Twin flames — Dennis Pauwels [column]
Enkele weken geleden verscheen er op het scherm van mijn telefoon plots een oude naam. Iemand die ik al vijftien jaar niet meer had gezien of gesproken, belde me. Na de eerste twijfel nam ik op, en twee uur later legde ik weer af. De geschiedenis had me gebeld.
We spraken daarna af in een Mechels café. Hij vertelde hoe hij na zeventien jaar was weggegaan bij zijn vrouw. Er was een nieuwe, jonge deerne. Een twin flame, zo noemde hij haar. Het was een term die ik niet kende, maar die zijn nieuwe vlam op hun connectie had gekleefd. Hij had het over stabiliteit, chaos, en kosmische verbindingen. En over hoe de chaos hem zo aantrok. Zij was de chaos. Ik herkende het.
Hij en ik leerden elkaar kennen tijdens een eerste werkervaring in het buitenland, waar we allebei op de vlucht waren voor iets of iemand. Ik herinner me vooral een avond waarop ik huilend tegen hem aanhing, mijn gezicht nat tegen zijn T-shirt. Zoiets levert een toegangsticket op dat je je hele leven lang kunt bovenhalen.
‘Waar is de oude Dennis gebleven?’ had hij die avond meermaals gelachen. Ik zei eerst dat hij er nog wel ergens zat. Later gaf ik toe dat ik best tevreden was met hoe mijn leven er nu uitzag.
‘Er zijn zeker een boel verbeterpunten,’ had ik zelfs gezegd, ‘maar ik ben behoorlijk tevreden met hoe mijn leven er nu uitziet’. Dat vond hij moeilijk te geloven. Voor hem was mijn tevredenheid een vorm van capitulatie. Hij zag de muren van mijn leven en dacht aan een gevangenis, terwijl ik het als fort beschouwde. Een fort dat ik had gebouwd voor de kleinste en meest kwetsbare versie van mezelf: mijn zoon.
Het bewaken van de drempel is soms een grotere daad van liefde dan het openen van de deur.
‘Slaap je al?’ sms’te hij afgelopen weekend.
‘Bijna,’ antwoordde ik.
‘Ik ben gestrand in Mechelen,’ schreef hij, ‘er rijden geen treinen of bussen meer.’ Ik zei dat er taxi’s waren. Voor twintig, misschien dertig euro sta je weer thuis.
‘Ik leg me hier,’ schreef hij, en voegde er een foto aan toe van een winkelnis die ik herkende. Ik typte de droge feiten, zei dat er nog een nachtbus was. Ik liet Google uitrekenen hoe lang de tocht te voet zou duren. Ik bood hem de logica aan waar hij emoties wilde. Daarvan was ik me bewust.
Daarna opende ik de sms’en niet meer.
Ik zocht de term twin flames op, leerde over spiegels en magnetisme. Twee uitingen van dezelfde ziel die elkaar aantrekken juist omdat ze elkaar kunnen vernietigen. Aantrekken, afstoten. Ik was niet alleen moe vanwege het late uur.
Boven lag mijn kind te slapen. Ik beeldde me in hoe het zou opstaan. Welke verwarring er zou heersen. Ik oefende gesprekken die ik niet wilde voeren. Ik vroeg me af of ik een slecht mens was. Ik besloot zelf van niet. Het bewaken van de drempel is soms een grotere daad van liefde dan het openen van de deur.
Hij stelde de vraag niet, dus ik gaf geen antwoord. Sommige toegangstickets vervallen. Zelfs als ze ooit met tranen zijn betaald.