‘Sommige geschenken van het leven veronderstellen traagheid’
Volgende week, op Aswoensdag, start de digitale 40-dagenretraite van de jezuïeten. Auteur Myriam Van den Eynde focust met het thema Hem achterna op Jezus’ uitnodiging aan de zoekende mens. „Elke plek is geschikt om die tocht aan te vatten”, zegt ze. „Tegelijk is er maar één goede plek, de plek waar je nu bent.”
Vorig jaar schreef jezuïet Bert Daelemans de retraite, twee jaar geleden dominee Judith Van der Werf. „Ik ben theologisch minder beslagen, dus ik twijfelde toen ik de vraag kreeg hen op te volgen”, zegt Myriam Van den Eynde (63), pas met pensioen in een directiefunctie in het Sint-Jozefcollege in Turnhout en ruim twintig jaar voorganger bij De Brug in Lier. „Ik zei toch toe, erop vertrouwend dat de mensen die me vroegen wisten wat ze deden.”
– Wat is uw band met de jezuïeten?
Vijfenveertig jaar geleden studeerde ik economie aan UFSIA, de universiteit van de jezuïeten. De richting koos ik vooral met het oog op werkzekerheid, ze interesseerde me matig, maar ik had wel een aantal boeiende professoren en de meeste waren jezuïet. Na drie jaar lesgeven in het secundair onderwijs werd ik even assistent. Ik wist na een maand al dat het niet mijn plek was, maar behaalde dat jaar wel een kandidaatsdiploma in de filosofie en aan het einde wees Herwig Arts me op een vacature in het jezuiëtencollege in Turnhout. Daar werkte ik 35 jaar, het langst als adjunct-directeur, en tijdens een vorming stelde Nikolaas Sintobin me de geestelijke oefeningen voor. Ik volgde ze in het dagelijkse leven, een gebedstraject van negen maanden. Het was heus geen wandeling in het park, wel een levensveranderende ervaring. Later volgde ik ook de opleiding om de oefeningen te begeleiden.
– Hoe beleeft u zelf de veertigdagentijd?
Het is een aparte tijd. Zo beleefde ik dat op school en zo beleef ik dat als voorganger. Ik volgde ook zelf enkele keren de digitale retraite, ook in de advent. De kwaliteit van Pasen en Kerstmis wordt immers bepaald door hoe je ernaar toeleeft, hoe je de weken voordien vormgeeft. Ik ben dankbaar voor de cyclus van het kerkelijke jaar. Het geeft dagen reliëf.
Het hart van de retraite, de gebedspunten, schreef ik dan ook tijdens de veertigdagentijd vorig jaar, geholpen door de tijd van het jaar en omringd door de juiste elementen in de liturgie. De rest volgde na mijn pensioen, in september. Ik werkte voor elke week een thema uit in een inleiding, dook in de collectie citaten die ik tijdens mijn leven verzamelde en formuleerde gebedstips. Belangrijk is dat het een retraite is, geen gebedsweek. In een ignatiaanse context staat dan de dynamiek van de geestelijke oefeningen centraal.
– Wat is die dynamiek?
De oefeningen, die teruggaan op het leven van Ignatius zelf, gaan ervan uit dat God zich laat vinden in onze ervaringen, met alle haken en ogen die die kennen. Het enige wat van je wordt verwacht, is in je eigen waarheid te staan. Ik ben mijn eertijdse [node:field_streamers:0] begeleider erg dankbaar dat hij me erop wees dat ik moest zeggen wat ik te zeggen had. Is er weerstand, beleef die en praat erover. Is er twijfel, sta erin. Is er verdriet, doe het ermee. Hier is hier. „Ik zou daar moeten staan, maar ik sta slechts hier”, denken we vaak. Dat hoeft niet. De plek waar je staat, is heilige grond. De geestelijke oefeningen nodigen mensen uit hun eigen ervaringen en affectiviteit ernstig te nemen en daarin God op het spoor te komen. Dat lijkt me een toegangspoort waarvoor de hedendaagse mens gevoelig kan zijn.
– Hoe kwam u bij het thema van de retraite?
Ik overwoog er verscheidene. Het werd Hem achterna omdat ik hoop dat de retraite mensen helpt open te komen voor de vreugde die God is. Jezus van Nazareth leefde vanuit die vreugde, want God was de Liefde van zijn leven, tegelijk deelde Hij ons leven. Laten we Hem dus maar gewoon achternagaan, al hebben we geen idee waar we uitkomen en is dat laatste ook heel persoonlijk. Je komt ergens en het zal er goed zijn. Vanuit dat vertrouwen probeer ik te leven. Elke plek is bovendien geschikt om de tocht aan te vatten en tegelijkertijd is het er maar één, de plek waar je nu bent.
Ik houd overigens ook bijzonder veel van het lied Hem achterna van Huub Oosterhuis. „Gedenk ons die als hij geboren zijn, eens en voorgoed, die uit zijn mond uw naam hebben gehoord, die moeten leven in de schaduw van de dood.” Prachtig.
– Welke veertigdagentocht zou u jongeren toewensen, vanuit uw ervaring in het onderwijs?
Ik wens hun tijd om bij zichzelf te komen, zonder daar voortdurend te worden weggehaald. Je eigen plek vinden, waar je het verschil kunt maken, lukt als je volgt wat er binnen in je beweegt, maar dan moet je er wel ooit vertoeven, bij wie jij bent. Ik word er licht wanhopig en triest van hoe er onafgebroken wordt gehengeld om de aandacht van jonge mensen. De smartphone, waarmee ze zijn vergroeid, is daar voor mij het symbool van. Je moet discipline hebben om eraan te weerstaan. Ik hoop dus dat jongeren toch manieren vinden om hun eigen ruimte te bewonen en erin thuis te komen. Sommige geschenken van het leven veronderstellen nu eenmaal traagheid en rust.