Oecumenische studiedag over relaties: 'Meer aandacht voor kussende mannen dan voor oorlog? Kan niet'
In de rijkgevulde oecumenische studie- en ontmoetingsdag Samenleven in liefde en geloof als koppel hebben we vertegenwoordigers van vier verschillende Kerken beluisterd die op grond van hun expertise in staat waren de visie van hun kerk op huwelijk en seksualiteit weer te geven en zo nodig kritisch te bevragen om (soms) te komen tot een (misschien wel onverwacht) antwoord op de vraag: ‘Is een gemeenschappelijke morele onderscheiding mogelijk binnen onze Kerken?’
Leven in liefde en geloof
Welke ethische vraagstukken wilden we graag vandaag ter sprake brengen? De titel van deze studiedag luidde: In liefde en geloof samenleven als koppel.Laurence Flachon (VPKB) leek zelfs wat verbaasd dat een door katholieken georganiseerde studiedag het niet braafjes over ‘gehuwden’ had. De titel, die Peter Sedgwick (Church in Wales) ‘creatief’ noemde, maakt inderdaad duidelijk dat ook in de Katholieke Kerk een variëteit aan relatievormen voorkomt, die soms aanleiding geven tot ethische reflectie. In de keuze van de titel lieten we ons inspireren door een pastoraal project binnen de Church of England, Living in love and faith, dat duiding wil geven bij vragen rond ‘identiteit, seksualiteit, relaties en huwelijk’.
In de bijdragen van Peter Sedgwick en Nenad Polgar (RKK) werd ingegaan op de (eventuele) evoluties in visie van de Anglicaanse Gemeenschap en de Katholieke Kerk tegenover thema’s als echtscheiding en het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht. Johanna-Baptista Pelgrims (Orthodoxe Kerk in België) besprak even legitiem keuzes die Orthodoxe koppels met vruchtbaarheidsproblemen al dan niet maken en andere bio-ethische vraagstukken aangaande het begin van het leven.
De actualiteit van het nadenken over vraagstukken op het terrein van de seksuele ethiek blijkt ook uit een zopas verschenen ‘leerstellige nota’ van het Dicasterie voor de Geloofsleer, Una caro. Een lofzang op de monogamie, waarin de houding van de Katholieke Kerk tegenover fenomenen als polygamie wordt toegelicht. Het illustreert ook waar Sedgwick en Polgar attent op maakten: dat de ethische tegenstellingen tussen christenen uit het Zuiden en het Noorden binnen onze Kerken vaak groter zijn dan die tussen de Kerken op universeel niveau.
Diversiteit in tradities
Zowel inhoudelijk als op het vlak van methode waren er opvallende raakpunten tussen onze sprekers. Zowel in de Anglicaanse als in de Katholieke Kerk en theologie, zo onderstreepten zowel Sedgwick als Polgar, heeft een verschuiving plaatsgevonden – zij het in het leergezag van de Katholieke Kerk soms als een processie van Echternach – van het argumenteren op basis van de onveranderlijke natuurwet naar een meer personalistische benadering op huwelijk en seksualiteit. Flachon onderstreepte dat ook in het protestantisme ‘respect voor de ander als ethische voorwaarde voor elke relatie’ beschouwd wordt. Voor een Protestantse theoloog is echter niet een theologische doctrine zoals het personalisme de norm voor de ethiek, maar Jezus Christus en het evangelie. Binnen de Orthodoxe theologie, aldus Pelgrims, worden persoonlijke keuzes wel gevormd en uitgezuiverd door de gemeenschap.
Onze sprekers hadden ook aandacht voor de diversiteit in hun tradities. Laurence Flachon verwees geregeld naar een recente studie binnen de Gemeenschap van Protestantse Kerken in Europa die expliciet ingaat op de diversiteit aan opvattingen op het vlak van gender, seksualiteit, huwelijk en familie. Het oecumenisch overleg tussen katholieken en anglicanen, aldus Peter Sedgwick, benadrukt dat ‘diversiteit geen bedreiging is.’ Volgens Nenad Polgar wordt de katholieke moraaltheologie na Vaticanum II in hoge mate door ‘diversiteit en pluraliteit’ gekarakteriseerd. Zelfs inzake ethische vraagstukken is er ook binnen de Orthodoxe Kerk diversiteit waar te nemen omwille van de nationale organisatie van de lokale kerken, zo stelde tenslotte Johanna-Baptista Pelgrims.
Onze sprekers legden ook een historische interesse aan de dag. Sedgwick is gespecialiseerd in de geschiedenis van de moraaltheologie en was aandachtig voor de evoluties in de resoluties van de Lambeth Conference over kwesties als echtscheiding en homoseksuele relaties. Polgar contrasteerde de quasi-onveranderlijke preconciliaire moraaltheologie met de veranderingen tijdens en na het Tweede Vaticaans concilie. Flachon verwees af en toe naar de posities van Luther en Calvijn en Pelgrims toonde aan dat de overtuigingen van de Orthodoxe Kerk hun inspiratie vinden in de theologie van de kerkvaders.
