'God in ons', de Blijde Boodschap van Pinksteren volgens bisschop Lode Aerts
Voor ons, moderne mensen, valt het niet mee om het feest van Pinksteren te verstaan. Velen weten wel dat het gaat om Gods Geest, die in ons wil wonen. Maar dat roept vaak grote vragen op: ‘Zou zo een ‘God in ons’ ons niet kleineren? Zal Hij niet alle ruimte voor zichzelf inpalmen? Kunnen mensen nog vrij zijn wanneer Gód in hen woont?’
Kunnen mensen nog vrij zijn wanneer Gód in hen woont?
Zo’n vragen klonken heel persoonlijk voor Augustinus (354-430), die lang op zoek was naar een spirituele thuis, maar beducht bleef om zijn zelfstandigheid te verliezen. Aan zijn zwerftocht langs allerlei geestelijke stromingen kwam pas een einde, wanneer hij ontdekte dat de Bijbelse God niet heerst, maar dient. Niet veroordeelt, maar vergeeft. Geen plaats opeist, maar ruimte biedt. Wanneer hij later tot bisschop wordt gekozen, preekt hij zo: ‘Als Gods Geest in je lichaam komt wonen, moet je niet bang zijn dat Hij je zal verdrijven uit je eigen geestelijke kern. Als je een rijke gast op bezoek krijgt, word je angstig. Je weet niet waar jij zelf zult moeten verblijven. Waar zul je zijn bed opmaken? En waar moeten je vrouw, je kinderen en de hele familie naar toe? ‘Wat ga ik doen?’ vraag je je af, ‘waarheen, waarheen verhuizen?’
Augustinus vervolgt: ‘Neem de rijke Geest van God toch op! Je zult echt ruimte krijgen en niet gekleineerd worden. Zeg: ‘U hebt me ruimte gegeven’ (Psalm 18,37). Zeg aan je gast: ‘U hebt me ruimte gegeven. Zolang U nog niet hier was, bleef ik angstig. Maar U hebt mijn woonst verruimd. U hebt mij niet uit mijn huis verdreven, maar mijn angst bezworen’' (Preek 169,12,15).
Wanneer we Gods Geest in ons hart laten wonen, kunnen we de muren slopen die we tegenover anderen optrekken.
Voor paus Leo XIV, die lang augustijner missionaris was, klonken deze woorden heel persoonlijk. Geen wonder dat hij ernaar verwees toen hij onverwacht tot bisschop werd gewijd. In zijn bisschopsschild plaatste hij een hart met een pijl erdoorheen, want Gods liefde had niet alleen het hart van Augustinus geraakt, maar ook dat van hem. En dat kwam door de Bijbel, die hem liet ontdekken hoe God in het mensenhart komt wonen. Zo is God ‘volgens de Schriften’. Hij wil ons raken met 'een geest die de mensen liefheeft' (Wijsheid 1,6). Een Geest 'die voor ons pleit met onuitsprekelijke verzuchtingen' (Rom 8,26) en ons verzekert 'dat wij kinderen zijn van God' (Rom 8,16). Die ons zo vervult, dat we 'spreken van Godswege' (2Pe 1,21) en 'over Jezus getuigen' (Joh 15,26). Die als 'een helper' (Joh 14,16) aan elk van ons 'zijn gaven uitdeelt' (1Kor 12,11) en die verlangt dat we 'de eenheid van de Geest bewaren, door de band van de vrede' (Ef 3,4).
Wanneer we Gods Geest in ons hart laten wonen, kunnen we de muren slopen die we tegenover anderen optrekken. Onze verschillen verbleken immers in het licht van Gods gratuite liefde. Ook dat is een waar woord van Augustinus over Christus’ Geest: 'In Hem alleen zijn we één' (Preek op Psalm 127). Het is het motto van paus Leo en het kan ons erg inspireren in een tijd van toenemende polarisatie.
Zalig Pinksteren.