Klaas Blijlevens: ‘Ruusbroec raakt mij’ [podcast]
Ruusbroec beschrijft het geloof als een geestelijk liefdesavontuur tussen God en jou
Klaas Blijlevens
Kapucijn Klaas Blijlevens is sinds lang gepassioneerd door Ruusbroec, één van de vele mystiekers uit de lage landen. Wat hem bijzonder in Ruusbroec treft, is de manier waarop deze ons geloof beschrijft. Geloof is geen systeem van waarheden of deugden die we één voor één moeten afvinken om een goed christen te zijn. Als we geloven, treden we integendeel in een relatie met God die ons liefheeft zoals we zijn: we vertrouwen ons toe aan Hem en Zijn liefde. Als je dat doet, verandert je leven.
Klaas Blijlevens schreef eerder ‘als leraar’ vier werken over Ruusbroec. Recent bracht hij een vijfde boek uit met een heel andere invalshoek. In ‘Ruusbroec raakt mij. Markante teksten en getuigenissen’ beschrijft onze gespreksgast wat Ruusbroec voor hem persoonlijk betekent. Dit laagdrempelige werk helpt de lezer om te ontdekken hoe de mystieker ons allemaal kan inspireren.
Lees hieronder het volledige interview
Klaas Blijlevens over Ruusbroec: het volledige interview
In mijn vormings- en opleidingstijd als Nederlandse kapucijn heb ik mijn theologiestudie gedaan in de jaren van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Ik kreeg toen een boek van Ruusbroec in handen, maar ik begreep dat Middelnederlands niet. Mij werd aangeraden om mij daar op dat moment niet in te verdiepen: het zou goede lectuur zijn voor na mijn pensionering. Dat was even slikken, maar ik heb mij dan maar ten volle toegelegd op de theologie die toen in een volle overgangssituatie verkeerde. De catechismus had afgedaan, maar met welke woorden kun je dan nu het geloof verkondigen?
Na mijn priesterwijding in 1963 ben ik nog werkzaam geweest in Nederland, maar in 1976 heb ik de overstap gewaagd naar Vlaanderen waar ik me aansloot bij de Vlaamse kapucijnen. Het was een sprong, want wat zou dat nieuwe arbeidsveld mij brengen? Maar al spoedig bleek dat de overstap geen toeval was, maar een wenk om Ruusbroec toch ter hand te nemen.
Enkele jaren later kwam ik in contact met het Ruusbroec-genootschap in Antwerpen waar paters jezuïeten de werken en de boodschap van Ruusbroec verduidelijkten in conferenties, voordrachten, retraites, lectuur en lezingen. Waar zij kwamen, was ik er. Met een zekere gretigheid heb ik toen ‘geproefd’ van de taal en de inhoud van wat Ruusbroec had geschreven. Ik heb dus niet tot mijn pensionering gewacht om hem te leren kennen.
Wie is Ruusbroec?
Ruusbroec (1293-1381) is een priester uit Brussel die als pastor begijnen begeleidde, en ook anderen die zich geroepen voelden om een dieper en intenser geloofsleven te leiden. In zijn elf geschriften schrijft Ruusbroec over ons geloof. Vanuit zijn eigen beleving verwoordt hij wat het betekent om te leven in de liefde van God. Want geloven is voor hem: het geestelijk liefdesavontuur aangaan met God.
Dit avontuur is een persoonlijk gebeuren. God geeft zich ten volle aan de mens, die als antwoord hierop zich in geloof aan Hem toevertrouwt. De mens ervaart de aanraking van God en probeert daaraan te beantwoorden. Voor een christen wordt leven in geloof dan een groeiende ontmoeting met God.
Ruusbroec was een mystieke mens. Hij heeft de aanraking van God in zijn eigen leven mogen ervaren en is daarop ingegaan. Zo heeft hij God beleefd als een levende God met wie hij tot een persoonlijke relatie is gekomen. Als geïnspireerde en begenadigde schrijver vond hij de woorden om het leven van een intense relatie met God uit te schrijven. Gloedvol en op meesterlijke wijze heeft hij het goddelijk liefdesavontuur tussen God en mens beschreven als een ontmoeting die de geest verruimt en de mens als persoon verrijkt.
