Trap, praat, geniet. Zomerse ontmoetingen op de duofiets (1)
Het is mijn eerste echte rit met een duofiets. Ken ik nog alle aanwijzingen die ergotherapeut Ief me vorige week gaf? Ik hoop het. En wie wordt mijn eerste passagier? Allemaal vragen die zo meteen een antwoord krijgen. Want ik nader wzc Zilvermolen in Zwijnaarde. Het is een relatief klein rusthuis met een zeventigtal bewoners. Toen ik voorstelde om een paar ritjes te komen maken met bewoners, reageerde Ief meteen enthousiast. Aan kandidaten die dat zien zitten, is er geen gebrek! Zeker nu het weer zo lekker meezit.
De duofiets staat al klaar en daar komt mijn eerste passagier aan. Anna heet ze en ze heeft er zin in. Gisteren won ze nog de gele trui in de Ronde van Frankrijk – versie Zilvermolen. We klikken de veiligheidsgordel om en de pedalen vast, zetten de versnelling op 1 en bollen de oprit van het rusthuis af. Daar gaan we!
Anna trapt op volle kracht mee. Dankzij de elektrische ondersteuning is het een koud kunstje om de duofiets op gang te houden. Ik moet de remmen al goed induwen als we de eerste bocht willen nemen. Anna kijkt me onderzoekend aan. Waarom zo traag?, lijkt ze te denken. Dat had ik niet meteen verwacht, moet ik eerlijk toegeven.
We laten de straat van het rusthuis al meteen achter ons en komen in een woonwijk uit. Veel bochtenwerk, maar weinig verkeer. Ideaal. Anna kent de weg, we hoeven de gps nog niet te checken. Al gauw fietsen we gemoedelijk langs de Schelde in het groen.
Anna kijkt me onderzoekend aan. Waarom zo traag?, lijkt ze te denken. Dat had ik niet meteen verwacht, moet ik eerlijk toegeven.
78 is ze. Zowat een jaar geleden besloot ze dat het tijd was om haar huis in Gent te verlaten. ‘Ik wilde nog heel bewust zelf kiezen waar ik naartoe ging. Mijn zoon stelde voor om bij hem in te trekken, maar dat zag ik niet zitten. Hij reist graag. Ik wil hem zijn vrijheid niet afnemen.’
Bekijk ook
Anna werkte vroeger op een sociaal secretariaat. Ze lijkt me een zelfbewuste vrouw, gewoon om alleen haar plan te trekken. Zelf heeft ze ook heel de wereld afgereisd: tot en met Tahiti en Bora Bora. Haar blik licht op als ze vertelt over Tunesië. Daar woonde ze vijf jaar met haar man, die zelf Tunesiër was. Of ze dan ook Arabisch leerde? Anna antwoordt iets wat eindigt op al-arabia. Ja, dus. Maar het meeste is ze intussen toch vergeten. Ze las ook de Koran, maar kan er niet meer uit citeren. In de zon dromen we weg naar vervlogen tijden. Zij naar Tunesië, ik haar met veel verbeelding achterna.
‘Ach, ik idealiseer die tijd natuurlijk’, zegt Anna dan plotseling. ‘Wat tegenstak, ben ik vergeten. Ik onthoud alleen het goede.’ Dat moesten mensen vaker doen, bedenk ik.
Ook het leven in het rusthuis neemt Anna van de positieve kant. ‘Ik ben geen moeilijke.’ Ze probeert zoveel mogelijk in beweging te blijven door te gaan wandelen en blijft ook het wereldnieuws aandachtig volgen. Al wil ze dat toch niet te veel laten doordringen: ‘Het is alleen maar slecht nieuws’, zegt ze hoofdschuddend. Geen wonder dat de kleindochter nog niet aan kinderen denkt.
Oei, we zitten al bijna in Zevergem. Een blik op de gps, een zijstraat in, komt goed. ‘Wat mooi hier, hé’, hoor ik naast mij. We genieten. Dat ze er nog nooit aan gedacht heeft om zo’n ritje op de duofiets eens te doen met zoon of kleindochter!
Na een klein uurtje zit onze rit erop. Anna stapt tevreden af. Tot volgende keer?, groet ze. Tot dan!



