jullie dorst te lessen, bergen en dalen waarin jullie beschutting kunnen vinden, en bomen waarin jullie nesten kunnen bouwen. Jullie Schepper heeft jullie dus zeer lief, want Hij heeft jullie met zoveel gaven begunstigd.
Hoed jullie daarom, mijn kleine zusters, voor de zonde van ondankbaarheid en probeer God altijd te loven.’
Toen Franciscus deze woorden sprak, begonnen alle vogels hun snavels te openen, hun halzen uit te strekken, hun vleugels te spreiden en eerbiedig hun kopjes naar de grond te buigen. Met hun bewegingen en hun gezang probeerden zij hun vreugde aan Sint-Franciscus kenbaar te maken.
En de heilige verheugde zich samen met hen. Hij verwonderde zich over de grote menigte vogels en genoot van hun prachtige verscheidenheid, hun aandacht en hun vertrouwen. Voor dit alles dankte hij eerbiedig de Schepper.
Toen hij zijn preek had beëindigd, maakte Sint-Franciscus het kruisteken over hen en gaf hij hun toestemming weg te vliegen. Daarop stegen alle vogels op, terwijl zij bijzonder lieflijk zongen. Overeenkomstig het kruisteken dat Sint-Franciscus over hen had gemaakt, verdeelden zij zich in vier groepen.
De ene groep vloog naar het oosten, een andere naar het westen, een derde naar het zuiden en een vierde naar het noorden. Elke groep vloog weg onder wondermooi gezang.
Daarmee gaven zij te kennen dat, zoals Sint-Franciscus, de drager van het kruis van Christus, tot hen had gepreekt en over hen het kruisteken had gemaakt, waarna zij zich over de vier windstreken van de wereld hadden verspreid, zo ook de verkondiging van het kruis van Christus, door Sint-Franciscus vernieuwd, door hem en zijn broeders over heel de wereld zou worden gebracht.
En zoals de kleine vogels niets in deze wereld bezitten, zo zouden ook de nederige minderbroeders niets bezitten, maar alle zorg voor hun leven toevertrouwen aan de voorzienigheid van God.
Bron: eCatholic (Engels)
Lees de alternatieve Engelse versie van de vogelpreek
In Engeland circuleerde ook een heel andere versie van de vogelpreek. Die behoort tot de 13de-eeuwse kroniektraditie van de abdij van St Albans. Roger van Wendover nam het verhaal op in zijn Flores Historiarum (ca. 1225–35), waaraan hij tot kort voor zijn dood in 1236 werkte. Matthew Paris nam die kroniek later over en zette haar voort in zijn Chronica Majora. Zo bleef ook deze alternatieve versie van de vogelpreek bewaard.
Franciscus trok door heel Italië en andere landen en vervulde vooral in de stad Rome toegewijd zijn taak van verkondiger. Maar het Romeinse volk, vijandig tegenover alle goedheid, minachtte de prediking van de man Gods zozeer dat het hem niet wilde horen en evenmin bij zijn heilige aansporingen aanwezig wilde zijn.
Nadat men zijn prediking vele dagen lang had afgewezen, berispte Franciscus hun verharding ernstig. ‘Het bedroeft mij zeer,’ zei hij, ‘dat jullie niet alleen mij, een dienaar van Christus, verachten, maar in mij ook Hem verwerpen. Want ik heb jullie de Verlosser van de wereld verkondigd.
Nu verlaat ik de stad en roep ik Hem, de trouwe getuige in de hemel, tot getuige van jullie verlatenheid. Tot jullie beschaming ga ik Christus verkondigen aan de redeloze dieren en de vogels van de hemel, zodat zij naar Gods heilzame woorden luisteren, gehoorzamen en ermee instemmen.’
Hij verliet de stad en trof in de buitenwijken kraaien, wouwen, eksters en vele andere vogels aan. Hij zei tot hen: ‘Ik gebied jullie in de naam van Jezus Christus, die door de Joden gekruisigd werd en wiens verkondiging door de ellendige Romeinen werd veracht: kom naar mij toe en luister naar het woord van God, in de naam van Hem die jullie geschapen heeft en jullie in de ark van Noach uit de wateren van de zondvloed heeft gered.’
Meteen kwam de hele menigte vogels naar hem toe en omringde hem. Ze werden stil, hielden op met krijsen en bleven een halve dag lang onbeweeglijk luisteren naar de woorden van de man Gods, terwijl ze voortdurend naar het gezicht van de prediker keken.
Toen dit wonderlijke voorval bekend werd bij de inwoners van Rome en bij wie de stad in- en uitging, en Franciscus dit drie dagen lang met telkens opnieuw verzamelde vogels had herhaald, trok de geestelijkheid samen met een grote menigte de stad uit. Zij brachten de man Gods met grote eerbied terug naar Rome.
Vanaf toen verzachtte hij met de olie van zijn prediking hun onvruchtbare en hardnekkig verharde harten en veranderde hen ten goede.
Bron: Digital Collections Franciscan Tradition (Engels)
‘Kijk naar de vogels in de lucht’ – lees de Bergrede
De vogelpreek van Franciscus roept vanzelf een passage op uit de Bergrede (Matteüs 5-7). Daar zijn de vogels niet het gehoor, maar juist het voorbeeld. Jezus nodigt zijn toehoorders uit om naar hen te kijken en te leren leven vanuit vertrouwen, in plaats van vanuit voortdurende bezorgdheid over bezit, zekerheid en controle.
