Wat gebeurt er met mijn stoelgeld?
Wie in het weekend de eucharistieviering bijwoont, weet dat er telkens één omhaling is. Vroeger waren er twee: een omhaling voor de parochie en een omhaling – in een ander en dus herkenbaar mandje of soms zelfs een muts – voor het stoelgeld.
Wie niet wilde rechtstaan, kon vroeger tijdens de viering een stoel huren. De kerkfabriek stelde die ter beschikking. Een houten bank was goedkoper dan een stoel met een rieten zitting. Wilde je wat zachter zitten, op een fluwelen kussen, dan diende je nog wat dieper in de geldbeugel te tasten. Vergelijk het met de huur die je betaalt voor een strandstoel of -zetel, al dan niet met kussen, aan de kust. Begoede families huurden jaarlijks een plekje waar ze een eigen chique stoel, vaak met het familiewapen, konden plaatsen. Dat stoelgeld ging naar de kerkfabriek.
Brood en wijn
De bijdrage van kerkgangers aan de collecte is niet zonder betekenis. Ze wordt opgehaald op het moment dat brood en wijn naar het altaar gebracht worden. ‘Brood en wijn verwijzen naar Christus, die zijn leven voor ons geeft. Net als Hij worden wij als gelovigen uitgenodigd om onszelf te schenken aan Christus. Omdat wij natuurlijk niet letterlijk op het altaar kunnen plaatsnemen, naast het brood en de wijn, vertalen we dat op een symbolische manier, in een financiële gift’, duidt Bart Paepen, pastoor in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen. ‘De oorspronkelijke betekenis herken je nog in uitvaartplechtigheden, waarbij je tijdens de offergang effectief naar voren gaat tot bij het altaar en een centje in het mandje legt.’
Fiftyfifty
Eind jaren zestig, begin jaren zeventig werd het stoelgeld afgeschaft. Om dat te compenseren, wordt voortaan een gedeelte van de opbrengst van de gewone omhalingen op zon- en feestdagen door de parochie doorgestort naar de kerkfabriek. Doorgaans wordt een fiftyfifty-verdeling aangehouden, zodat beide over voldoende middelen beschikken om hun taak naar behoren uit te oefenen. Indien dat voor een van beide partijen niet volstaat, kunnen zij onderling een regeling afspreken. De kerkfabriek dient deze inkomsten aan te wenden voor het goed uitvoeren van haar opdracht nl. de zorg voor de materiële voorwaarden voor de eredienst zoals bijvoorbeeld de verwarming, of nog het onderhoud van het kerkgebouw.
Op afspraak naar de bank
Terug naar de wekelijkse omhaling. De mandjes met de bijdragen van de gelovigen worden na de viering in de sacristie geteld of meegenomen naar huis en geteld door een lid van het pastorale team. Sommige parochies hanteren daarbij het vierogenprincipe, soms wordt het nageteld door iemand anders, om te voorkomen dat er centjes in iemands zakken verdwijnen.
‘Sinds acht jaar neem ik de opbrengst van de collecte mee naar huis, waar mijn vrouw het geld telt. Vroeger deed mijn vader dat’, vertelt diaken Cis Marinus van de Sint-Martinusparochie in Olen. ‘We hebben nooit meegemaakt dat er geld achtergehouden werd. Zelf noteren we wekelijks de opbrengst in een overzicht, zodat iedereen dat kan nakijken en we ook de evolutie van de inkomsten jaar per jaar kunnen bijhouden.’
Daarna bergt Cis het opgehaalde geld veilig op. Om de twee maanden brengt hij de verzamelde opbrengsten naar de bank. ‘Dat kan nog enkel op één voormiddag in de week, en ik dien steeds op voorhand een afspraak te maken. Ik mag ook maximum vijf kilo per zak binnenbrengen’, legt hij uit. ‘Dat is best wel zwaar. Mijn tante naaide dan ook in stevige jeansstof twee zakken, zodat ze onderweg niet scheuren.’
De omhalingen in de kerk van Olen draaien nog steeds goed, maar dat is niet in alle kerken zo. ‘Wij halen in twee maanden tijd zo’n acht kilo munten op en wat briefjes. Bij elke omhaling bedanken wij op voorhand de gelovigen en leggen we uit dat het geld besteed wordt aan de werking van de parochie‘, legt Cis uit.
Door de jaren heen verzamelden we best wat buitenlandse munten. Vorig jaar hield ik daarmee een tentoonstelling in de kerk, want er zaten bijzondere exemplaren tussen.
In Olen wordt nog steeds met de schaal rondgegaan. Ook dat is niet langer zo in alle parochies. Waar vroeger de ogen van je buurman dwingend waren, zodat iedereen een bijdrage in de schaal legde, malen sommigen daar nu niet meer om. Bovendien hebben kerkgangers, zeker jongere mensen, steeds minder vaak cash geld op zak. Sommige parochies werken daarom met een QR-code. Wie geen cash geld heeft, biedt zijn smartphone aan en krijgt van de collectant een QR-code om te scannen.
In nog andere parochies nodigt de lector of de voorganger uit om bij het buitengaan een bijdrage in de offerblok achteraan in de kerk te deponeren.
En veel knopen...?
‘Soms halen we wel heel veel rosse centjes op, vooral tijdens vieringen met intenties waaraan ook niet-reguliere kerkgangers deelnemen. En door de jaren heen verzamelden we via de omhalingen best wat buitenlandse munten. Vorig jaar hield ik daarmee een tentoonstelling in de kerk, want er zaten bijzondere exemplaren tussen. Die kunnen we evenwel niet omruilen in de bank.’
Cis vermoedt dat die per ongeluk in het mandje belanden, omdat ze qua vorm sterk gelijken op onze munten.
Of er nog veel knopen in het mandje liggen? Cis lacht: ‘Nee, eigenlijk heb ik dat nooit meegemaakt. (grapt) Als ik een knoop van mijn jas kwijt ben, kan ik hem niet uit het mandje vissen. Wel vind ik soms muntjes voor het winkelwagentje of voor de carwash …’