Ginny op haar vijftigste verjaardag voor het eerst naar Lourdes: ‘Het raakt me en het kraakt me’
Tijdens de diocesane bedevaart naar Rome in oktober 2025 wandelt Ginny Hillebrandt naast Jonathan Beyaert, directeur van de diocesane bedevaarten in bisdom Gent. Wanneer Jonathan vol enthousiasme over de ziekenbedevaart naar Lourdes vertelt, vraagt Ginny hem gretig uit. Het is al langer haar wens om een keer mee te gaan. Wanneer blijkt dat er nog vrijwilligers nodig zijn, meldt Ginny zich aan. Op haar vijftigste verjaardag en precies vijftig jaar nadat haar grootmoeder voor het eerst in Lourdes kwam, reist ze naar het bekende bedevaartsoord in Frankrijk. Ook haar andere grootmoeder ging elk jaar mee.
Gouden kroon
Een comfortabele treinreis brengt het gezelschap naar Lourdes. Ginny zelf slaapt bijna de hele rit, met af en toe een onderbreking om iets te eten, kennis te maken en te bidden. Tot ze aankomen in Pau. ‘Dan ben je er bijna’, hoort ze iemand in gedachten zeggen. Links verschijnen mooi kabbelend water en de gigantische basiliek. Bij aankomst ziet Ginny ook de reusachtige gouden kroon en de rots die het Heiligdom draagt. Op het perron volgt een warm en druk welkom.
Tussen de diensten als vrijwilliger trekt Ginny haar loopschoenen aan. ‘Je kan hier niet verloren lopen’, had iemand haar gezegd. Toch loopt de prille vijftiger verloren, in Lourdes én in zichzelf. Ginny beschrijft het zelf als volgt:
‘Het weegt, het wringt, het worstelt, het ergert, het schuurt en barst. De visser op de brug toont me de weg terug naar de grot. Hij leidt me altijd naar de goede weg. Ecce ancilla Domini (Zie de Dienstmaagd des Heren). Ik krijg vernieuwde energie en loop naar de grote kruisweg. Ave, Ave Maria! De zon staat al hoog en ik verfris me aan de voet van de kruisweg bij de bron. Ik loop de berg op en vertraag aan de eerste statie. De witte treden op de trap trekken mijn aandacht. Een vader met zijn twee zonen gaat op de knieën, gebed na gebed, de trap op. Ik twijfel, maar wil met hen meegaan tot aan het Jezusbeeld waar Hij veroordeeld wordt. Het raakt me en het kraakt me, mijn hart bidt: ‘Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt maar spreek en ik zal gezond worden’. De trap en de tranen laat ik los. Hij komt heel dicht in mijn verdriet, lijden en pijn. ‘Wees niet bang: God ontfermt zich over jou’. Bij het verder joggen steek ik nog een vader en twee zonen voorbij die op blote voeten de kruisweg bewandelen. Ieder heeft zijn of haar kruisweg, ieder zijn manier van gaan en omgaan. Ik hoor mensen bidden, smeken, danken, breken… het heil komt als antwoord op jouw gebed.’
Zichzelf loslaten
Tijdens het eten, vieren, bidden, verplaatsen en verblijven maakt Ginny kennis met zowel ‘zieken’ als met de andere vrijwilligers. Gaandeweg vervagen de grenzen: wie zijn hier eigenlijk de zieken? Ginny: ‘Niet enkel zij die in een rolstoel zitten of in het Accueil logeren. Iedereen heeft een eigen verhaal. Bewust van eigen pijn, dragen we elkaar.’
Gaandeweg vervagen de grenzen: wie zijn hier eigenlijk de zieken?
Naar het einde toe beginnen Ginny’s voeten en benen pijn te doen en begint het gemis van thuis te wegen. Wanneer ze op een nacht de rozenkrans bidt, moedigt Hij haar aan om los te laten wat ze nog vasthoudt: zichzelf. ‘Ook al was er niemand die me fysiek droeg, toch voelde ik me plotseling echt gedragen.’
Gesterkt door het gemeenschapsleven, de dienstbaarheid en de vriendelijkheid, vol van vreugde en eenvoud keert Ginny terug huiswaarts. ‘Lourdes is een bijzondere plek. Ik kon het me vooraf niet voorstellen, maar ik mocht het ervaren.’







