‘Ik ben geen missionaris door mijn roeping’: zuster Nathalie vond haar roeping in België
Dit interview maakt deel uit van een reeks missionaire getuigenissen. Interview en beeldmateriaal werden gerealiseerd door Missio.
Kan u zich even voorstellen?
Ik ben zuster Nathalie, zuster van Don Bosco en kom uit DR Congo. Ik ben nu 10 jaar in België. Ik was een beetje bezorgd over mijn Nederlands, want ik ga vele fouten zeggen. Soms voeg ik Franse woorden toe. Ik ben parochie-assistente in de pastorale eenheid Sint-Donatianus in Brugge-Stad en werk mee in De Wijngaard, een liturgisch centrum in Brugge.
U bent missionaris uit DR Congo in België.
Ik wil het duidelijk maken: ‘Ik ben geen missionaris door mijn roeping.’ Ik heb nooit gevraagd aan onze algemeen-overste om missionaris te worden. Onze algemeen-overste meende begrepen te hebben dat ik naar de missie wilde gaan. Het was niet mijn bedoeling. Van 2002 tot 2007 verbleef ik in Rome. Ik studeerde er psychologie. In 2005 werd ons, mezelf en enkele medezusters gevraagd om naar Sicilië te gaan om er onze gemeenschap te helpen. De gemeenschap was in rouw omdat twee zusters die er speelpleinen organiseerden, waren omgekomen in een ongeval. Als psycholoog werd ik naar daar gezonden om rouwzorg te geven. Die ervaring ontroerde me en ik vroeg een onderhoud bij de algemeen-overste. Ik vroeg om jonge zusters naar die gemeenschap te sturen, nadat ik mijn verhaal heb gedaan. Er verbleven vele oudere zusters van 80 en 90 jaar. De jongeren hadden er jonge zusters nodig.
Wat God wil, zal ook goed zijn voor mij
Zuster Nathalie
En daarna?
Ik keerde terug naar Congo. Plots kreeg ik een mail van onze overste met de boodschap: ‘Nathalie, ik vraag je om naar België te gaan.’ Wat een vraag! Het was voor mij een moeilijk beslissing, maar ik stemde in. Ik kwam naar België voor één jaar en ze beloofde elk jaar in gesprek te gaan. Nu ben ik hier 10 jaar.
Voelt u zich missionaris?
Zonder opleiding of vorming tot missionaris ben ik hier. Maar ik geloof dat ik door het doopsel koningin, priester en profeet ben. Door het vormsel heeft de Kerk me op missie gezonden. Mijn overtuiging was dan ‘Wat God wil, zal ook goed zijn voor mij.’ Zo ben ik vertrokken. En als ik kijk hoe paus Franciscus een missionaris zag, wil ik werken voor de Kerk als een missionaris gezonden tussen de mensen. Deze visie deel ik met paus Franciscus. Het was een uitnodiging om eropuit te gaan en mijn mentaliteit te veranderen.
En wat vond u van de vraag om naar België te gaan?
Ik was bang om naar hier te komen, door de geschiedenis. Hetgeen ik wist van de kolonisatie, gaf me een bepaald beeld van Belgen. Maar toen ik hier aankwam, zag ik dat jullie mensen zijn zoals ik. Beetje bij beetje veranderde ik, niet fysiek, maar vooral van mentaliteit. Ik voelde me meer en meer op mijn gemak en leerde andere mensen kennen. Nog een drempel was het Nederlands, zo’n moeilijke taal. En het is hier koud. Toen ik in november van het warme Congo hier aankwam was het 0°. Dat was een grote shock.
Ik moest me ook aanpassen aan de omgang met mensen. Ik was gewoon om iedereen op straat te begroeten ‘Hallo, goedendag’, … De blikken die ik kreeg waren zo van ‘Ken je mij?’ Ook binnen de Kerk was het aanvankelijk moeilijk. Ik kwam van een Kerk waar er veel wordt gezongen. In Congo zingen we veel. We gaan ook in dialoog met de priester in de kerk. En hier ‘In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest’, en als ik dan ‘Amen’ antwoordde, draaiden de mensen zich om en bekeken me.
Het lijken kleine dingen maar ze veranderde me wel een beetje. Een klein voorbeeld: in mijn Congolese cultuur is het ongebruikelijk om een ouder iemand in de ogen te kijken als je tegen hem praat. We richten onze ogen naar beneden. Hier komt die houding over alsof je verlegen bent. Voor mij is die houding een houding van respect. Ik kan ook mijn hand niet uitsteken als ik een oudere tegenkom om goedendag te zeggen. Ik wacht tot de hand naar mij wordt uitgestoken. Hij moet het initiatief nemen, want hij is ouder dan ik. Ik moest me andere gebruiken eigen maken.
Paus Franciscus vroeg ons om het verleden achter ons te laten, maar ik zie bij mezelf ook dat het niet makkelijk is. Ik moet andere mensen ook de kans geven om zich bij mij op hun gemak te voelen, als ik bij hen ben. Ik moest dus veel leren.
Hoe ziet u de Kerk hier in België?
