Twee ogen zo blauw — Christine van Gerven [column]
‘Ons vake kon toveren, denk ik’, zei ze. ‘Het zat ‘m in zijn blik. Als hij aan het sportveld stond te kijken, konden we harder lopen, verder springen, harder trappen. Schoolfeesten, muziekoptredens, nieuwjaarsbrieven,…als ons vake keek, ging het vanzelf! En als we ooit eens een heel klein beetje stout waren, moest hij maar kijken en poef, we waren weer braaf. Magie!’
De zon scheen door de ramen op de kist van haar grootvader, de wierook kringelde langzaam omhoog.
De liefde die uit de woorden voor haar vake bleek, was bijna tastbaar.
Mijn gedachten gingen naar mijn eigen dochter, die op de begrafenis van hààr grootvader had gesproken over de liefde voor boeken en voor Russische literatuur, die hij aan haar had doorgegeven. En naar het boeketje gedroogde bloemen dat hier thuis op de kast ligt, gekregen van mijn grootmoeder na de tweede zit in mijn eerste jaar universiteit. Op het kaartje dat er aanhangt, staat in haar hoekige handschrift: ‘voor Christine, omdat ze zo hard gewerkt heeft’.
Hoe magisch, de vriendelijke blik van een grootouder.
Ze troost en supportert onvoorwaardelijk. Ze haalt de beste versie van onszelf naar boven, omdat ze die al gezien heeft voor we er zelf in geloven En ook de dood krijgt haar niet kapot. Nog jarenlang zal vakes blik van aan de overkant zijn kinderen en kleinkinderen bemoedigen. Zoals mijn grootmoeder dat nu al meer dan dertig jaar doet. Ze heeft me niet zien afstuderen, maar het boeketje doet mij nog altijd glimlachen.
Twee ogen zo blauw, zo klonk het door de kerk, en de door iedereen heel zacht meegezongen melodie steeg op naar de hemel.
• Christine Van Gerven is godsdienstleerkracht.