Rector Sint-Juliaan der Vlamingen presenteert bezoekersgids voor Heilig Jaar
Gabriel Quicke greep het Heilig Jaar aan om een viertalige gids te schrijven, die pelgrims en toeristen wegwijs maakt in de Belgische nationale kerk in Rome. Duiding bij het pelgrimeren en enkele zegeningen over de pelgrims vullen de uitleg over het gasthuis, de kerk en zijn heilige aan. Het boek werd voorgesteld in de kerk, die het aanwezige publiek meteen kon bewonderen.
Met 112 bladzijden werd San Giuliano dei Fiamminghi (Gangemi Editore) een stevige bezoekersgids, maar dat komt vooral omdat de uitleg en de gebeden die erin prijken, meteen opgenomen werden in het Italiaans, het Nederlands, het Frans en het Engels. De teksten zijn eigenlijk bondig en snel te lezen. Ze schetsen de bijna tien eeuwen oude geschiedenis van het ‘hospitium’, het gasthuis voor pelgrims uit onze contreien die in Rome arriveerden, vertellen wie de heilige Juliaan is, belichten de gastvrijheid en de kans op ontmoeting en staan stil bij de pelgrimstafel en het pelgrimslabyrint. Het geheel wordt afgesloten met enkele zegenbeden over de plegrims.
Aan de vooravond van de start van het conclaaf stelde rector Gabriel Quicke in Rome die nieuwe bezoekersgids voor aan het publiek. Gastspreker bij de boekpublicatie was salesiaan Wim Collin, professor aan de Pauselijke Salesiaanse Universiteit en tevens lid van de beheerraad van de koninklijke stichting Sint-Juliaan der Vlamingen. In zijn gelegenheidstoespraak ging hij in op de figuur van Sint-Juliaan de herbergier en op de betekenis van de christelijke gastvrijheid.
De heilige Juliaan is een fascinerende en complexe figuur, die per ongeluk zijn ouders doodt.
Wim Collin
Salesiaan
'De heilige Juliaan is een fascinerende en complexe figuur, wiens legende spreekt over zonde, over bekering en vooral over gastvrijheid', stak de salesiaan van wal. Hij verwees meteen ook naar het schilderij van de heilige uit 1695 dat boven het hoofdaltaar van de kerk hangt. Het stelt het moment van diens bekering voor. De jonge jager kijkt naar de hemel, terwijl aan zijn voeten een hond en een bediende wachten om op jacht te gaan.
'Maar achter hem, op de achtergrond, zien we al zijn toekomstige missie: reizigers helpen om een rivier over te steken. Het is een symbolisch beeld: die rivier stelt het menselijke lijden voor en Juliaan wordt degene die anderen daarbij begeleidt, ondersteunt en redt', duidde Collin. Het heiligenverhaal is ontstaan uit een samensmelting van legendes, maar de kern blijft dezelfde, vervolgde hij. 'Nadat hij per vergissing zijn ouders heeft gedood, bekeert Juliaan zich en wijdt hij zich volledig aan de naastenliefde. In die legendes komt een diep spiritueel aspect naar voren: de mens, gewond door de zonde, die via het lijden een weg van boetedoening en heiligheid inslaat. Gastvrijheid is daarbij een uitgelezen weg naar verlossing. Concrete aandacht voor anderen wordt het hart van het christelijk leven. Ik was een vreemdeling en je hebt Mij opgenomen (Mattheus 25,35). In elke behoeftige ontmoeten we God zelf.'
Herbergen
Zo werd Juliaan een symbool van barmhartigheid, vergeving en gastvrijheid. “De legenden stellen hem voor als iemand die opvanghuizen stichtte voor armen, zieken en pelgrims. Zijn bijnaam verandert: van ridder en jager wordt hij ‘hospitator’, degene die anderen ontvangt. Het is een krachtig beeld: de vreemdeling, de zieke, de arme verwelkomen betekent God verwelkomen”, beklemtoonde de theoloog.
Die wondere Sint-Juliaan de herbergier vertoont opvallende gelijkenissen met Sint-Christoffel die ook reizigers helpt oversteken en zo Christus draagt, of met Sint-Martinus van Tours die eveneens een bekeerde ridder was en bekendstaat voor zijn liefdadigheid – het delen van zijn mantel.
