Onwaarschijnlijke sprookjesfiguren in het christelijke verhaal (1/5): de eenhoorn
De eenhoorn is veel meer dan een hippe print op schattige kinderkledij. Het fabeldier ontstond duizenden jaren geleden in de menselijke fantasie. Er zijn sporen van te vinden die teruggaan tot het jaar 3000 voor Christus in Zuid-Azië!
Ook in de Bijbel is er sprake van de eenhoorn en wel op 9 plaatsen. Of beter: wás, want het ging om een foute vertaling van wat rechtgezet werd als ‘oeros’ of ‘wilde stier’. Wat in de Bijbel stond, moest wel waar zijn. En zo vestigde de eenhoorn zich diep in de christelijke geest vanaf de middeleeuwen.
Maagd en magie
De eenhoorn wordt voorgesteld als een paard met bokkenpoten en een leeuwenstaart. Midden op zijn voorhoofd draagt hij een kaarsrechte, spiraalvormige hoorn. Het woeste dier leeft in ondoordringbare bossen, plek van magie en oerkrachten. Het fabelachtige wezen trekt aan en schrikt af. Het is zo woest dat het alleen kan gevangen worden door … een maagd. Een tekst uit de 15de eeuw luidt:
Een eenhoorn is zo sterk, dat geen jager hem vermag te vangen
Maar een maagd wordt geplaatst daar waar hij verwacht wordt.
Zij opent haar schoot en de eenhoorn legt zijn kop daarin.
Hij verliest nu zijn woeste aard en valt in slaap.
Deze tekst valt ook te lezen in de voormalige paardenstallen van de Abdij van Herkenrode, nu een exporuimte ingericht door Herita. Onze gids, een historica onder de kap van de laatste abdis van de site, poseert naast een metershoog beeld van een eenhoorn en vertelt de ontstaanslegende van de abdij.
Zo ontstond Herkenrode (volgens de legende)
‘Toen graaf Gerard van Loon in 1182 ging jagen in de bossen van Herkenrode’, zo vertelt de gids-abdis, ‘stond hij op een open plek bij de Demer plotseling oog in oog met drie jonkvrouwen en een eenhoorn. De dames zeiden dat ze gekozen hadden voor het geestelijke leven. Prompt schonk hij een stuk van zijn bos zodat ze een abdij konden bouwen.’
De oudste van drie maagden was Ingeltrude, de eerste abdis van Herkenrode. Zij koos de eenhoorn voor het wapenschild van de abdij, als teken van kuisheid en maagdelijkheid.
‘En hij werd echt de geluksbrenger van de abdij, die door de eeuwen heen floreerde en zelfs het Vaticaan van het Noorden werd genoemd, gebouwd naar het voorbeeld van de Sint-Pietersbasiliek’, zo leren we nog.
Toch blijft er vandaag niet veel meer van over. De laatste zusters hebben de site al ruim tien jaar verlaten. De gigantische rijkdommen en kunstschatten van de abdij raakten door oorlogen verspreid over Vlaanderen en ver daarbuiten. Erfgoedorganisatie Herita beheert de site en bracht een tentoonstellingsruimte onder in de paardenstallen. Waar ooit de abdij zelf stond, verrijst nu een stalen geraamte als droombeeld van wat ooit geweest is. In het logo van de site springt opnieuw de fiere eenhoorn op.