Pelgrimsvrienden begeleiden Ria (79) naar Compostela: ‘Ik wil er mijn pijn achterlaten’
Aan de kerk van Bret-Gelieren in Genk zijn Ria Ketelslegers uit Bilzen-Hoeselt en acht pelgrimsvrienden onder leiding van de Genkse deken Luc Herbots vertrokken naar Santiago de Compostela. Het belooft een tocht te worden, die bijna twintig jaar van verdriet, hoop en geloof samenbrengt in één symbolisch moment. Met een busje rijden ze naar het bekende bedevaartsoord in het noordwesten van Spanje, zodat Ria na vier eerdere pogingen op zondag 31 mei haar steen kan achterlaten aan de voet van Cruz de Ferro, een ijzeren kruis ongeveer 200 kilometer voor Compostela, op het hoogste punt van de Camino. Elke dag zal de groep vanuit een thema heel wat kilometers stappen en onderweg inhoudelijke momenten beleven.
Soms kan een mens een steen jarenlang meedragen, tot hij eindelijk sterk genoeg is om hem neer te leggen.
Ria Ketelslegers
‘Volgens een eeuwenoude traditie nemen pelgrims bij hun vertrek een steen mee, die symbool staat voor het loslaten van zorgen’, zegt deken Luc Herbots. ‘Als ze na een lange tocht het ijzeren kruis passeren, werpen ze hun steen daar neer. Een eenvoudig gebaar met een diepere betekenis. Ria is al vier keer naar Compostela gestapt. Maar telkens zat ze met zoveel pijn, dat ze er niet in slaagde om haar steen neer te leggen en toe te vertrouwen aan Christus-op-het-kruis. Nu Ria er wel klaar voor is, willen we haar als pelgrimsvrienden daarbij helpen.’
Ik wil mijn lijden aan de voet van het kruis leggen.
Ria draagt haar steen al bijna twintig jaar met zich mee, letterlijk én figuurlijk. ‘Er zit een barst in’, vertelt ze. ‘De steen staat symbool voor de pijn en het verdriet in mijn leven. Tegelijk vind ik het ook een mooie steen. Ondanks alle moeilijkheden heb ik een mooi leven, met drie kinderen en acht kleinkinderen.’
In 2008 stapte de Limburgse voor het eerst naar Compostela. Een jaar eerder overleed haar man Maurice. Hij werd 57 jaar. ‘De Camino lag vol tranen’, vertelt ze. ‘Het was een weg vol verdriet, van rouw en zoeken. Mijn steen achterlaten lukte niet. In 2010 keerde ik terug, vastberaden deze keer, maar opnieuw bleef de steen in mijn handen, net als in 2014 en 2015. Telkens bleef de steen me vergezellen op de terugweg naar huis. Pas jaren later groeide langzaam het besef dat ik mijn verdriet niet alleen hoefde te dragen. Tijdens mijn dagelijkse gebedswandelingen vond ik woorden voor wat jarenlang onmogelijk leek. Mijn verdriet zit te diep en ik besefte dat ik het uit handen moest geven. Nu voel ik me er klaar voor. Ik wil in het laatste deel van mijn leven eindelijk rust vinden. Het is zoveel meer dan een ritueel. Ik wil mijn lijden aan de voet van het kruis leggen.’
Nieuw begin
Op zondag 31 mei zal Ria eindelijk haar steen kunnen leggen. ‘Het zal emotioneel zijn. Maar dat mag. Ik ben omringd door vrienden’, zegt ze. ‘Onderweg draag ik ook 24 andere stenen mee. Kleine stenen van mensen die me hun zorgen, pijn of intenties hebben toevertrouwd. Misschien help ik hen zo een stukje vooruit.’
Deken Luc belooft er een bijzonder moment van te maken, waarbij de deelnemers ook het sacrament van de verzoening kunnen ontvangen. ‘Elke steen die bij een kruis wordt achtergelaten, is een verhaal van lijden en pijn, van proberen en mislukken, van angsten en vragen’, vertelt hij. ‘Maar steeds is er ook die verlichting, de vreugde om het nieuwe begin. Zoals Jezus in het evangelie zegt: ‘Komt allen tot Mij, die onder lasten gebukt gaat. Ik zal u rust en verlichting schenken’.’
Overtuigd
Op vrijdag 5 juni keert de groep terug naar Limburg. Voor Ria zal deze tocht anders aanvoelen dan alle vorige keren. ‘Soms kan een mens een steen jarenlang meedragen, tot hij eindelijk sterk genoeg is om hem neer te leggen. Deze keer zal ik die steen kunnen neerleggen’, zegt ze overtuigd. ‘Dan kan ik mijn verleden eindelijk achter me laten.’