De Kerk mag niet in zichzelf gekeerd zijn of op slot zijn. We moeten er zijn voor de anderen, ook hier in België.
Hoe doet u dat concreet?
Wij zijn zusters van Don Bosco en ik woon in een gemeenschap waar we vrouwen en kinderen opvangen, vrouwen zonder dak die gescheiden zijn, ook vrouwen die uit de gevangenis komen. We wonen echt samen met hen. Er is geen onderscheid tussen hen en wij. Wij eten samen, delen samen de keuken want we willen nabij zijn. We willen er zijn voor iedereen in de periferie. We kunnen zo naar hun verhalen luisteren en door te luisteren, begrijp je dat je eigen probleem echt niet zo groot is dan hun problemen. We kunnen ons inleven in hun nood en hen oriënteren naar een andere instantie. We zijn als zusters in contact met vele instanties om de moeders naar de juiste instantie door te verwijzen. Dienstbaar zijn is ook niet altijd gemakkelijk, maar ik vraag Gods genade om me te helpen.
U kiest ook voor de jongeren, niet?
Hier in België ga ik elke woensdag naar het Huis van het Kind in een andere periferie, in Zeebrugge, waar we er zijn voor moeders en kwetsbare gezinnen, die geen middelen hebben om activiteiten in de vrijetijd te organiseren. We hebben van de overheid een budget ter beschikking gekregen om voor hen materiaal zoals speelgoed aan te kopen om met hen te spelen. We rijden met een busje met het materiaal naar hen om hen te laten spelen. Terwijl de kinderen spelen, maak ik koffie en thee, en kunnen de moeders met ons en met elkaar babbelen. Het zijn veelal moeders van buitenlandse afkomt, maar ook Belgische moeders. Ze oefenen zo ook hun Nederlands. Ze luisteren ook naar elkaar en bemoedigen elkaar. Je merkt dat het herkennen dat ze niet alleen zijn in hun situatie helpt.
Gemiddeld per week komen er 40 kinderen en een dertigtal mama’s en papa’s. Bij mooi weer komen er tot wel 50 kinderen.
Had u dat verwacht toen u naar België kwam?
Ik kon me niet inbeelden dat er hier zo veel armoede is. Ik kon het niet geloven tot wanneer ik op stage ging om mijn Nederlands te oefenen. De provinciaal had me ingeschreven in Odissee in Schaarbeek voor een opleiding. In tussentijd heb ik ook gezinswetenschappen gestudeerd en ben hulpverlener geworden. Voor mijn stage moest ik naar families gaan om de kinderen te helpen bij hun huiswerk of samen met hen te spelen. Het vroeg me soms af, als ik een huis binnenkwam, of dit wel België is. Als je kijkt naar de missionarissen die van België vertrokken naar Congo, dan kregen we het beeld van een rijke Belg die naar de armen kwam. En je denkt dan dat alle Belgen rijk zijn.
Ik wilde mijn geloof verbergen maar door de genade van Jezus werd het zichtbaar
Zuster Nathalie
Hoe reageren de mensen hier op uw aanwezigheid?
Een kleine anekdote. Elke woensdag ontmoet ik arme gezinnen, maar ik verstop mijn kruisje om geen onderscheid te maken tussen moslims, ongelovigen of gelovigen. Ik wil neutraal zijn. Maar het gebeurde eens dat mijn kruisje toch zichtbaar was en een kindje me kwam zeggen: ‘Ben jij ook christen?’ Ik zei ‘Ja’. ‘Wij ook,’ zei het kindje fier. Het gaf me een blij gevoel. Ik wilde mijn geloof verbergen maar door de genade van Jezus werd het zichtbaar.
Wat doet u daarbuiten nog?
Elke zondagnamiddag ga ik naar Kortrijk, waarmee onze gemeenschap van Brugge verbonden is. Om de moeders te helpen krijgen we voedselpakketten in Kortrijk. De moeders kunnen zo een beetje sparen. Bij ons kunnen ze verblijven. Ze betalen bij ons slechts 300 euro voor hun verblijf, kosten inbegrepen. Als ze voldoende gespaard hebben, kunnen ze bij ons vertrekken en plaats maken voor andere vrouwen.
Verder vervul ik her en der mijn apostolaat. Zo ben ik actief in Vides (een Italiaans letterwoord en staat voor Volontariato Internazionale Donne Educazione Sviluppo, of met andere woorden: Internationaal Vrijwilligerswerk gericht op Vrouwen (kinderen én jongeren), Opvoeding en Ontwikkeling. We brengen jongeren samen en leggen met hen een traject af, noem het gerust een vorming. In juli trekken we met hen naar Calais, een periferie waar vluchtelingen samenkomen om te proberen naar Engeland te gaan. Wij trekken er heen om hen duidelijk te maken dat we deze vluchtelingen niet vergeten. We gaan er spelen en dansen met kinderen. Het is een soort stage van twee weken voor onze jongeren. Daarna kunnen ze kiezen of ze dit vrijwilligerswerk nog verder willen zetten en ze kunnen kiezen in welk land ze dit willen verderzetten. Voordat ze naar het buitenland vertrekken moeten ze een maand in een gemeenschap bij de Salesianen of de Zusters van Don Bosco verblijven. Daarna worden ze gezonden, via het wereldwijde netwerk van onze zusters. Ze vertrekken voor een maand, zes maanden of een jaar. En na hun terugkomst delen ze hun ervaringen met andere jongeren.