De vreemdeling verwelkomen
Voor Collin is het geen toeval dat sinds de middeleeuwen in veel Europese steden huizen voor reizigers werden geopend onder de bescherming van Sint-Juliaan. 'In België, Frankrijk, Italië en zelfs op Malta werd hij de patroonheilige van pelgrims en reizigers, van armen en zieken. Zijn boodschap is universeel: de deur openen voor wie hulp nodig heeft, is niet louter een menselijke daad, maar een geloofsgetuigenis.'
Dat voorbeeld van de heilige Juliaan blijft actueel. Ook nu zouden kerken geen musea mogen zijn, maar dienen het levende plekken van ontmoeting en gastvrijheid te zijn, waar bovenal de vreemde ander welkom is. Doorheen die ontmoeting kan bovendien de ontmoeting met God plaatsvinden. Die overtuiging doordringt het christendom. Niet louter in de eredienst of op sacrale plekken kom je God op het spoor, maar bovenal in de naaste die je broederlijk ontmoet en bijstaat, kan het gelaat van Christus oplichten. Het is dan ook de wens dat ook Sint-Juliaan, het gasthuis en de kerk, pelgrims van heinde en verre kan blijven onthalen, dat het bovenal een plaats van warme gastvrijheid mag zijn met open deuren.'
'Het hospitium is niet alleen een huis dat ontvangt, maar vooral een kerk die ontvangt', beklemtoonde de salesiaan. In de geest van paus Franciscus stelde hij dat de kerk er is voor iedereen en dat ze iedereen wil omarmen. Ze is er niet alleen voor de rechtvaardigen en de perfecten, maar vooral voor de zondaars en de zoekers.
De Kerk is er niet alleen voor de rechtvaardigen en de perfecten, maar vooral voor de zondaars en de zoekers.
Tafel voor de armen
Ook de armen behoren welkom te zijn in de kerk en aan de ‘pelgrimstafel’ om een maaltijd te delen. Maar meer dan voedsel wordt er een luisterend oor aangeboden. 'Tijd geven, aandacht schenken, de ander erkennen als een persoon met een gezicht, een verhaal, een waardigheid. Daarin ontdekken we de diepste betekenis van de gastvrijheid: wij zijn niet de gastheren, maar de gasten van Gods barmhartigheid', legde Collin uit. 'De tafel wordt in deze zin een krachtig symbool. Denk aan het Laatste Avondmaal, waar Jezus het brood brak met Zijn leerlingen. Het is aan tafel dat de kerk geboren is. Het altaar dat we bij het binnengaan van de kerk zien, herinnert ons daaraan: het is Gods tafel waaraan iedereen is uitgenodigd. De eucharistie is het sacrament van de tederheid, het verbond van de liefde.'
De professor besloot zijn toespraak met te wijzen op de blijvende relevantie van de boodschap van de heilige Juliaan. 'In een tijd waarin we ons vaak terugtrekken in onze huizen, in onze zekerheden, nodigt zijn verhaal ons uit om de schoonheid van gastvrijheid te herontdekken, ons beschikbaar te stellen voor wie onderweg is, voor wie gekwetst is, voor wie alleen is.'
'Gastvrijheid is niet alleen een beleefd gebaar. Het is een geloofsgetuigenis. Het is het evangelie eenvoudig en moedig beleven. Sint-Juliaan toont ons een weg van jager naar dienaar, van zondaar naar heilige, van op zichzelf gerichte mens naar een mens die zich aan anderen schenkt. Zijn leven is een parabel van bekering en gastvrijheid. En wij zijn vandaag, als individuen en als christelijke gemeenschap, geroepen om zijn voorbeeld te volgen. Door onze deuren, onze harten en vooral onze tafels te openen.'
De rector van Sint-Juliaan weet wat hem te doen staat.
De rector van Sint-Juliaan weet wat hem te doen staat. Met zijn bezoekersgids onderschrijft hij alvast die doelstellingen en met zijn gastvrijheid en de open deuren van het huis en de kerk tracht hij effectief iedereen welkom te heten die aanklopt bij deze unieke pelgrimsplek in de Eeuwige Stad.