Ethische thema's
Alle sprekers benadrukten dat de organisatie van hun Kerk ook een impact heeft op hun ethische keuzes. De structuur van besluitvorming in de Anglicaanse gemeenschap veronderstelt dat thema’s als het homohuwelijk geduldig besproken worden in parochies, bisdommen en tenslotte op het niveau van de hele kerkprovincie. Maar hij hoopte ook dat het eerste resultaat van ARCIC III, Walking Together on the Way: Learning to be the Church Local, Regional and Universal (2018) ertoe zal leiden dat ook in de ethische studie de diversiteit aan niveaus van kerkelijk leven ernstig genomen zal worden.
De katholieke spreker maakte vooral de impact van de posities van het magisterium op de bewegingsruimte van katholieke theologen maar ook van lokale kerken duidelijk. Een voorbeeld dat niet besproken werd, was de bereidheid van de Duitse bisschoppenconferentie om het in bepaalde omstandigheden mogelijk te maken voor gescheiden gelovigen in een nieuwe relatie de communie te ontvangen en de gespannen relaties met Rome die dat met zich meebracht. De Protestantse en Orthodoxe spreekster wezen op belangrijke nationale verschillen tussen Kerken.
Heeft het wel zin dat de Katholieke Kerk een oecumenische dialoog aangaat over seksualiteit als ze zelfs binnen haar eigen gemeenschap geen eensgezinde aanpak vindt?
Wil oecumenische vooruitgang gemaakt worden in het overleg over ethische thema’s dan is het belangrijk dat in iedere kerk afzonderlijk een definitieve koerswijziging richting een personalistische benadering gerealiseerd wordt. Zowel Sedgwick als Polgar betreuren in die zin de terugval die tijdens het pontificaat van Paus Franciscus gebeurde enerzijds door het antwoord op de dubia over Amoris Laetitia en anderzijds door Fiducia Supplicans, ofschoon in de woorden van Polgar ‘een van de meest open leerstellige documenten op het gebied van seksuele ethiek’.
De ‘heteronormativiteit’ van de Katholieke Kerk waarover Flachon het heeft, komt op bijzonder pijnlijke manier tot uiting in de Responsio ad dubium uit 2021, die stelt dat het ‘eigenlijk onmogelijk is voor de Kerk om paren van hetzelfde geslacht te zegenen, omdat een zegen geen genade kan betekenen in de context van een relatie die niet op genade is gericht.’ Moeten we dan terug naar de opvatting van de Reformatoren dat het huwelijk een louter menselijk contract is en geen sacrament waar Gods genade zichtbaar wordt? De positie van onze Orthodoxe spreekster leek echter misschien wel meer op die van het magisterium van de Katholieke Kerk, want voor haar is het huwelijk tussen man en vrouw een ‘sacramentele genade’ die de huwelijkspartners in staat stelt verder te groeien in de richting van vergoddelijking en gelijkenis met God.
Oecumenische dialoog
Hoe kijken onze sprekers tenslotte naar de vraag of een gemeenschappelijke morele onderscheiding mogelijk is binnen onze Kerken? Binnen de beperkingen van een korte voordracht vond Laurence Flachon het voldoende de diversiteit van de kerkelijke structuren en ethische standpunten in het Protestantisme te verduidelijken in antwoord op de verwardheid die dit teweegbrengt ‘bij onze oecumenische relaties.’ Johanna-Baptista Pelgrims waardeert de vorderingen die binnen de Anglicaans-Orthodoxe dialoog werden gerealiseerd. Volgens Peter Sedgwick gelooft de Anglicaans-Katholieke dialoog sterk in het belang van receptieve oecumene. Zo was de verschuiving van de visie over echtscheiding in de Anglicaanse Gemeenschap vermoedelijk ook geïnspireerd door de Orthodoxe houding van pastorale barmhartigheid. Omdat de dialoog over ethische thema’s moeilijk blijft, weet deze deelnemer aan ARCIC III echter nu reeds dat, ‘wanneer de verklaring volgend jaar wordt goedgekeurd, ze geen antwoord zal geven op die vraag.’ Ook al is hij ervan overtuigd dat een voortzetting van de oecumenische dialoog de Katholieke Kerk ook kan stimuleren tot het herzien van haar positie, toch verkiest ook Nenad Polgar om een eerst een provocerend antwoord te geven: ‘Heeft het überhaupt zin dat de Katholieke Kerk een oecumenische dialoog aangaat met andere kerken over kwesties rond seksualiteit, gezien haar schijnbare onvermogen om deze kwesties zelfs binnen haar eigen gemeenschap adequaat aan te pakken?’
De grootste relativering van het thema van onze studiedag las ik echter in de plenaire voordracht van aartsbisschop-emeritus Antje Jackelén van de Church of Sweden tijdens de recente wereldbijeenkomst van de Commissie voor Geloof en Kerkorde in Egypte: theologen en bij uitbreiding hun Kerken ‘zouden nooit meer aandacht mogen geven aan twee mannen die elkaar kussen dan aan duizenden burgers die omgebracht worden in een oorlog.’
Synthese door prof. Dr. Peter De Mey (KU Leuven)