Jeanne Leniere (84) wijdt haar tijd aan vrijwilligerswerk: ‘Uit dank voor vele kansen die ik kreeg’
84 jaar is ze, maar de Gentse Jeanne Leniere zit niet stil.In haar vrijwilligerswerk vindt ze haar roeping. Jeanne vormt als secretaris of bestuurslid de ruggengraat van heel wat initiatieven in de Kerk en de dagelijkse werking van religieuze congregaties. Zo is ze secretaris van kerkfabriek O-L-V-Sint-Pieters in Gent en vrijwillig medewerker van Bisdom Gent.
Ze ging twintig jaar geleden met pensioen, maar in het Gentse hoger onderwijs is de naam Jeanne Leniere nog niet vergeten. Toen ze in 2006 afzwaaide, had ze er een indrukwekkende loopbaan op zitten, die eindigde als algemeen secretaris van de Arteveldehogeschool. En dat voor iemand die op 14 jaar – we schrijven 1955 – de lagere school beëindigde. Ze was altijd de primus van de klas geweest, maar voor haar ouders, arbeiders in de textiel in Noord-Frankrijk, was verder studeren niet vanzelfsprekend. Dankzij een onderwijzer kon Jeanne toch nog toelatingsexamen doen in de toenmalige normaalschool Sancta Maria in Ronse.
‘Eens afgestudeerd als onderwijzeres wilde ik naar de universiteit. Opnieuw steunden mijn ouders mij. Dat vond ik echt groots van hen en ik ben er mijn leven lang dankbaar voor gebleven.’ De bijna 85-jarige noemt zichzelf een zondagskind. Toen het pensioen in zicht kwam, leek het Jeanne dan ook vanzelfsprekend om haar tijd te wijden aan vrijwilligerswerk. ‘Uit dankbaarheid voor de vele, vele kansen die ik gekregen heb en het voorbeeld volgend van mijn sociaal bewogen ouders.’
‘Ik herinner me nog heel goed dat ik op de receptie van de bisschopswijding van Luc Van Looy aan de babbel geraakte met zuster Adelheid D’Heer uit Ronse, die ik nog kende van de normaalschool. Ze was bisschoppelijk gedelegeerde voor de religieuzen en vertelde wat dat inhield. Het boeide mij zodanig dat ik zei: zeg het maar als ik eens iets kan doen.’ Tja, zulke dingen moet je aan sommige mensen geen twee keer zeggen … Maar Jeanne zei het meermaals en combineerde op die manier almaar meer engagementen. ‘Pensioen? Nooit geweten wat dat is, maar zo heb ik het graag.’
Ik ga uit van een eigen gebed: Heer, zend mij waar ik iets mag betekenen voor mensen, waar ik samen met anderen het verschil kan maken.
Ruggengraat
Jeanne is onder meer secretaris van de kerkfabriek van Onze-Lieve-Vrouw Sint-Pieters. Maar ze zorgt er evenzeer wekelijks voor verse bloemstukken aan het altaar én volgt de organisatie van evenementen en concerten op. ‘Penningmeester ben ik er ook een paar jaren geweest. Boekhouden was toen iets compleet nieuw voor mij. Maar het kwam op mijn pad en men rekende op mij’, lacht Jeanne.
In haar vrijwilligerswerk vindt ze haar roeping, vertelt Jeanne. ‘Ik ga uit van een eigen gebed: Heer, zend mij waar ik iets mag betekenen voor mensen, waar ik samen met anderen het verschil kan maken. Mij oprecht evangelisch bewogen voelen betekent dat ik niet aan de zijlijn kan toekijken. Ik probeer me in te zetten met de talenten die ik gekregen heb. Zoals ieder een gave ontvangen heeft, zo moet hij die ook gebruiken om anderen te dienen, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God, is een vers dat me lief is uit de Eerste Brief van Petrus.’
Het is mooi om anderen op weg te helpen en de ruimte te geven om ergens hun eigen ziel in te steken zoals zij het zien.
In al haar enthousiasme en toewijding blijft de Gentse met Westouterse wortels toch ook nuchter voor de realiteit van de samenleving die verder ontkerkelijkt. ‘De secularisering is niet iets waarvoor we ons kunnen afsluiten, noch waardoor we moedeloos worden. We kunnen beter de realiteit aanvaarden en er van binnenuit mee omgaan, niet fatalistisch maar hoopvol: secularisatie met een open geest benaderen en zien als een uitdaging én een kans voor de Kerk en het christelijk geloof. Ik vind dit overigens bijzonder boeiend. Onlangs las ik een zin die me sterk bezig houdt, maar waarin ik toch ook een dimensie mis: ‘waar vroeger de Kerk vooral een verzameling van gelijkgestemden was, wordt ze nu meer een gemeenschap van gedeelde menselijkheid’ (Birgit Jaarsma in het Nederlandse blad Nieuw Wij).
Op haar leeftijd beseft Jeanne ook dat loslaten ook aan de orde is. ‘Al spreek ik liever van doorgeven. Loslaten is een modewoord, dat me te negatief klinkt. Het is mooi om anderen op weg te helpen en de ruimte te geven om ergens hun eigen ziel in te steken zoals zij het zien.’ Ze zou zelf wat meer tijd krijgen voor haar vele andere interesses, zoals kunst en poëzie, oude liefdes die nog niet geroest zijn. En zo rijmt alles in schoonheid verder.