Als een verkenner uit het Beloofde Land laat hij mij in zijn geschriften proeven van de heerlijke druiven, d.w.z. van de tekens van Gods milddadigheid in de woestijn van het leven. Hij laat mij, vanuit mijn eigen zelfzuchtig bestaan, de Jordaan oversteken om in het land van melk en honing te smaken hoe goed het is om op Zijn aanraking in te gaan en zo te komen tot een zeer persoonlijke ontmoeting met God. Ruusbroec lezen verwarmt je gelovig hart, geeft steeds de diepere kern van een leven naar het evangelie weer en doet je in blijdschap leven. Zo heb ik hem ervaren.
Drie beelden
Ruusbroec wil zijn lezers smaak geven in een waarachtig gelovig leven. Hij maakt hen bewust van wat er diep in hen leeft: een borrelende bron van liefde, een schat in de akker van hun bestaan. Ik wil dit verduidelijken aan de hand van drie teksten van hem die mij dierbaar zijn geworden.
De eerste tekst gaat over een dynamisch godsbeeld. Ruusbroec schrijft:
God is een vloeiende ebbende zee,
die onafgebroken vloeit in al zijn geliefden
naar ieders verlangen en waardigheid.
God is dus een en al dynamiek. Het stroomt in God. Er is geen sprake van statische onbeweeglijkheid. De constante stroming van God vloeit uit in de schepping. Al wat is, ook elke mens, is uiting van de pure liefde tussen Vader, Zoon en Geest. Uit vloeien en weer terug ebben: dat is het getijdeleven van heel de schepping. Gelovigen die leven naar Gods beeld zijn geen wereldvreemde mensen, maar leven in en vanuit de dynamiek die God zelf is.
De tweede tekst gaat over het ontvankelijk worden voor Gods inwerking. Ruusbroec schrijft:
Als een vat klaar is, giet men er edele drank in.
Er bestaat geen edeler vat dan een minnende mens.
En er is geen heilzamer drank dan de genade van God.
Ontvankelijkheid is de basis voor een leven met God. Wat God van mij vraagt is geen krachtpatserij, maar een open houding voor Zijn aanraking en inwerking. Als ik mij leeg maak, dan ben ik klaar om de liefde en de genegenheid van God van Hem te ontvangen. Het is dus geen romantisch op zoek gaan naar God, maar een heel realistisch in het leven staan: doen wat ik moet doen en mij zo ontvankelijk maken voor Gods bezig zijn met mij.
De derde tekst gaat over het gedrag van een goudsbloem. Ruusbroec schrijft:
In de morgen, als de zon in het oosten opkomt,
gaat de goudsbloem zich openen voor de stralen van de zon.
En ze draait mee met de zon tot in het westen.
Want ze wendt zich naar de warmte van de zonnestralen.
Maar ‘s nachts sluit ze zich, ze verbergt haar kleuren
en wacht op een nieuwe zonsopgang.
Zo moeten wij ons gedragen voor het inschijnen van Gods genade.
Als we de hitte van Gods liefde weinig of niet meer in ons gevoelen,
dan is het nacht in onze ziel
en kunnen we niet anders doen dan vol verwachting
uitkijken naar een nieuwe zonsopgang
die ons opnieuw met haar stralen zal verwarmen.
Ook in deze verkorte versie over een goudsbloem (een soort zonnebloem) wordt duidelijk wat Ruusbroec ons wil zeggen. Het gaat over drie aspecten in onze relatie met God. We moeten er voor openstaan, maar Hem ook actief volgen wanneer wij zijn bezig zijn met ons ervaren. En ten derde: in momenten van Gods verduistering wachten op betere tijden. Want naast en meestal na de momenten dat we vreugde om God beleven zijn er ook van die dagen dat alles tegenslaat. God is dan heel ver. En wij denken dat Hij ons vergeten is.
