Vastenbrief Lode Aerts: ‘Catechumenen zetten op ons op weg naar Pasen’
In aanloop naar Pasen zoeken we vaak een vastenpunt. Meer tijd voor gebed of voor het gezin, meer aandacht voor een zieke of steun aan een sociaal project. Maar zelfs in die goede voornemens sluipt soms sleur en slenter. Op dat vlak kunnen ‘nieuwe christenen’ ons helpen.
Voor catechumenen is de veertigdagentijd belangrijker dan voor ons: het is hun laatste rechte lijn voordat ze gedoopt of gevormd worden. Elk jaar stijgt het aantal van die volwassen doop- en vormselkandidaten. In sommige Franse bisdommen wordt de groep zelfs zo groot, dat er een tekort aan begeleiders dreigt. Zo een vaart loopt het in Vlaanderen niet maar elke parochie die een nieuwkomer onthaalt, wordt erdoor vernieuwd. Hun ingrijpende ervaring van Gods aanwezigheid verfrist ons geloof uit traditie.
Hun ingrijpende ervaring van Gods aanwezigheid verfrist ons geloof uit traditie.
Waar de vastentijd voor ons in het beste geval een jaarlijkse ‘wake up call’ is, is die voor hen getekend door een voelbare ontmoeting met Christus, die hun leven heeft vernieuwd. Elke bisschop leest dat zwart op wit in hun verplichte aanvraagbrieven voor het doopsel of het vormsel. Dit jaar mocht ik er een twintigtal ontvangen en – met hun toelating – wil ik er graag uit citeren, als inspiratie voor ónze veertigdagentijd.
Catechumenen getuigen
Een van de catechumenen ervaart ‘een soort onzichtbare hand, een duw in mijn rug, die mij kracht geeft en mij verder doet gaan’.
Een jongere was erg geraakt toen hij in Lissabon ‘deel uitmaakte van een groep van anderhalf miljoen biddende jongeren rond de paus’.
Bij een volwassen vrouw was het een preek die haar tot tranen toe geraakt had. Ze schrijft: ‘Een geheime plek van mijn hart ging open.’
Nog iemand anders kampte tevoren met ‘het constante gevoel van afwijzing, van niet genoeg zijn en anderen te moeten plezieren op het zielige af’. Toen ze echter een openstaande kerkdeur binnenstapte, gebeurde iets heel vreemd: ‘Ik liep richting altaar, ben gaan zitten en de tranen zijn over mijn wangen beginnen lopen. De verbondenheid, geborgenheid en warmte die ik toen voelde, kon volgens mij van niemand anders dan van God komen. Ik voelde me als een gekoesterd kind, ik kan het niet anders omschrijven.’
Ik voelde me een gekoesterd kind. Ik kan het niet anders omschrijven.
Wat de catechumenen noteren over hun eerste stappen in het geloof, biedt inspiratie voor elke veertigdagentijd:
‘Ik ontdekte een bron van licht, van hoop en vrede’.
‘Ik begon met Jezus te praten, gewoon, zoals ik ben. Daar leerde ik om te bidden en dat gaf me rust en troost.’
‘Ik heb de stap naar verzoening gezet en ik heb al mijn zonden opgebiecht.’
‘Ik besloot mijn eerste Bijbel te kopen en te beginnen lezen.’
‘Ik leer en aanvaard dat ik niet hoef te oordelen; dat zelfbeklag niet helpt; dat dankbaarheid voor de kleine dingen mijn leven rustiger en gemakkelijker maken. Ik voelde God heel dichtbij mij en Hij is sindsdien niet meer van mijn zijde geweken.’
‘Ik wens te leven in liefde tot God en mijn medemens.’
’Ik kan niet meer leven zonder Hem.’ 'Ja, de vraag is niet waarom ik me laat dopen maar: waarom nu en niet eerder?’
+ Lode Aerts