Rik Torfs blikt vooruit naar 2025: ‘Een nieuw elan zal eerder uit de marge komen’
Vaak hoor je in geseculariseerde landen zoals het onze dat de Kerk geen toekomst meer heeft. Maar 2025 zal ze alvast overleven. Ongetwijfeld krijgen we ook een glimp te zien van de wegen die ze voortaan wil bewandelen.
2025 is een heilig jaar. Elke kwarteeuw hebben we er zo een. Velen vrezen de drukte die ermee gepaard gaat. Naar schatting 32 miljoen pelgrims worden in Rome verwacht. Zijn ze allemaal diepzinnige gelovigen? Welnee. Dat hoeft ook niet. Geloof is niet prestatiegericht. Ik zie vooral de goede kanten van het Heilig Jaar. Rome wordt opgesmukt, wat iets aandoenlijks heeft. Zoals het fijn is dat mensen er op een feest netjes bijlopen. Daarnaast geloof ik in de kracht van gebouwen. Als je een kerk binnenloopt, raken architectuur, kunstwerken, versieringen, gedenkplaten, berichten over de parochie bij de ingangsdeur, het hart. Een sterke vorm van missionering op een moment dat kerkleiders er niet altijd de juiste taal en de gepaste levensvreugde voor hebben.
En wat met de Kerk als instituut? Paus Franciscus (88) nadert stilaan het einde van zijn pontificaat zonder de indruk te geven meteen aan afhaken te denken. Hij geniet wereldwijd een grote populariteit, maar in Vaticaanse kringen heeft hij de reputatie autoritair en eigengereid te zijn. Dat bleek ook tijdens zijn bezoek aan België, toen hij tot ieders verbazing de procedure tot zaligverklaring van koning Boudewijn aankondigde.
Franciscus (88) nadert stilaan het einde van zijn pontificaat zonder de indruk te geven meteen aan afhaken te denken.
Mocht de paus onverwacht aftreden, is de verkiezing van een opvolger met een gelijkaardig gedachtegoed hoogst onzeker. Pausverkiezingen houden verrassingen in. Met minder dramatische plotwendingen dan in de film The Conclave, dat wel.
Meestal haalt de favoriete kandidaat - als er al een is - van de zittende paus het evenwel niet. De jongste anderhalve eeuw lukte het slechts tweemaal. In 1939, toen Eugenio Pacelli, de latere Pius XII, opvolger van Pius XI werd. En in 1963 toen de voorkeur van Johannes XXIII uitging naar Giovanni Battista Montini, bekend als Paulus VI.
Komt er een nieuwe paus, dan wellicht iemand die het Vaticaanse raderwerk door en door kent, zoals kardinaal Luis Antonio Tagle uit de Filippijnen of staatssecretaris Pietro Parolin. Over laatstgenoemde meldt Giovanni Maria Vian, gewezen hoofdredacteur van L’Osservatore Romano, dat hij mogelijk een te goed mens is om paus te kunnen zijn.
Van het verdere verloop van het synodaal proces verwacht ik weinig.
Ondertussen blijft Franciscus aan het roer. Heikele thema’s zijn er genoeg. Van het verdere verloop van het synodaal proces verwacht ik weinig. Vooral in Duitsland wekte het hoge verwachtingen, terwijl de paus vooraf duidelijk wist wat voor hem kon of niet kon. Franciscus is trouwens erg karig met structurele veranderingen. Zowel de priesterwijding van ervaren gehuwde mannen als het diaconaat voor vrouwen wees hij af, met het argument dat hij klerikalisme wilde vermijden. Een werkwijze zoals die van het synodale proces, waarbij de top bepaalt dat de basis initiatieven moet ontwikkelen, vind ik trouwens beleidsmatig een moeilijke gedachte die alvast spontaneïteit mist.
Niettemin kwamen oude vragen scherper dan voorheen aan bod. Hoeveel ruimte is er voor decentralisatie? Kan ze verder gaan dan het bestuurlijke en op de moraal, zelfs op de doctrine, betrekking hebben? Maar ook op bestuurlijk vlak is decentralisatie niet eenvoudig. De voorzitter van de Franse bisschoppenconferentie, aartsbisschop Éric de Moulins-Beaufort uit Reims, blijft sterk opkomen voor het verplichte priestercelibaat. Dat zul je zijn Duitse ambtsgenoot Georg Bätzing uit Limburg an der Lahn niet horen zeggen. Die staat evenmin afwijzend tegenover de priesterwijding van de vrouw. De afstand tussen Reims en Limburg an der Lahn bedraagt minder dan vijfhonderd kilometer, de ideeën lopen sterk uit elkaar.
Decentralisatie vergt een minimale inhoudelijke homogeniteit binnen de lokale kerken zelf, en die is er in West-Europese landen niet.
Decentralisatie vergt een minimale inhoudelijke homogeniteit binnen de lokale kerken zelf, en die is er in West-Europese landen niet.
Een opleving van de Kerk aldaar zie ik niet via pauselijke of bisschoppelijke initiatieven plaatsvinden. Zeker, veel mensen koesteren openlijke of sluimerende belangstelling voor transcendentie en zingeving. Ze rekenen echter doorgaans niet op kerkleiders om daarin het voortouw te nemen. Hedendaagse katholieken zijn het geregeld met hun herders oneens, zonder daarom het gewonde instituut de rug toe te keren. Dat wijst impliciet op een grote mate van diversiteit, in de kerkgeschiedenis lang geen unicum.
Een nieuw elan, met ruimte voor optimisme en humor, zal eerder uit de marge komen. Beleidsplannen zullen het verschil niet maken. Wel zullen in een afkalvend parochielandschap levendige gemeenschappen met dynamische lokale bezielers overeind blijven. Die dynamiek stoelt op een rijke traditie, die op zichzelf meer missionair is dan de meeste westerse kerkleiders het vandaag kunnen of durven zijn.
Rik Torfs