Op deze wijze, in beelden, probeert Ruusbroec de diepere beleving van ons geloof te verkennen. De ontmoeting tussen God en mens is de rode draad in al zijn werken. Met beelden vertolkt Ruusbroec de kernboodschap van het evangelie.
Ruusbroec raakt mij
Vanaf 1990 tot 2005 heb ik elk najaar in twee weekendsessies voor een groep van 15 tot 20 personen gedeelten uit de werken van Ruusbroec mogen uitleggen en verklaren. Mijn teksten ter verklaring schreef ik uit en zij werden de basisteksten voor mijn latere boeken. Mijn laatste boek gaf ik de titel mee: ‘Ruusbroec raakt mij’. Dat was een suggestie van Professor Mathijs Lamberigts van de universiteit van Leuven. Hij zei mij: “Tot nu toe heb jij in je boeken Ruusbroec steeds voor anderen verhelderd, maar wat hebben die teksten jou persoonlijk gedaan?” Vandaar dat dit laatste boek meer persoonlijke notities bevat. Dat is het unieke aan dit boek, denk ik.
Ik heb het vooral geschreven uit dankbaarheid voor hetgeen Ruusbroec mij heeft verduidelijkt voor mijn persoonlijk leven. Jaar na jaar werden zijn teksten voor mij een verheldering op de weg naar de Godsontmoeting. Ik las hem als een brief van een goede geestelijke vriend. Zijn inzichten werden voor mij richtlijnen voor mijn leven. Ik mocht enkele fundamentele lijnen ontdekken.
Drie levenslijnen
Allereerst beleef ik nu ootmoed als de grondslag voor mijn leven als gelovige. In ons huidig taalgebruik is dit woord verdwenen, maar Professor Rik Torfs heeft de diepe betekenis ervan verhelderd: het duidt op een gedrag vol eerbied voor God; erkennen wie God is en hoezeer Hij van mij houdt. Ootmoed verwijst naar een liefdevolle relatie tussen God en mij.
Vervolgens. In die relatie is God steeds de eerste. Wat een mens doet, is altijd een antwoord op Gods handelen. Dit inzicht is er niet vanaf het eerste begin. Als jonge mens voel jij jezelf de actieve en handelende persoon die wil volbrengen wat God van je vraagt. Pas later ontdek je dat de krachtbron van al je activiteiten, de liefde is die van God uitgaat.
En een derde levenslijn: ik mag met God omgaan als met een vriend, zoals Mozes deed. Wie God ten diepste is, zal ik nooit te weten komen, maar dat hoeft ook niet. Ik mag God beleven in vriendschap. Hij heeft zich immers aan mij toevertrouwd en daarom mag ik mij aan Hem toevertrouwen. God staat niet op afstand. Hij leeft in mij: Hij is mij inniger nabij dan mijn eigen hartslag.
Een boodschap voor nu?
Je kunt van Ruusbroec niet verwachten dat hij concrete antwoorden geeft op onze actuele huidige levensvragen. Hij leefde in een andere tijd en in andere omstandigheden. En toch zegt hij rake dingen voor onze tijdgenoten. Mensen van mijn generatie komen uit een tijd dat het christelijk geloof vanzelfsprekend was. Dat is het niet meer. Willen wij als kerk nog iets te betekenen hebben, dan zullen wij ons geloof weer moeten hervinden. Structurele hervormingsplannen op kerkelijk vlak zijn belangrijk maar belangrijker is dat wij weer een diepgelovige en geëngageerde gemeenschap worden die leeft naar de boodschap van het evangelie. Dan is geloven niet iets van de oude tijd maar een levensvorm die vreugde brengt. Dat maakt Ruusbroec mij op elke bladzijde van zijn werken op een bevattelijke manier duidelijk. En daarom lees ik hem graag.
Klaas Blijlevens