Ik probeer ook hier in Brugge een groep jongeren te bereiken die zich misschien wel in Vides willen engageren en dit op vraag van mijn provinciaal. Hoe doe ik dat? Elke zondag zag ik dat de Chiro-jongeren samen speelden. Ik stopte eens bij hen om met hen in gesprek te gaan en hen te vragen of ze mee naar Calais wilden gaan. Ik mocht het project bij hen gaan voorstellen en er schreven er zich zeven in. Uiteindelijk zijn er twee meegegaan. Het was voor mij geen probleem, al was het er maar een, ik zou met hen meegaan naar Calais. Na terugkomst hebben ze hun ervaring gedeeld. De Videswerking in Brugge en Kortrijk tellen vandaag samen 22 jongeren, die met mij in juli naar Calais gaan. Dat jongeren de stap durven zetten en erover durven getuigen is het werk van God. Dat kunnen er nog meer worden want op 20 april hebben we nog een bijeenkomst in Vives Brugge.
Uw engagement evolueerde wellicht in die 10 jaar in België.
Ik groei door de dingen die ik doe. Ondertussen werkte ik ook in het liturgisch centrum De Wijngaard en ben ik benoemd als parochie-assistente in de pastorale eenheid Sint-Donatianus. Ik werk 20 uur in De Wijngaard en de bisschop heeft ons gezegd dat het niet is als verkoper. Het is een ruimte voor pastoraal. We getuigen er van ons geloof. Concreet: als ik in de winkel kom maak ik koffie of thee en zet water klaar én is er altijd een glimlach. Iedereen is welkom. En ik verkoop ook veel. Op het einde van de ontmoeting prijs ik altijd nog wat aan. De reacties zijn veelal positief. Maar het is echt ook een ruimte voor presentie-apostolaat. Het gebeurt wel eens dat er mensen binnenkomen, gewoon om te babbelen, om te bidden of om te rusten. En wij luisteren, we nemen onze tijd. Er is ook een ruimte waar we dingen ophangen vanuit ons geloof en waar de bezoekers een gedachte kunnen bijschrijven. Bijvoorbeeld ‘wat wil je in de vasten veranderen in je leven voor God, voor jou en voor de anderen?’ Ik bekijk geregeld de reacties en zo zie ik wat er leeft en hoe de mensen op onze gedachten antwoorden.
Het lijkt wel op een synodale weg die jullie hier bewandelen.
Synodaliteit is een manier van gedeelde verantwoordelijkheid. We gaan samen evangeliseren, samen in dezelfde richting gaan. Maar daar is een probleem. In ons team van de pastorale eenheid betekent synodaliteit samenwerken tussen priesters, zusters en leken. Dat wordt wat moeilijker nu we de visie van de bisschop kennen om de kerkgemeenschappen wat meer samen de brengen. Welke synodaliteit willen we in onze Kerk beleven? ‘We zijn hier geboren, niet daar?’ is wel eens een reactie als we mensen eens uitnodigen om naar een andere kerk van de pastorale eenheid te gaan. De paus wil dat we samenwerken. De Kerk is niet het gebouw, de Kerk is God. We hadden een charismatische zuster die vaak in het bos ging wandelen en ze kwam ons zeggen: ‘Zusters, het bos is de kathedraal van God. Je kan God overal aanbidden in waarheid en geest. Het hoeft niet in je kleine kerk waar je geboren bent. Open je hart, open je ziel om samen naar een ander te gaan.’
Maar het is moeilijk, ook voor mij. Als ik naar de kerk ga, heb ik een plek, een stoel waar ik ga zitten. Maar als er op de stoel al iemand zit, dan denk ik ook wel eens dat het mijn plek is, moet ik nu van plaats veranderen? Maar er is nog genoeg plaats in de kerk voor mij.
Kijkt u nog wel eens terug naar uw tijd in Congo?
In Congo was ik geëngageerd in de Kerk en dat maakte me blij. Ik deed er vele dingen, maar nu ben ik veranderd van plaats. Ik ben nu in België, in Brugge als missionaris. In het begin was dat moeilijk, maar nu zeg ik ‘God ontferm u over mij want ik had niet naar jouw genade geluisterd.’ Ik moest hier zijn om Gods wil te doen. Ik blijf werken aan mijn roeping, ik blijf beschikbaar en luisteren naar de heilige Geest die mij leidt en ondersteunt. En telkens als ik het moeilijk heb, dan ga ik naar de kapel om te bidden. Daar vind ik mijn bron. Ik bid er, en eens zei ik in een vorming ‘Ik roddel met God.’ Dan krijg ik opnieuw de kracht om terug missionaris te zijn zoals ik ben, niet perfect.
Dit interview maakt deel uit van een reeks missionaire getuigenissen. Interview en beeldmateriaal werden gerealiseerd door Missio.


