Wie verzoent het Midden-Oosten?
Kan een ‘Arabische renaissance’ eenheid brengen waar nu verscheurdheid heerst?
De versplintering in het Midden-Oosten lijkt uitzichtloos. Met Spirituele verkenning van de christenen in het Midden-Oosten. Veraf of dichtbij? (Gompel&Svacina) schreef priester Gabriel Quicke een waardevol instapboek over de relatie tussen de oosterse christenen onderling en tussen christenen en moslims in de Arabische wereld. Quicke is stafmedewerker in de Pauselijke Raad voor de Bevordering van de Eenheid van de Christenen, woonde en werkte een tijdlang in Libanon en bezocht meermaals Syrië en Irak.
„De christenen uit het Midden-Oosten,” schrijft Quicke in de inleiding, „zijn een Kerk van martelaren. Hun wil ik een stem geven.” Dat vraagt om uitleg. „Paus Franciscus gebruikt drie werkwoorden,” zegt Gabriel Quicke in een Skypegesprek vanuit Rome, „camminare insieme (samen op weg gaan), pregare insieme (samen bidden) en collaborare insieme (samen werken). Na zijn verkiezing sprak hij tegenover de koptische paus Tawadros II voor het eerst over de oecumene van het lijden en het bloed als de weg naar de eenheid. Als een koptische christen, een anglicaan of een lutheraan wordt vermoord, is het omdat zij christen zijn. Als een van de ledematen pijn heeft, lijdt het hele lichaam, de kerkelijke gemeenschap, mee. Toen in 2015 Islamitische Staat 21 koptische christenen had onthoofd in Libië, betuigde Franciscus Tawadros zijn medeleven met de woorden: ‘Vandaag zijn we meer dan ooit verenigd door de oecumene van het bloed, die ons verder aanmoedigt naar de vrede en verzoening.’”
Met anderen stelt Gabriel Quicke echter vast dat de oosterse Kerk verscheiden, maar ook verdeeld is. Op het terrein valt het samenleven mee, maar het is „noodzakelijk” dat de structuren van de Kerken worden hervormd. Een oecumenische dialoog dringt zich op. „De vervreemding is historisch gegroeid. In Syrië was de situatie vóór de burgeroorlog vredig. Op het terrein was er veel samenwerking, in schril contrast met de kerkleiding. Door de oorlog groeiden christenen [node:field_streamers:0] nog dichter naar elkaar, ook christenen en moslims. De vraag is wat er nu zal gebeuren. Christenen uit Mosul in Irak willen nooit meer terug omdat ze ontsteld zijn over wat hun vroegere buren deden.”
Dat wantrouwen overbruggen wordt heel moeilijk, meent Gabriel Quicke. „Hier en daar was er al een tendens naar radicalisering, wellicht ook door de sociale malaise, vaak een voedingsbodem voor fundamentalisme. Toen de Arabische Lente vanaf eind 2010 oversloeg naar Syrië, werd het aanvankelijke enthousiasme al snel gekaapt door meer extreme groepen, ook vanuit landen als Tsjetsjenië en Turkije. Dat deed vijandigheid en haat groeien. In Irak is de situatie zo mogelijk nog complexer. Daar telt de islamitische gemeenschap veel sectaire groepen en voeren de Koerden hun onafhankelijkheidsstrijd.”
Hét probleem in de islam, zo meent Gabriel Quicke, blijft het conflict tussen soennieten, de meerderheid, met Saudi-Arabië voorop, en sjiieten, Iran voorop. Daarbinnen is er nog eens versnippering. Of christenen een brug kunnen slaan naar de islamitische wereld, is zeer de vraag. „Lokaal is dat alleszins mogelijk”, zegt Quicke. „Op nationaal niveau hangt dat weer af van de politieke constellatie. Maar christenen kunnen vaak wel iets doen, zoals met symboolhandelingen. Zo werd in Libanon het feest van de Aankondiging van de Heer in maart een nationale feestdag.”
Quicke stelt zijn hoop in een ‘Arabische renaissance’: oosterse christenen moeten een gemeenschappelijke identiteit ontwikkelen, een Arabische christenheid met een eigen taal, een eigen geschiedenis en een eigen zending, en vandaar de brug slaan naar moslims. De voorwaarde is wel dat ze zelf eerst hun ‘etnisch particularisme’ overstijgen. „De oproep tot verzoening zoals we die in het evangelie vinden, is een radicale oproep,” besluit Gabriel Quicke, „ook die van ‘bemin je vijand’. Dat is de unieke waarde van het evangelie en een opdracht voor alle christenen.”
Reageren op dit artikel? Dat kan op www.kerkenleven.be