Vandaag is hij precies 71: gelukkig verjaardag, Jommeke!
Precies 71 jaar geleden beleefde Jommeke zijn eerste avontuur. De stripheld van tekenaar Jef Nys (1927-2009) zag in 1955 het levenslicht in Kerkelijk Leven. Drie jaar lang volgden de lezers de avonturen van de jonge deugniet. Dat Jommeke bij het katholieke weekblad begon, blijkt later van cruciaal belang te zijn.
Jef Nys was 28 jaar toen hij bij Kerkelijk Leven – de voorloper van Kerk & Leven – aan de slag ging. Daarvoor had hij elf jaar bij het satirische weekblad ’t Pallieterke gewerkt. Hij maakte daar karikaturen en spotprenten van bekende mensen, van politici tot filmacteurs. Nys vertrok er toen de nieuwe hoofdredacteur een voor hem té radicale Vlaamse koers ging varen. ‘De redactie van Kerkelijk Leven wou een pagina voor de jeugd en liet me begin oktober 1955 komen om daar eens over te praten’, vertelde Jef Nys in 2003 aan Het Nieuwsblad. ‘Thuis ben ik meteen beginnen te schetsen. In een paar uur tijd was Jommeke geboren. Een paar weken later verscheen de eerste strip, waarin Jommeke door een ooievaar op de redactie van het parochieblad gedropt wordt.’
Jommeke werd door de ooievaars afgeleverd bij de paters van ‘Kerkelijk Leven’.
‘Voor kleine en grote kinderen. Het wekelijks avontuur van Jommeke’: zo heette de strip die de lezers van Kerkelijk Leven op 30 oktober 1955 voor het eerst onder ogen kregen. De kleine ‘pagadder’ die uit de zak van de ooievaar tevoorschijn komt, stelt zich voor als Jommeke en zegt tegen de paters van de redactie: ‘Ik moet hier elke week iets plezant doen’. Opmerkelijk: in het laatste plaatje van de strip rookt Jommeke een pijp. Jommeke was op dat moment een vijf– of zesjarige (dat is niet helemaal duidelijk) met een debardeurke en een korte broek die elke week een kwajongensstreek uithaalde. De naam was afkomstig van een dorpsfiguur uit Jef Nys’ buurt die Guillaume heette. Dat werd als Gieljom uitgesproken en werd in de volksmond afgekort tot Jomme.
Aangenomen kind
Collega Merho, bekend van Kiekeboe, herinnert zich het debuut van Jommeke nog goed. ’Mijn beste herinneringen aan Jommeke gaan terug naar de jaren 1950, toen hij debuteerde in Kerkelijk Leven. De geboorte van Jommeke zie ik nog steeds zo voor mij. De ooievaar dropte hem bij de paterkes op Linkeroever. En omdat hij telkens weer het klooster op stelten zette, werden er adoptieouders gezocht. Ik denk dat er nu nog maar weinigen weten dat Jommeke eigenlijk een aangenomen kind is’, vertelde Merho met een knipoog in een hommage op de website van de Stripspeciaalzaak na het overlijden van Nys in 2009.
Ook papegaai Flip verscheen in die beginjaren bij Kerkelijk Leven op het toneel. Jommeke kreeg de vogel cadeau van zijn nonkel pater in de missies. En ook professor Gobelijn maakte zijn opwachting. ‘Hij is gebaseerd op iemand die ik kende van de redactie van Kerkelijk Leven. Hij had een hoofd dat er vanboven uitzag als een biljartbal met dat lange haar en dikke wenkbrauwen. Alleen de zeehondensnor heb ik erbij verzonnen’, vertelde de geestelijke vader van Jommeke later in een interview. Nys verzorgde ook wekelijks een rubriek genaamd het Opstel van Flupke.
Papegaai Flip was een cadeau van Jommekes nonkel pater in de missies.
In het eerste jaar werkte Jef Nys als freelancer voor het weekblad. De bazen waren zo tevreden over hun jonge tekenaar dat ze hem een vast contract gaven. Van 1956 tot 1958 was Nys voltijds in dienst. Het stripfiguurtje werd snel heel bekend, want Kerkelijk Leven had een oplage van een half miljoen exemplaren en viel dus in vele Vlaamse huiskamers in de brievenbus.
Jommeke is trouwens niet de enige stripfiguur die zijn carrière begon bij het katholieke weekblad. In 1948 werkte Willy Vandersteen, de tekenaar van Suske en Wiske, al voor Ons Parochieblad. Hij tekende er De Avonturen van Lambik. De vroege versie van Jommeke was veel eenvoudiger getekend en de jonge stripheld was minder avontuurlijk dan in latere jaren, maar de karaktertrekken waren al duidelijk aanwezig: Jommeke was nieuwsgierig, vindingrijk en vooral rechtvaardig. De avonturen van de jongen moesten in overeenstemming blijven met de katholieke strekking van het weekblad en dus opvoedkundig verantwoord zijn. Thema’s als geweld en seksualiteit werden vermeden.
Katholieke waarden als gevoel voor rechtvaardigheid, behulpzaamheid en het belang van familie en vriendschap zijn altijd aanwezig gebleven in de stripreeks.
Dat Jommeke in Kerkelijk Leven debuteerde, heeft zijn verdere ontwikkeling bepaald. De katholieke waarden als gevoel voor rechtvaardigheid, bereidheid om anderen te helpen, het belang van familie en vriendschap, zijn altijd aanwezig gebleven in de stripreeks. In het testament van Jef Nys is trouwens vastgelegd dat zijn opvolgers de strikte regels van ‘geen geweld, geen wapens, geen seks, geen drugs’ nauwgezet moesten volgen.
Jef Nys wilde bij Kerkelijk Leven trouwens meer met zijn talent doen dan de stripgag die tot een halve pagina beperkt bleef. Hij verdiepte zich in het leven van bekende, vooral religieuze, figuren en bouwde strips rond hen op. Vanaf januari 1956 verscheen het eerste verhaal over Pieter Bruegel in wekelijkse afleveringen. Daarna volgden strips over onder meer Pius X en Bernadette van Lourdes. De strips die in Kerkelijk Leven verschenen, werden later door Uitgeverij Halewijn in boekvorm uitgegeven.
Ambras
In 1958 stapte Jef Nys op bij Kerkelijk Leven. ‘Ik kreeg geweldige ambras met de dominicaan die daar eigenaar was en die heeft me aan de deur gezet’, zei Nys zelf daarover in 2005 in De Standaard. ‘Gelukkig zocht Het Volk toen net een tekenaar. Als proef mocht ik een Jommekes–verhaal maken: De jacht op een voetbal.’
En zo ging de bal aan het rollen en veranderde Jommeke in de jonge tiener die hij nog altijd is.
Na het debuutalbum volgden nog meer dan 300 avonturen van de stripheld met het strooien dakje, met nummer 329 Over koetjes en ezels als meest recente.