Daarom zeg Ik jullie: maak je geen zorgen over je leven, over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren; het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één dag aan zijn levensduur toevoegen? En wat maken jullie je zorgen over kleding? Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet. Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen. Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zoveel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal Hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen? Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? of: Wat zullen we drinken? of: Waarmee zullen we ons kleden? – dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
Matteüs 6,25-34NBV21 © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Franciscus over bezit, macht en nabijheid
Voor Franciscus is armoede meer dan weinig bezitten. Bezit en macht kunnen afstand scheppen: tussen rijk en arm, tussen sterk en kwetsbaar, tussen degene die beschikt en degene over wie beschikt wordt.
Dat wordt scherp zichtbaar in zijn ontmoeting met melaatsen. Waar Franciscus vroeger op afstand bleef, zoekt hij nu juist de nabijheid. Hij verzorgt hun wonden, verblijft bij hen en noemt die ervaring later zelf beslissend voor zijn bekering.
Ook zijn afstand doen van bezit past in die beweging. Wie niets hoeft te verdedigen of toe te eigenen, kan de ander anders tegemoet treden: niet van bovenaf, niet vanuit macht of nut, maar als medemens.
Misschien ligt daar een kern van Franciscus’ spiritualiteit: nabij zijn zonder je iets toe te eigenen. Niet alleen tegenover mensen, maar uiteindelijk ook tegenover dieren, planten en de hele schepping.
‘Verkondig het evangelie aan heel de schepping’ – welke rol heeft de mens?
De vogelpreek van Franciscus kan ook gelezen worden tegen de achtergrond van het Marcusevangelie. Aan het einde daarvan krijgen de leerlingen van Jezus een merkwaardige opdracht: ‘Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.’ (Marcus 16,15) Niet alleen aan alle mensen, maar aan alle schepselen.
Paulus trekt die gedachte nog verder open. In zijn brief aan de Romeinen schrijft hij dat de hele schepping uitziet naar bevrijding. Opvallend genoeg verbindt hij die bevrijding met de mens: de schepping wacht op het openbaar worden van de kinderen van God.
De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat de luister van Gods kinderen openbaar wordt. Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door Hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar er is hoop, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt. Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. En zij niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn: de verlossing van ons sterfelijk bestaan. (Romeinen 8,19-23)
De eerste stap van de mens is dan misschien niet om de aarde en al wat leeft te redden, maar om zich bewust te worden van zijn eigen verlossing. Dat besef geeft vreugde en vrijheid: ik hoef mijn bestaan niet voortdurend te bevechten, te bewijzen of veilig te stellen.
Dat verandert ook onze houding tegenover de het leven rondom ons. We hoeven de aarde niet grenzeloos uit te putten. We mogen het leven ontvangen, en het leven rondom ons eerbiedigen, verzorgen en ruimte geven.
Die andere houding kan heel concreet geoefend worden, bijvoorbeeld in je eigen tuin. Daarover gaat ook: Mag het iets wilder zijn? Je tuin als oefenplaats voor een andere relatie met de natuur.
Om bij stil te staan
Religieuze kunst wil niet alleen bekeken worden. Soms vraagt ze ook dat wij onszelf laten bekijken. Deze vragen kunnen helpen.
- Waar probeer ik mezelf voortdurend veilig te stellen?
Wat doen bezit, macht en zorgen met mijn verhouding tot andere mensen en tot de wereld rondom mij? - Wanneer ervaar ik vreugde om het bestaan dat ik om niet ontvang?Welke mensen, gebeurtenissen of momenten roepen spontaan dankbaarheid in mij wakker?
- Hoe kan ik meer leven vanuit het besef dat ik verlost ben?
Oefen ik mij in een ontvangende houding, in plaats van alles zelf te willen maken of beheersen? - Hoe kan ik vandaag een mens of ander schepsel nabij zijn zonder het naar mijn hand te zetten?Waar kan ik meer luisteren, ontvangen of ruimte laten?
- Hoe kan mijn vrijheid ook goed nieuws worden voor de schepping?
Waar kan ik minder gebruiken, uitputten of overheersen, en meer verzorgen, herstellen of ruimte geven?
Bronnen
- Envato Elements
- Sint-Franciscus van Assisi volgens het visioen van paus Nicolaas V, Francisco de Zurbarán, circa 1640 © CC Museu Nacional d'Art de Catalunya via Wikimedia Commons
- Sint-Franciscus doet afstand van zijn aardse vader, Sassetta, 1437–1444 © The National Gallery, Londen
- Legende van Sint-Franciscus: Preek tot de vogels, toegeschreven aan Giotto di Bondone en atelier, ca. 1297–1299 © CC Basiliek van Assisi via Wikimedia Commons
- Sint-Franciscus preekt tot de vogels, Antonio Carnicero, 1788–1789 © CC Museo del Prado via Wikimedia Commons
- Bergrede, Henrik Olrik, 19de eeuw © CC Sint-Mattheuskerk, Kopenhagen via Wikimedia Commons
- Sint-Franciscus preekt op het marktplein van Assisi, José Benlliure y Gil, ca. 1926 © CC via Wikimedia Commons
- Sint-Franciscus preekt tot de vogels, Juan Carreño de Miranda, ca. 1646 © Museo del Prado
- Sint-Franciscus preekt op het marktplein van Assisi, José Benlliure y Gil, ca. 1926 © CC via Wikimedia Commons
- Bergrede, 17de eeuw © CC Cooper Hewitt, Smithsonian Design Museum via Wikimedia Commons
- Manuscript M.72, fol. 139v. © The Morgan Library & Museum, New York
- Sint-Franciscus preekt tot de vogels, Johann Anton Ramboux, 1808 © CC Museum Kunstpalast, Düsseldorf via Wikimedia Commons


